U bent hier

De heer Landuyt heeft het woord.

Minister, twee weken geleden op woensdag werd de staking van het personeel van het Vlaams Centrum voor Elektronisch Toezicht (VCET) besproken in de plenaire vergadering, in uw afwezigheid tot grote ontgoocheling van de vele aanwezigen waaronder ikzelf niet.

Reden voor de staking is de toenemende werkdruk en de zoveelste panne van het elektronisch toezicht, waardoor men een adequate opvolging en dus de veiligheid van de burger niet kan garanderen.

Beide vakbonden luiden de alarmbel. Het VCET zou sinds de overheveling van het federale naar het Vlaamse niveau compleet in het slop zitten. Dat zijn niet mijn woorden. De oorzaak van de malaise is u en ons niet onbekend. Ik verwijs naar de diverse discussies die reeds in deze commissie zijn gevoerd.

Er zijn in feite twee problemen. Er is de opeenstapeling van technische problemen, zoals enkelbanden die niet werken en auto’s die te oud zijn. Verder is er de verhoogde werkdruk. Sinds de overheveling naar de gemeenschappen blijven de personeelsleden van de Vlaamse overheid gefrustreerd achter. In tegenstelling tot hun Waalse collega’s zouden ze zelfs loon hebben moeten inleveren en meer moeten werken.

Aansluitend op het antwoord dat minister Crevits gaf in de plenaire vergadering van 7 oktober had ik graag nog van u als minister bevoegd voor het elektronisch toezicht antwoord gekregen op enkele vragen. Is het werkelijk zo erg gesteld op het vlak van technische problemen met het systeem voor de controle en monitoring van de enkelbanden? Zo ja, welke structurele maatregelen zult u nemen? Ik heb gehoord dat er binnen enkele maanden nieuwe enkelbanden zouden worden geleverd, al dan niet rekening houdend met de opmerkingen die in maart zijn gemaakt over het technische aspect. Klopt het dat er een verhoogde werkdruk is? Zo ja, welke maatregelen zult u nemen om de werkdruk voor de ambtenaren van het VCET tot een aanvaardbaar niveau terug te dringen? Plant u op korte termijn overleg met de federale minister van Justitie over de beslissing om het aantal enkelbanden terug te schroeven en dus het minder vaak uitvoeren van korte gevangenisstraffen? Dat is een mooie uitdaging voor de werk- en bevoegdheidsverdeling tussen het federale en het Vlaamse niveau. Als de Vlaamse Gemeenschap beslist om minder enkelbanden te gebruiken, nemen de instanties op het federale niveau dan de beslissing om er minder toe te kennen? Hoe werkt dat? De oplossing om zowel de werkdruk als de technische problemen op te lossen, zou erin bestaan dat minder enkelbanden worden gebruikt. Wordt er structureel in bijkomende middelen voorzien om de mandaten van het elektronisch toezicht naar behoren uit te voeren? Verder sluit ik me aan bij de vragen van de leden van de meerderheid.

De heer Parys heeft het woord.

Dit probleem is al voldoende geschetst in de plenaire vergadering en in de media en ook voor een deel door de heer Landuyt.

In de schriftelijke voorbereiding van mijn vraag om uitleg had ik volgende vragen gesteld. Welke impact heeft de staking gehad bij de mensen die onder elektronisch toezicht stonden? Werden ze die dag nog gecontroleerd? Minister Crevits heeft daarop eigenlijk in uw plaats geantwoord tijdens de plenaire vergadering. Ik vind het belangrijk om haar te citeren: “U stelde heel concreet de vraag naar de gevolgen van de staking. Ik heb deze middag het bericht gekregen dat de actie geen gevolgen heeft gehad voor de opvolging en de monitoring van de veroordeelden onder elektronisch toezicht omdat de directie gedurende de dag de monitoring heeft overgenomen. ’s Nachts heeft een personeelslid van de dienst Monitoring de permanentie kunnen verzekeren. Er is een werkonderbreking geweest, maar daarvan zijn geen gevolgen op het veld.”

Als ik het goed begrijp, hebben 4 mensen van de directie overdag de monitoring en het werk dat normaal gezien door 47 mensen wordt gedaan – als ik naar het personeelsbestand kijk – overgenomen. ’s Nachts heeft één persoon het overgenomen. Die 4 mensen hebben het werk van de andere tientallen mensen gedaan en er is geen effect geweest op het terrein. Als men daar logisch over nadenkt, moet men besluiten dat 4 mensen het werk kunnen doen van 47 mensen. Dat wil zeggen dat er nu ofwel te veel mensen zitten, wat ik eerlijk gezegd betwijfel, ofwel klopt het niet dat er geen enkel effect is geweest op het terrein en is de monitoring toch niet verlopen zoals ze op andere dagen verloopt. Dat is een essentiële vraag, die ik ten aanzien van de minister heb. Ofwel was er een effect, ofwel werken ze met te veel, wat ik eerlijk gezegd zelf betwijfel.

Mijn tweede vraag is de volgende: er worden nieuwe enkelbanden besteld. Wanneer worden ze geleverd? Wanneer zullen ze operationeel zijn? Hoeveel procent van de huidige enkelbanden wordt dan vervangen?

Mijn derde vraag wil ik stellen naar aanleiding van wat ondertussen is gebeurd – mijn vraag was al lang geleden ingediend – na de beslissing om van 1200 naar 900 enkelbanden te gaan. Wat betekent dat voor de wachtlijst? We weten dat het, voor een aantal mensen die een veroordeling van minder dan drie jaar hebben opgelopen, langer zal duren om hun straf via enkelband te kunnen uitzitten. Bestaan daarover projecties? Weten we wat dat concreet zal betekenen?

Mevrouw Taelman heeft het woord.

Ik ga ook niet ingaan op de inleiding op mijn vraag. Dat is al voldoende aan bod gekomen. In de plenaire vergadering van 7 oktober jongstleden heeft minister Crevits inderdaad geantwoord op onder andere de vragen naar het bestek en ook over het feit of er volgens de minister geen repercussies waren op de controle.

We hebben het ook al gehad over het feit dat we in de pers hebben kunnen lezen dat het conflict zou zijn “opgelost” doordat het aantal enkelbanden tijdelijk wordt teruggeschroefd. Daardoor was het sociaal conflict ontmijnd. Mijn persoonlijke bedenking hierbij is dat de gevolgen voor de strafuitvoering dan navenant zijn. De voorbije jaren is er immers alles aan gedaan om werk te maken van een kordatere strafuitvoering, ook voor korte straffen. Het terugschroeven van het aantal enkelbanden zou wel eens een slecht signaal kunnen zijn, zodat we weer in de vicieuze cirkel komen van het opleggen van hogere straffen door de rechters en van overbevolking van de gevangenissen, waar nu net een dalende trend was ingezet.

Mijn concrete vragen zijn de volgende. Ik begrijp niet goed waarom er nog steeds een aanwervings- en vervangingsstop is, en dat die blijkbaar nog met zes maanden zou worden verlengd. In een antwoord op mijn vragen over Justitiehuizen, waar ook een aanwervings- en vervangingsstop was, hebt u meegedeeld dat daarin kortelings verandering zou komen. Ze zitten in dezelfde situatie. Ze zijn ook door de zesde staatshervorming overgedragen aan Vlaanderen. Kunt u bevestigen dat dit dan ook voor het VCET zou gelden? Ik begrijp ook niet waarom niet dezelfde voorwaarden kunnen worden gegeven als in de periode toen het personeel federaal was.

Als ik mij niet vergis, is een dotatie overgedragen die de personeelskost moet dragen, en wordt die kost dus ook door het federale niveau betaald aan Vlaanderen. Ik zou daar graag wat verduidelijking over hebben. Hoeveel bedraagt de dotatie voor personeel dat vanuit het federale niveau werd overgedragen concreet? Hoeveel wordt er vandaag betaald voor personeel, zowel voor de Justitiehuizen als voor het VCET? Hoe groot is het eventuele overschot ten aanzien van de overgedragen dotatie voor personeel? Hoe lang denkt u dat het tijdelijk terugschroeven van het aantal enkelbanden zou duren?

Minister Vandeurzen heeft het woord.

Minister Jo Vandeurzen

Tijdens de plenaire vergadering van 7 oktober werd reeds een toelichting gegeven bij de werkonderbreking in het Vlaams Centrum voor Elektronisch Toezicht, of kortweg het VCET. Die ambtenaren legden het werk neer op 5 oktober vanaf 6 uur ‘s morgens. De actie werd opgeschort op 6 oktober om 6 uur ‘s morgens. Collega Parys heeft er al naar verwezen, maar ik wil het toch nog eens beklemtonen: de werkonderbreking heeft inderdaad geen gevolgen gehad voor de opvolging en de monitoring van de veroordeelden onder elektronisch toezicht. De directie heeft de monitoring overgenomen gedurende de dag, ‘s nachts is ook een personeelslid van de dienst monitoring de permanentie komen verzekeren. Alle justitiabelen onder elektronisch toezicht werden gecontroleerd en opgevolgd. Ook de registratie van de alarmen bleef gehandhaafd.

Dat was natuurlijk het minimum van de minimumbezetting, en enkel voor de monitoring en de bewaking van de alarmen, dus niet voor het installeren en het onderhoud. Collega Parys, ik hoop dat u uit uw rekensom niet hebt afgeleid dat we eigenlijk met 4 man perfect het werk van 47 kunnen doen. Het was ook maar voor even, waarbij die mensen uitzonderlijk gepresteerd hebben. Dat waren geen normale werkuren, denk ik. Ze hebben alles gedaan om de veiligheid niet in het gedrang te brengen.

Het personeel heeft via deze actie inderdaad zijn beklag gedaan over de werkdruk, de personeelsomstandigheden en de werkomstandigheden, onder meer over de problemen inzake het materiaal. De afgelopen weken werd er intensief overleg gepleegd met het personeel van het VCET en werden acties ondernomen om daaraan tegemoet te komen. Daarover werd met hen ook overlegd en de acties werden toegelicht.

Wat het materiaal betreft, kan ik bevestigen dat er de laatste tijd problemen worden vastgesteld. Het gaat dan in eerste instantie over enkelbanden en de bewakingsboxen die in de woning worden geplaatst. Die problematiek kent de Franse Gemeenschap natuurlijk ook. Het huidige contract voor de huur van enkelbanden wordt sinds 1 juli 2014 beheerd door de gemeenschappen. Het zou aanvankelijk lopen tot 31 maart 2015. Dit betekende dat de nieuwe opdracht op 1 januari 2015 van start moest gaan, een datum die onmogelijk was geworden door de complexiteit van de nieuwe situatie na de overdracht van de bevoegdheid over het elektronisch toezicht. De huidige opdracht werd daarom onder dezelfde voorwaarden verlengd tot 30 september 2015 en vervolgens tot 1 mei 2016. Het contract met de leverancier die de enkelbanden en de bewakingsboxen levert, loopt bijgevolg op zijn einde.

De enkelbanden waarmee momenteel gewerkt wordt, zijn einde levensduur en de technische problemen nemen inderdaad toe. Die technische defecten hebben ook tot gevolg dat de voorraad bruikbaar materiaal kleiner wordt. Om prioriteit te geven aan de herstellingen van het reeds geplaatste materiaal zal het aantal nieuwe aansluitingen worden verminderd. Een verhoging van capaciteit zal daarom in de komende maanden niet mogelijk zijn. Deze tijdelijke daling moet ook de overgang naar het nieuwe materiaal makkelijker maken. Dat materiaal moet immers binnen een korte tijdspanne vervangen worden door het nieuwe materiaal.

Ik heb over de tijdelijke daling al contact gehad met federaal minister van Justitie Geens. We gaan die daling niet doorvoeren bij justitiabelen met een straf van meer dan drie jaar en degenen die in voorlopige hechtenis zitten. Dat zijn de afspraken die we hebben gemaakt. Momenteel is een actieplan uitgerold binnen het Vlaams Centrum voor Elektronisch Toezicht om het aantal nieuwe aansluitingen te beheersen en prioritair aandacht te geven aan het herstellen van bewakingsmateriaal dat reeds is geplaatst. Bovendien zullen de desactivaties opnieuw zelf worden afgehandeld op het verblijfsadres van de justitiabelen. Doordat de justitiabelen zich voor het afleveren van het bewakingsmateriaal niet langer meer naar de gevangenis moeten verplaatsen, zorgen we ervoor dat het materiaal vlugger opnieuw in omloop kan worden gebracht. Dat zal gebeuren na het uitvoeren van het nodige onderhoud.

In functie van de bespreking van de technische problemen vond er op 8 september 2015 een vergadering plaats met de huidige leverancier van het bewakingsmateriaal. Er wordt nog deze maand in een bijkomende opleiding voorzien over de installatie van het materiaal voor de teams mobiele eenheid en monitoring om de juiste werkprocedures opnieuw te overlopen. Daarnaast zal ook informatie worden aangeleverd over het omgaan met de diverse vormen van alarmen en hoe hieraan te verhelpen.

Een nieuwe opdracht voor enkelbanden werd uitgeschreven op 6 februari 2015, in samenwerking met de twee andere gemeenschappen. Daarvoor werd op 10 december 2014 een samenwerkingsakkoord tussen de drie gemeenschappen afgesloten. De nieuwe opdracht bevat een aantal verbeteringen ten opzichte van de huidige overheidsopdracht, zowel met betrekking tot het te leveren materiaal als het contract zelf. De procedure tot gunning is lopende en bevindt zich in de laatste fase. Via die overheidsopdracht zal het huidige materiaal volledig worden vervangen in het voorjaar van 2016.

Daarnaast werd het engagement aangegaan om nog dit najaar enkele nieuwe wagens voor de mobiele eenheid van het VCET aan te kopen. Dat is de eenheid die instaat voor de aansluitingen van de enkelbanden overal in Vlaanderen en die ter plaatse het materiaal controleert of herstellingen uitvoert indien nodig. Momenteel bestaat het wagenpark uit veertien wagens die werden overgeheveld van de federale overheid in het kader van de zesde staatshervorming. Al die wagens hebben intussen veel kilometers op de teller, sommige al meer dan 200.000. Die zullen prioritair worden vervangen, zelfs nog dit jaar. Daarna zal het volledige wagenpark, stapsgewijs en gespreid in de tijd, worden gemoderniseerd.

Wat de ICT-problemen betreft, werden de afgelopen maanden al veel stappen gezet om definitieve oplossingen te bieden voor de problemen die werden vastgesteld. Zo wordt er werk gemaakt van een volledige inkanteling van het VCET en ook alle justitiehuizen in het IT-netwerk van de Vlaamse Gemeenschap. Daartoe werden heel wat voorbereidingen getroffen, zoals het aansluiten van de justitiehuizen en het VCET op het Vlaamse glasvezelnetwerk en op het interne netwerk, het voorbereiden van Vlaamse builds op de pc’s, het ontsluiten van de applicaties die federaal moeten blijven via een VPN-tunnel (Virtual Private Network), het herbouwen van kernapplicaties, de voorbereiding van de migratie van de bestanden, printers enzovoort. Die voorbereidingen zijn goed opgeschoten, waardoor we, zoals gepland, eind 2015 volledig zouden kunnen migreren naar het netwerk van de Vlaamse overheid. De overige ICT-problemen proberen we nog stapsgewijs tegen medio 2016 op te lossen.

Naast de technische problemen is er inderdaad ook de kwestie van de verhoogde werkdruk binnen het VCET en de werkomstandigheden die momenteel niet de meest optimale zijn. Voor alle duidelijkheid: als je kijkt naar alles wat met elektronisch toezicht te maken heeft, is het budget waarover wij beschikken, zeker niet voldoende voor alles wat wij moeten doen, inclusief leefloon en zo meer. Dat is een globaal budget, dat in de pot zit van de werkingsmiddelen voor de justitiehuizen. Dat is de lering die we het eerste jaar trekken. Het is zeker niet van dien aard dat we het budgettair allemaal binnen die enveloppe kunnen doen. We hebben een aantal verschuivingen gedaan. Enkelbanden zitten in de staatshervorming ook als een externe kostendrijver, die we over drie jaar in onze financiering krijgen. We hebben afgesproken dat we bij de begrotingscontrole kunnen bekijken of wij tussentijds op basis van die externe kostendrijver een budgettaire aanpassing moeten doen. De fluctuatie in functie van de opdrachten is budgettair dus binnen een kader gebracht.

De leidend ambtenaar heeft onderhandeld met het gemeenschappelijk vakbondsfront. Die onderhandelingen hebben geleid tot een engagement vanwege de leidend ambtenaar, waarbij tegemoet werd gekomen aan verschillende eisen. Zo zal er snel worden overgegaan tot nieuwe aanwervingen, tot het kader conform het goedgekeurd personeelsplan van 55 personeelsleden is opgevuld. Die procedures zijn opgestart. Daarnaast is het engagement genomen om te zorgen voor de vervanging van elk bijkomend uitstromend personeelslid – door pensionering, loopbaanonderbreking, onbetaald verlof, langdurige ziekte enzovoort – zodat het kader volledig is ingevuld.

Verder moet het actieplan ervoor zorgen dat we de werkdruk beheersbaar kunnen houden voor de individuele medewerker, tot het personeelskader is ingevuld. Zoals gezegd, heb ik over het geheel van die maatregelen uiteraard afgestemd met de federale minister van Justitie.

De heer Landuyt heeft het woord.

Minister, uw antwoord was interessant, maar ik heb toch nog drie vragen, om het enigszins te begrijpen.

Wat de staking betreft, zijn de vier directieleden dus in staat om de minimale dienstverlening te verzorgen. Als er nu gestaakt wordt in de gevangenis, moeten wij politie en anderen contacteren om het werk over te nemen, maar bij deze zijn wij dus minstens geëquipeerd om aan de staking tegemoet te komen, doordat de directie de minimale dienstverlening verzorgt. Stel dat de directie dan in een volgende fase mee zou staken, is er dan in iets voorzien om dat veiligheidsprobleem op te lossen?

Een tweede vraag betreft de strafuitvoering en het veiligheidsaspect. Als ik het goed begrepen heb, is nu de afspraak met de minister van Justitie dat men inzake straffen van minder dan drie jaar hetzelfde beleid kan voeren en inzake voorhechtenis ook. Dan blijft over dat zwaar gestraften niet meer kunnen eindigen met elektronisch toezicht, omdat men op die manier die aantallen zal kunnen handhaven. Ik probeer de afspraken met de minister van Justitie te begrijpen. Of heb ik het verkeerd begrepen?

Ten derde zegt u dat uw budget beïnvloed wordt door het aantal leefloners. Hoe kunt u dat enigszins monitoren en budgetteren?

De heer Parys heeft het woord.

Ik wil nog eens vragen of de impact gekend is. Bij straffen van meer dan drie jaar en bij voorlopige hechtenis treedt er dus geen verandering op, maar dat betekent natuurlijk dat de impact op de rest groter is. Op een bepaald moment was er geen wachtlijst meer. Hebben we er nu een idee van welk effect dit zal hebben op een verlenging van de wachtlijsten?

Mevrouw Taelman heeft het woord.

Ik zat met dezelfde vraag om verduidelijking rond de straffen van meer dan drie jaar en de voorlopige hechtenis. Als ik het goed begrijp, zal de afspraak met de vakbonden geen impact hebben op de uitstroom uit de gevangenis, maar zal het er wel toe leiden dat er een wachtlijst komt voor de kort gestraften, die langer zullen moeten wachten op de uitvoering van hun straf. Klopt dat?

Minister Vandeurzen heeft het woord.

Minister Jo Vandeurzen

De inschatting is gemaakt dat als je prioriteert, dat moet gebeuren in functie van de veiligheid en de geloofwaardigheid van de strafuitvoering. Er is geoordeeld dat we de voorlopige hechtenissen en de straffen van meer dan drie jaar zo veel mogelijk moeten honoreren. Dat betekent inderdaad dat we op korte termijn die capaciteit niet op kruissnelheid kunnen laten werken.

Wat als de directie niet zou functioneren, mijnheer Landuyt? Bij mijn weten bestaan er voor het elektronisch toezicht geen regels rond een minimale dienstverlening. En eerlijk gezegd, als u het mij vraagt: in de toestand waarin wij ons nu bevinden, lijkt het mij zeer logisch dat we respect opbrengen voor het signaal dat het personeel heeft uitgezonden. Ik ben ter plaatse geweest. We kunnen niet zeggen dat daar nu in optimale omstandigheden gewerkt wordt. Er moet naar dat materiaal gekeken worden, er moeten op het vlak van ICT een aantal zaken gebeuren, en ook in de personeelskaders moeten zeker nog een aantal zaken gebeuren.

Als ik zie aan welk tempo, na de inkanteling in de Vlaamse overheid, getracht is om dat aan te pakken, wetende dat dat ook nog in overleg met de Franse Gemeenschap moet, met wie we in cobeheer zijn, dan denk ik dat de bevoegde ambtenaren proberen om daar het maximale voor te doen. Het lijkt mij aangewezen dat we proberen om de afspraken die met de syndicale organisatie gemaakt zijn, zo correct mogelijk uit te voeren. Alleen op die manier zullen we in een situatie kunnen komen dat we die capaciteit vlot kunnen laten evolueren.

De financieringswet bepaalt dat de opdrachten vanuit Justitie aanleiding kunnen geven tot het aanpassen van de dotatie, maar dat is een aanpassing die maar om de drie jaar gebeurt. Wat nu gebeurt, is dat op de interministeriële conferentie afgesproken wordt hoe we een opdracht begrijpen, hoe we dat meten, wat de nulmeting is enzovoort. Wij zullen, in functie van het aantal enkelbanden, ook een aantal kosten als kostendrijver mee opnemen in onze begroting en laten evolueren.

U vroeg ook nog naar de leeflonen, mijnheer Landuyt. Dat is een specificiteit. Voor de mensen die onder elektronisch toezicht staan, moet de gemeenschap het leefloon betalen. Dat wordt op weekbasis berekend. Collega Parys heeft daar overigens nog eens de aandacht op gevestigd. Dat is een zeer tijdrovende aangelegenheid, maar het kan niet anders, omdat dat zo snel evolueert dat er op federaal niveau blijkbaar een praktijk is ontstaan dat dat vanuit Justitie en op die manier georganiseerd wordt. U kunt van mij aannemen dat ik op de eerste interministeriële conferentie heb gevraagd of we dat systeem niet anders kunnen organiseren. We kijken nu of er tussen de gemeenschappen en de federale overheid een andere regeling kan worden getroffen. Je zou je kunnen afvragen of dat niet gewoon als een leefloon kan worden meegenomen, zoals alle leeflonen. De redenering is dat dat een gevangenisvervangende context is. Je zou dat anders kunnen bekijken, maar dat zou wel betekenen dat het via de OCMW’s loopt, met alle gevolgen van dien.

Het is iets wat we op dit ogenblik proberen te behappen. Als je alles optelt wat wij aan engagementen moeten doen – de werking van de justitiehuizen, het VCET, een aantal alternatieve straffen uit het nationale plan, de leeflonen – en je kijkt naar de dotatie, dan is dat niet voor 100 procent gematcht. Dat heeft tot gevolg gehad dat wij moesten kijken hoe we een aantal zaken deden. Het is trouwens uw partij geweest, mijnheer Landuyt, die tegen mij gefulmineerd heeft omdat ik, om een aantal investeringen in ICT te kunnen doen, in een aantal andere onderdelen van onze administratie eenmalig budget heb gemobiliseerd. Toen sprak men er schande van dat ik daarvoor geld uit Jongerenwelzijn durfde te gebruiken. Achteraf gezien denk ik dat we er wijs aan gedaan hebben om zo snel mogelijk budget te vinden om die zeer dringende vragen op te lossen. Dat zal geen impact hebben op het recurrent beschikbare budget binnen het agentschap Jongerenwelzijn.

De heer Landuyt heeft het woord.

Wat de opmerking over mijn partij betreft, minister: u kent mij lang genoeg om te weten dat ik mij nooit verantwoordelijk acht voor wat mijn partij doet. (Gelach. Opmerkingen)

Met betrekking tot de staking vind ik het bijzonder sympathiek dat u die gesteund hebt, en ik vind het nog meer sympathiek dat de directie het mogelijk heeft gemaakt dat men gestaakt heeft.

Mijn vraag was puur theoretisch. Neem nu dat er een algemene staking was geweest, hoe had dat opgevangen kunnen worden? Ik hoop dat het nooit zo ver komt en dat we niet samen die staking zullen moeten steunen. De directieleden waren solidair, maar wat indien zij ook gestaakt hadden, laat staan de minister met hen? Dat lijkt mij iets meer dan een theoretische vraag, mocht het verder slecht blijven gaan.

Als ik het goed begrepen heb, heeft de federale minister van Justitie vastgesteld dat er geen elektronisch toezicht meer geïnstalleerd kan worden voor bestraffingen van minder dan drie jaar. Betekent dat dat er voor die straffen gewoon niets meer uitgevoerd wordt?

De heer Parys heeft het woord.

Minister, u hebt daarnet iets aangehaald dat toch heel erg belangrijk is, en dat bij mij nog een extra vraag heeft opgeroepen. In de Bijzondere Financieringswet is bepaald dat wij worden betaald op basis van het aantal mandaten voor de werking van het elektronisch toezicht, zoals u hebt gezegd. Als we in de voorzienbare komende periode van 1200 naar 900 enkelbanden gaan, zullen we dan in 2019 moeten inleveren op het geld dat we daarvoor krijgen van de federale overheid? Ik weet dat men dat pas in 2019 opnieuw bekijkt, maar is daarover een afspraak gemaakt?

Mevrouw Taelman heeft het woord.

Minister, ik snap natuurlijk dat u bij een vraag om uitleg niet met tabellen en dergelijke kunt komen. Ik heb begrepen dat, als we het hele plaatje bekijken, niet uitgesplitst volgens personeel, materieel en leeflonen, er te weinig is om de kosten voor 100 procent te dragen. Ik zal daar dus gewoon nog eens op terugkomen, ofwel bij de bespreking van de begroting ofwel in een schriftelijke vraag, om daar meer duidelijkheid over te krijgen.

Ik heb nog een bedenking. Ik vind het dus een zeer spijtige zaak dat de uitvoering van die korte gevangenisstraffen momenteel in het gedrang komt. Ik begrijp natuurlijk de keuze om dat niet te doen voor de voorlopige hechtenis, omdat het alternatief de gevangenis is, en het ook niet te doen voor de straffen van meer dan drie jaar, omdat het alternatief is dat men langer in de gevangenis is, maar toch geven we daarmee een totaal verkeerd signaal.

Minister Vandeurzen heeft het woord.

Minister Jo Vandeurzen

Ja, maar ik ben uiteraard ook helemaal niet gelukkig met die situatie. Dat is heel duidelijk. We moeten zo snel mogelijk in een situatie komen waarin we op alle vragen een juist antwoord kunnen bieden. Dat is nogal evident. Om dat te kunnen, moet men echter op het vlak van ICT, van materieel, van voertuigen, van aanwervingen – en aanwervingen, dat betekent ook dat er een aantal screenings moeten gebeuren – met een behoorlijke capaciteit kunnen werken. Als je naar de timing kijkt, ook de timing waarbinnen het lastenboek is opgemaakt, dan zie je dat er toch niet bepaald tijd is verloren. Het is nu zaak om dat ook snel operationeel te krijgen, en dat, nogmaals, ook in overleg met de Franse Gemeenschap, die ter zake cobeheerder is.

Mijnheer Parys, ik zou niet echt ongerust zijn. We hebben nog wel een tijd te gaan tot 2019. In alle eerlijkheid, ik denk dat men in 2019 zal merken dat het aantal mensen onder elektronisch toezicht wat hoger zal zijn dan de nulmeting. Dat zal dus het punt niet zijn. Het punt is veeleer praktisch. We zullen die periode moeten overbruggen. Het lijkt me logisch dat, als we een nieuwe ijking hebben, die budgettaire meerontvangsten dan ook naar de algemene middelen gaan, als we ondertussen onze begroting op dat punt consequent hebben kunnen aanpassen. Dat hangt een beetje af van de vraag welke budgettaire evoluties we in de volgende jaren hebben opgevangen, van de vraag wat echt de nieuwe kosten zijn die verantwoord moeten kunnen worden geïntegreerd op het moment dat er een nieuwe aanpassing van de financiering komt.

Mevrouw Taelman, op het moment van de begrotingsbesprekingen zult u vrij goed kunnen zien hoe de budgettaire kaders zijn. Men moet zich realiseren dat we nu één jaar een zicht hebben op wat is overgekomen en wat moet worden uitgegeven. Het eerste jaar is zo’n beetje het jaar waarin men moet trachten dat op zijn juiste consequenties in te schatten. Dat is een jaar geweest met heel veel inspanningen van velen om dat toch zo goed mogelijk te organiseren. Ik denk dat we hier eerst ook in de diepte een aantal investeringen moeten doen om die start echt goed te kunnen nemen.

De vragen om uitleg zijn afgehandeld.

Vergadering bijwonen

U wil een vergadering  bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.