U bent hier

De voorzitter

De heer Parys heeft het woord.

Minister, ik wil het hebben over een uitspraak van de rechtbank die over een dieperliggend probleem gaat. Op 22 november 2012 heeft de rechtbank van Dendermonde, afdeling jeugdrechtbank, in eerste aanleg een gewone adoptie uitgesproken van een Marokkaans kind door Vlaamse ouders. Het hof van beroep in Gent vernietigde deze adoptie op 13 maart 2013. In september van dit jaar bevestigde het Hof van Cassatie die vernietiging. In regel heeft het adoptiegezin daardoor geen juridische band meer met hun eigen adoptiekind.

De Vlaamse overheid liet weten dat het de interlandelijke adopties vanuit Marokko on hold plaatst. Van 2010 tot en met 2014 vonden in Vlaanderen vier interlandelijke adopties plaats vanuit Marokko. Dat blijkt uit een schriftelijke vraag die ik eerder heb gesteld. Dat staat in schril contrast met meer dan honderd Marokkaanse kinderen die werden geadopteerd door Franstalige gezinnen uit België.

Marokko kent geen adoptieconcept zoals wij dat kennen. In Marokko wordt de ‘kafala’, een soort voogdij, uitgesproken door de rechterlijke macht: een kind kan enkel naar België komen wanneer het gaat om weeskinderen of om kinderen die verlaten zijn verklaard en onder voogdij van de overheid werden geplaatst. Pas later, wanneer de adoptieprocedure in België gestart wordt, kan of kon de kafala worden omgezet in een adoptie naar Belgisch recht.

De bevoegdheden bij interlandelijke adoptie zijn verdeeld tussen Vlaanderen en het federale niveau. In het arrest van het hof van beroep staan een aantal interessante zaken. Ik citeer: “Uit geen enkel stuk blijkt dat de Vlaamse Centrale Autoriteit inzake Adoptie Marokko heeft erkend als adoptiekanaal nadat hierover met de lokale autoriteiten in Marokko en de autoriteiten in België (ook de gerechtelijke) het nodige overleg werd gepleegd en op basis van dit overleg werd beslist om Marokko te aanvaarden als adoptiekanaal. […] Het hof kan niet anders dan de wet toepassen. Het is de verantwoordelijkheid van de Vlaamse Centrale Autoriteit inzake Adoptie indien aan kandidaat-adoptieouders beloftes worden gedaan […] die niet kunnen gehonoreerd worden in het licht van de actuele juridische situatie.” Het is uiteraard aan de rechterlijke macht om uitspraken te doen, en ik maak daar verder geen beschouwingen over. Ik wil het wel hebben over wat wordt gesteld door het Vlaamse Centrum voor Adoptie (VCA).

Heeft het VCA voldoende contacten gehad met de lokale autoriteiten in Marokko? Is er voldoende overleg geweest tussen de federale autoriteiten en het VCA? Heeft het VCA beloftes gedaan die het niet kan naleven? Is er een fout gemaakt? Is dit nog gebeurd? Hoe verklaart u de grote discrepantie tussen de adoptieprocedure in de Franse Gemeenschap en Vlaanderen voor kinderen afkomstig uit Marokko? Kan Vlaanderen via het overleg over het vervolgingsbeleid pleiten voor een consistente vervolgingsprocedure van het parket in dergelijke gevallen?

De voorzitter

Minister Vandeurzen heeft het woord.

Minister Jo Vandeurzen

Dames en heren, bij opstart van het kanaal Marokko is het VCA, samen met de Franse Gemeenschap, naar Marokko afgereisd om de betrokken actoren te spreken. Tijdens deze afreis werd de te volgen procedure afgesproken. Er werd onder andere afgesproken dat de rechter de kafala of kefala alleen uitspreekt als er een attest wordt afgeleverd dat het kind in België welkom is. Telkens als er veranderingen optraden in de voorwaarden vanuit Marokko, werd het VCA hiervan op de hoogte gesteld. Zo werd er in de loop van 2012 nog gecommuniceerd dat voortaan alleen kandidaat-adoptanten van Marokkaanse origine nog in aanmerking kwamen.

De problemen die zich in dit dossier voordoen, vinden hun oorsprong niet in de samenwerking met Marokko. Het feit dat er geen adoptie werd uitgesproken in dit dossier, in tegenstelling tot vele andere dossiers, berust op het feit dat de bepalingen in het Burgerlijk Wetboek die een omzetting van een kefala naar adoptie mogelijk maken, door het hof van beroep in Gent op een andere wijze worden toegepast dan in andere rechtsgebieden, en met name in de Waalse en Brusselse rechtbanken. Het Hof van Cassatie heeft zich jammer genoeg niet uitgesproken over welke interpretatie gevolgd moet worden.

Het VCA heeft regelmatig overleg met de Federale Centrale Autoriteit voor Adoptie, die instaat voor de erkenning van interlandelijke adopties. Dit overleg heeft tot doel ervoor te zorgen dat de adopties die omkaderd worden door het VCA vlot erkend kunnen worden. Om dit te garanderen, worden afspraken gemaakt over de te volgen procedure en de aan te leveren documenten. In het geval van adopties uit Marokko geldt deze logica niet. De Federale Centrale Autoriteit komt niet tussenbeide in dergelijke procedures, aangezien de adoptie in België wordt uitgesproken.

Een overleg met de rechtbanken heeft het VCA niet op regelmatige basis. Hiervoor werd in het samenwerkingsakkoord tussen de federale overheid en de gemeenschappen tot hervorming van de adoptie de commissie voor opvolging en overleg in het leven geroepen, waarvan ook de jeugdmagistraten deel uitmaken. Die commissie komt blijkbaar zeer zelden bijeen.

De wetgeving en de uitgewerkte procedure voor adopties vanuit Marokko is in Vlaanderen identiek aan die in de Franse Gemeenschap. Zoals ik al heb gezegd, wordt er nauw samengewerkt met de Franse Gemeenschap, die al jaren ervaring heeft met adopties uit Marokko, tijdens de totstandkoming van dit kanaal. Enige conclusie die ik hieruit kan trekken, is dat het verschil zich enkel situeert op het niveau van de rechtspraak. Waar in Wallonië en Brussel een constante rechtspraak is die de volle adoptie uitspreekt na een kefala-beslissing, acht het hof van beroep in Gent het niet mogelijk om in deze omstandigheden een gewone adoptie uit te spreken.

De Vlaamse Centrale Autoriteit zegt dat alle procedures gevolgd en nageleefd zijn. Het probleem situeert zich op het niveau van de rechtspraak die een verschillende interpretatie aan de adoptiewetgeving geeft. Het Hof van Cassatie heeft zich daar niet over uitgesproken omdat het arrest besluit tot onontvankelijkheid. Het hof van beroep in Gent neemt hierin de stelling dat hoewel artikel 361-5 van het Burgerlijk Wetboek het mogelijk maakt om te adopteren uit landen die de adoptie niet kennen, in deze gevallen nog steeds de toestemming tot adoptie gegeven moet worden door de biologische ouders of, bij gebreke daaraan, door de bevoegde overheidsinstantie in Marokko. Dit is een voorwaarde waaraan nooit voldaan zal kunnen worden, aangezien Marokko de juridische figuur van adoptie niet kent, en dus uiteraard nooit zal kunnen voorzien in een toestemming voor adoptie.

– Katrien Schryvers treedt als voorzitter op.

Minister Jo Vandeurzen

Dit dossier toont aan dat het Burgerlijk Wetboek ruimte geeft tot interpretatie over adoptie na kefala. Het lijkt me opportuun dat de rechtspraak in België op dit vlak eenduidig zou worden, maar het is natuurlijk niet aan de Vlaamse Regering of mezelf om uitspraak te doen in welke richting dit dan moet gebeuren.

Meer opportuun lijkt het me om het Burgerlijk Wetboek aan te passen zodat de rechtsonzekerheid die er nu heerst, wegvalt. Ik denk dat dit het beste wordt bekeken hetzij op het niveau van de wetgever op het federale niveau, hetzij door een casuïstiek waardoor een soort eenduidige interpretatie tot stand kan komen.

Ik beklemtoon dat de Vlaamse omkaderde adoptiedossiers uit Marokko identiek zijn aan deze van het Franstalige landsgedeelte. Ik heb uiteraard het probleem reeds aangekaart bij de federale minister van Justitie. Hij heeft de opdracht gegeven aan zijn administratie om het probleem te onderzoeken. Het komt evenwel aan de federale wetgever toe om de nodige verduidelijkingen aan te brengen binnen de internationale verplichtingen.

De heer Parys heeft het woord.

Minister, ik ben heel bezorgd omdat er verschillende interpretaties zijn van dezelfde wet. Dat betekent dat er rechtsonzekerheid bestaat voor de betrokkenen in dit geval maar ook voor anderen in de toekomst. Het is belangrijk om snel een initiatief te nemen. Ik vind het positief dat u minister Geens al hebt aangesproken en dat er op het niveau van de administratie wordt nagegaan welke voorstellen er gedaan kunnen worden. Het gaat om gezinsbanden en kinderen die in limbo worden gelaten in verband met hun juridische status.

In het jaarverslag van de Vlaamse Centrale Autoriteit heb ik gezien dat de commissie voor opvolging en overleg vorig jaar niet is samengekomen. U hebt daar ook naar verwezen. Ik vind dat bijzonder jammer omdat daar de centrale autoriteiten, de dienst Vreemdelingenzaken, de FOD Buitenlandse Zaken, de parketmagistraten, de jeugdrechters en de kabinetten in zitten. We zullen het nooit weten, maar mocht de commissie wel zijn samengekomen, was er misschien meer eenduidigheid over de interpretatie van de wet. Dan was misschien al op voorhand gesignaleerd dat er duidelijkheid moest komen door de wetgever of door het Hof van Cassatie.

Ik vraag u om uw demarche bij minister Geens zeker verder te zetten. Ik pleit er ook voor om de commissie voor opvolging en overleg toch te laten samenkomen omdat je nooit weet welke andere interlandelijke adopties in eenzelfde casuïstiek terechtkomen. Er is een rol weggelegd voor die commissie om dergelijke ongelukken te verhinderen.

Wat gebeurt er met een kind dat is geadopteerd en nu te horen krijgt dat de gewone adoptie niet kan doorgaan? Wat is de volgende stap? Wat kunnen die mensen doen? Spreken we over een vorm van pleegzorg? Waar kunnen ze terecht om enig soelaas te vinden en hun situatie te regulariseren?

Dit geval is uitvoerig in de pers geweest. Er is rechtsonzekerheid ontstaan door de interpretatie. Vanaf het moment dat het probleem ontstond, zijn de VCA en de adoptiediensten die werkzaam zijn in Vlaanderen uit veiligheidsoverwegingen terecht gestopt met het organiseren van adopties uit Marokko. Het is van belang dat er een oplossing wordt gevonden voor dit concrete geval. Voor de toekomst moet er wetgevend worden ingegrepen om zekerheid te creëren. Dat is de taak van de federale overheid. We noteren dat u daarover al contacten hebt gehad die hopelijk tot een goed resultaat zullen leiden.

Minister Vandeurzen heeft het woord.

Minister Jo Vandeurzen

Men zegt me dat die kinderen nu een tijdelijk verblijfsdocument hebben dat verlengd is en dat ze het statuut van niet-begeleide minderjarige krijgen. Er wordt gezocht naar opvang binnen dat statuut. Dat is natuurlijk helemaal niet het meest ideale, maar het is datgene waarmee kan worden gewerkt op dit ogenblik.

Zult u vragen dat de commissie voor opvolging en overleg samenkomt? (Instemming)

De vraag om uitleg is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

U wil een vergadering  bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.