U bent hier

De voorzitter

Mevrouw Van den Brandt heeft het woord.

Elke Van den Brandt (Groen)

Voorzitter, minister, geachte leden, het is intussen een tijdje geleden, maar dit heeft heel veel stof doen opwaaien. Op een bepaald moment werd aangekondigd dat er in de federale Kamer een wetsvoorstel zou worden ingediend, dat ervoor pleit om pas een volledige kinderbijslag uit te betalen aan mensen die vier jaar wettelijk in ons land verblijven. Dat is een voorstel van de N-VA. De achterliggende gedachte was dat dit de sociale zekerheid zou kunnen blijven garanderen voor alle Belgen, omdat die volgens die partij onder druk zou komen te staan door de vluchtelingenstroom. Nochtans vormen de kosten voor de kinderbijslag voor erkende vluchtelingen in ons land slechts 0,1 procent van het totale budget voor kinderbijslag. De impact op onze sociale zekerheid zal er zijn, we mogen die niet ontkennen, maar die zal niet van dien aard zijn dat onze sociale zekerheid daardoor meteen de prullenmand in vliegt. De overige 99,9 procent van die 6 miljard euro gaat namelijk niet naar vluchtelingen, en ik meen dat we als warme en zorgzame regio moeten bekijken hoe we mensen een goede start kunnen geven, en er niet enkel naar moeten kijken hoe we de eigen bevolking een goede start kunnen geven.

De bevoegdheid voor de kinderbijslag is overgeheveld naar de deelstaten. Alvast bij ons heeft dat meteen voor wat opzoekwerk gezorgd: hoe kan dit federaal zijn en waarom is dit geen Vlaams voorstel, aangezien die bevoegdheid intussen bij de deelstaten zit? De Vlaamse Regering werkt momenteel ook aan een systeem voor de regeling van de kinderbijslag. Minister, wij hopen althans dat u hard aan het werken bent daaraan.

De federale N-VA-fractie is zich daarvan bewust, maar wil toch in het kader van een goed asiel- en migratiebeleid dat kinderbijslagsysteem aanpassen. Ze zou ter zake op zoek gaan naar een juridische mogelijkheid. We hebben hierover in de plenaire vergadering een debat gehad, waarbij dat eigenlijk werd ontkracht door onze minister-president. Hij stelde dat men het regeerakkoord trouw en loyaal zou uitvoeren. Dat is positief. Minister, in dat licht ga ik ervan uit dat u negatief zult antwoorden op deze vragen.

Zal dit voorstel worden meegenomen in het uitwerken van de Vlaamse kinderbijslag? Zal er daadwerkelijk rekening worden gehouden met een eventueel federaal voorstel om de kinderbijslag pas na vier jaar volledig toe te kennen? Hoe zal de gewaarborgde kinderbijslag vorm krijgen in het nieuwe systeem? Komt er een gelijkschakeling met de reguliere kinderbijslag? Zullen alle kinderen in het Vlaamse kinderbijslagsysteem gelijk worden behandeld of zullen er verschillende categorieën worden geïntroduceerd, en wat zullen die categorieën zijn, voor de reguliere kinderbijslag, maar ook voor die gewaarborgde kinderbijslag? Zal het gaan over dezelfde systemen? Komen er in die twee systemen nog aparte categorieën?

Ziet u een federale bevoegdheid om die aanpassing te doen? Ik hoor immers zeggen dat men zal respecteren wat er in het Vlaamse regeerakkoord staat. In het federale regeerakkoord staat het niet. Stel dat er federaal daadwerkelijk een juridische mogelijkheid is en u wordt verplicht om die te volgen, dan hebt u natuurlijk wel een probleem. Hebt u hierover overleg gepland met de staatssecretaris voor Asiel en Migratie? Ik vind het immers positief dat ons asiel- en migratiebeleid wordt afgestemd op het welzijnsbeleid, dat daarover wordt nagedacht, alleen vind ik dit geen positieve manier om dat te doen. Het lijkt me echter wel constructief om na te denken over het voeren van een totaalbeleid.

De voorzitter

Mevrouw Schryvers heeft het woord.

Voorzitter, minister, geachte leden, inderdaad al enkele weken geleden heb ik een vraag ingediend over hetzelfde thema, namelijk het voorstel dat, naar ik heb begrepen, federaal intussen ook daadwerkelijk is ingediend om de voorwaarden voor de kinderbijslag te wijzigen. Het voorstel houdt in dat een volledig kindergeld enkel wordt toegekend aan mensen die vier van de jongste tien jaar in België hebben gewoond. Concreet zou het erop neerkomen dat iemand die een jaar wettelijk in ons land verblijft, recht heeft op 25 procent van het kindergeld, na twee jaar op 50 procent, na drie jaar op 75 procent, en uiteindelijk na vier jaar een volledige uitbetaling van het kindergeld zou krijgen.

Minister, dat deed meteen toch wel vragen rijzen bij ons, zeker met betrekking tot de bevoegdheid. Met de zesde staatshervorming werd de bevoegdheid met betrekking tot de kinderbijslag immers overgedragen naar de deelstaten, en is dat dus een Vlaamse bevoegdheid geworden. Ik verwijs naar artikel 5, paragraaf 1, IV, van de Bijzondere Wet tot Hervorming der Instellingen, dat stelt dat de gezinsbijslagen integraal een exclusieve persoonsgebonden aangelegenheid zijn. In de toelichting van het voorstel van de bijzondere wet wordt uitdrukkelijk gesteld dat het gaat om de volledige wetgevings-, uitvoerings- en controlebevoegdheid. In het Vlaamse regeerakkoord is met betrekking tot de kinderbijslagen de volgende bepaling opgenomen: “De bevoegdheid inzake gezinsbijslagen komt in het kader van de zesde staatshervorming over naar Vlaanderen. Dit geeft ons de kans om het huidige systeem te vereenvoudigen. (...) We behouden de geboorte- en adoptiepremie en zien kinderbijslag als een recht van het kind, ongeacht de socio-professionele status van de ouders. We maken werk van een vereenvoudiging van het huidige systeem waarbij we de rangorderegeling en leeftijdstoeslag afschaffen. Elk kind is gelijk, bijgevolg voorzien we in een gelijke basiskinderbijslag. We behouden een toeslag voor kinderen met bijzondere zorgnoden en de wezen. Om kinderarmoede te bestrijden voorzien we voor kinderen die opgroeien in een gezin met een laag inkomen in een sociale toeslag. De inkomensgrens van deze toeslag is gezinsgemoduleerd en houdt dus rekening met de gezinsgrootte. De Vlaamse overheid neemt zo snel als mogelijk de uitbetaling van de Vlaamse gezinsbijslag over van FAMIFED (ten vroegste (...) 1 januari 2016, uiterlijk (...) 31 december 2019). We voorzien hierbij in voldoende overgangstijd zodanig dat er een naadloze overgang kan gebeuren en waarbij we de gezinnen zo maximaal mogelijk van negatieve effecten vrijwaren.” Dat is de letterlijke tekst van het Vlaamse regeerakkoord.

Minister, is, gelet op de bepalingen in de Bijzondere Wet zoals opgenomen in de zesde staatshervorming, de federale overheid nog bevoegd om voorwaarden te bepalen met betrekking tot het recht op kinderbijslag? In hoeverre stroken dergelijke voorstellen met het Vlaamse regeerakkoord en de daarin bepaalde elementen in verband met de gezinsbijslagen?

De voorzitter

De heer Janssens heeft het woord.

Minister, in feite is dit debat al zonder voorwerp geworden, aangezien de minister-president bij het debat over de Septemberverklaring in de plenaire vergadering heeft gezegd dat hij als N-VA-minister-president het voorstel van het N-VA-Kamerlid in feite al verwerpt, blijkbaar nog voor hij het heeft gelezen. We hebben dat debat over de Septemberverklaring immers op 30 september in het Vlaams Parlement gevoerd, en het wetsvoorstel van mevrouw Smeyers is op 7 oktober ingediend in de federale Kamer van Volksvertegenwoordigers. Ofwel heeft mevrouw Smeyers dus niet geluisterd naar de minister-president, ofwel heeft ze nadien nog contact met hem opgenomen, is hij misschien alsnog tot voortschrijdend inzicht gekomen en heeft ze haar wetsvoorstel aangehouden. In die zin is het wel interessant. Dan rijst natuurlijk de vraag hoe ernstig dit is voor de N-VA. Hoe ver willen ze daarin gaan? Het voorstel is ingediend nadat de minister-president het in principe al in het Vlaams Parlement had verworpen, dus willen we wel eens weten hoe hard de N-VA dit ook wil spelen op het niveau van het Vlaams Parlement.

Het is ook interessant eens te informeren naar het standpunt van een andere coalitiepartner, van Open Vld. Dat idee komt oorspronkelijk van mevrouw Rutten, want zij stelde al voor om de toegang tot de sociale zekerheid van nieuwkomers te beperken. Anderen hebben hier al verwezen naar de hervorming van de kinderbijslag en naar de basisprincipes in het Vlaams regeerakkoord, ik ga dat niet herhalen.

Vanuit de Vlaamse Regering is al gereageerd: door de minister-president, maar ook door u. Enkele weken geleden liet u in een krant optekenen dat de N-VA de bevoegdheidsverdeling miskent. Want het voorstel is in de federale Kamer ingediend, terwijl kinderbijslag een Vlaamse bevoegdheid is geworden. In dezelfde krant stond ook dat u in september op de ministerraad zou hebben gevraagd of iemand aan het kindergeld zou willen raken, maar dat de N-VA toen geen kik heeft gegeven. Dat zei u zo. Ik veronderstel dat u in uw antwoord zult toelichten wat u daarmee bedoelt.

Minister, werd dit voorstel al besproken in de schoot van de Vlaamse Regering? Zo ja, wat was het resultaat van deze bespreking? Werd u inmiddels reeds gecontacteerd door de N-VA of Open Vld betreffende een eventuele hervorming van het kinderbijslagstelsel in de zin van wat in het wetsvoorstel van het federale Kamerlid staat? Indien niet, hebt u zelf al contact opgenomen met de coalitiepartners om te bespreken of en hoe dit voorstel in de discussie over de hervorming van de kinderbijslag zal worden opgenomen?

De voorzitter

Mevrouw Van den Bossche heeft het woord.

Voorzitter, minister, collega's, mijn vraag is ingegeven door het voorstel van uw coalitiepartner, daarin vrij snel bijgetreden door een andere coalitiepartner om het tot vandaag universele basisrecht van elk kind voorwaardelijk te maken. Enkel kinderen waarvan de ouders de afgelopen tien jaar minstens vier jaar hebben bijgedragen aan de sociale zekerheid zouden nog dezelfde rechten op kinderbijslag hebben.

Dat voorstel breekt met de visie dat elk kind evenveel meetelt. Er zijn twee redenen die volgens mijn fractie kunnen rechtvaardigen dat de toelage per kind varieert: omdat de opvoedingskost hoger ligt – bijvoorbeeld omdat het kind ouder wordt of omdat het kind een handicap heeft, wat verklaart waarom mijn fractie het principe van de leeftijdstoelage en van het verhoogd kindergeld voor kinderen met een beperking verdedigt –, ofwel omdat het kind gezien zijn sociaal-economische achtergrond extra compensatie nodig heeft om gelijk aan de meet te komen – wat verklaart waarom mijn fractie een kinderbijslag verdedigt die hoger ligt voor kinderen die opgroeien in armoede.

Dat de belangrijkste – of grootste – partij in de Vlaamse Regering nu onbekommerd deze principes overboord wil gooien en de gezinsbijslag niet langer ziet als een onvoorwaardelijk recht van alle kinderen, doet vrezen voor de hervorming van de kinderbijslag die op stapel staat. Dat ook uw andere regeringspartner lijkt mee te stappen in dat verhaal en de kinderbijslag voorwaardelijk wil maken, helpt natuurlijk niet om onze ongerustheid weg te nemen. Zo lijken twee partners in de regering de principes die zijn afgesproken in het regeerakkoord en in uw beleidsbrief nogal vlot overboord te gooien. Het zal niet eenvoudig zijn om een hervorming van de kinderbijslag uit te werken waarmee uw coalitiepartners het eens zullen zijn. Ik mag hopen dat u ons kunt garanderen dat u voor hen niet overstag zult gaan.

Minister, kunt u garanderen dat aan het principe dat de kinderbijslag een onvoorwaardelijk recht is van elk kind, op geen enkele manier zal worden geraakt? Op welke manier wilt u de kinderbijslag aanwenden om kinderarmoede te bestrijden? Worden in de scenario’s en de simulaties die u laat uitvoeren ter voorbereiding van de hervorming van de kinderopvang ook simulaties uitgevoerd die kinderbijslag op een of andere manier voorwaardelijk maken? Als dat het geval is, welke zijn dat dan? Hoe ver staat het werk ter hervorming van de kinderbijslag? Is er al meer zicht op de precieze tijdslijn van de hervorming, en op de aard ervan? Op welke principes baseert u zich om de nieuwe kinderbijslagen vorm te geven?

De voorzitter

Minister Vandeurzen heeft het woord.

Minister Jo Vandeurzen

Voorzitter, collega's, het nieuwe Vlaamse kinderbijslagsysteem zal vertrekken van de principes opgenomen in het Vlaams regeerakkoord. Het basisprincipe dat aan de grondslag ligt van de toekomstige Vlaamse kinderbijslag, stelt dat kinderbijslag het recht van het kind is. De beleidsnota 2014-2019 Welzijn, Volksgezondheid en Gezin bevestigt dit. Een onvoorwaardelijk recht staat dan ook haaks op het opleggen van verblijfsvoorwaarden, voorwaarden met betrekking tot afkomst of statuut of een fasering van de uitbetaling van de kinderbijslag. Voorwaarden zijn onverenigbaar met het Vlaams regeerakkoord. De band met het sociaal-professioneel statuut dat aan de grondslag ligt van het huidige kinderbijslagsysteem, wordt verbroken. Dat leidt onvermijdelijk tot het verdwijnen van de gewaarborgde gezinsbijslag. Er komt één globaal systeem. De loskoppeling van de kinderbijslag en het sociaal-professioneel statuut leidt ertoe dat elk kind met een wettelijk verblijf in Vlaanderen recht zal hebben op kinderbijslag.

Het federale voorstel houdt inderdaad geen rekening met de bevoegdheidsverdeling zoals bepaald in de Bijzondere Wet tot Hervorming van de Instellingen van 8 augustus 1980. Die wet draagt de grondwettelijk verankerde bevoegdheid inzake de gezinsbijslagen over aan de Vlaamse Gemeenschap. In de huidige transitiefase kunnen inzake essentiële elementen van de kinderbijslag geen wijzigingen worden aangebracht, tenzij via een samenwerkingsakkoord met de andere bevoegde entiteiten. Ik werd niet gecontacteerd inzake voorstellen die het recht van het kind als grondslag van een Vlaamse kinderbijslag wensen te herroepen. Evenmin is hierover overlegd met de staatssecretaris bevoegd voor het asiel en de migratie.

De minister-president heeft tijdens de bespreking van de Septemberverklaring in het Vlaams Parlement met betrekking tot de kinderbijslag uitdrukkelijk bevestigd dat een kind een kind is en dat geen afwijkingen op dit principe in het Vlaams regeerakkoord zijn opgenomen. Tijdens de besprekingen over de acties van de Vlaamse Regering met betrekking tot de vluchtelingenproblematiek kaartte ik het thema aan. De Vlaamse Regering sprak af dat in de huidige context geen initiatieven worden genomen, zoals nagaan of er een samenwerkingsakkoord moet worden gesloten. Inzake ons vluchtelingenbeleid wordt de vigerende wetgeving gewoon toegepast. Er werden geen afwijkingen op het aangehaalde basisprincipe gevraagd en bijgevolg ook niet opgenomen in het afgesproken maatregelenpakket.

Vlaanderen grijpt met de overheveling van de kinderbijslag alleszins de opportuniteit aan om de ondersteuning van gezinnen doelmatiger aan te pakken en een geïntegreerd gezinsbeleid uit te werken. We zullen daartoe diverse beleidskaders beter op elkaar afstemmen. In de schoot van de Vlaamse Regering zijn we bezig met de voorbereiding van het nieuwe Vlaamse kinderbijslagsysteem. De besprekingen vertrekken van de principes van het Vlaams regeerakkoord. Naast het reeds vernoemde recht van het kind, bevat het Vlaams regeerakkoord ook andere principes: de afschaffing van de rangorde en de leeftijdstoeslag, de invoering van een sociale toeslag voor gezinnen met een laag inkomen om kinderarmoede te bestrijden en het behoud van de toeslag voor kinderen met een ondersteuningsnood en voor wezen. Ook de geboorte- en adoptiepremie blijft behouden.

Het Vlaams regeerakkoord onderschrijft ook het principe dat kinderbijslag wordt ingezet als instrument in de strijd tegen kinderarmoede. Wij onderschrijven de doelstelling die de beleidsnota 2014-2019 Armoedebestrijding herneemt om het aantal kinderen dat in armoede wordt geboren te halveren. Kinderbijslag is een belangrijke hefboom die de Vlaamse Regering ter beschikking heeft om deze doelstelling te behalen. Er worden dan ook geen voorwaarden opgenomen in de simulaties met betrekking tot de kinderbijslag.

Elke Van den Brandt (Groen)

Ik dank u voor het duidelijke antwoord. Ik vind het goed dat de Vlaamse Regering niet meegaat in die aanpak. De zaak lijkt afgehandeld. Ik volg op hoe het wetsvoorstel in de Kamer wordt aangepakt, en welke juridische invalshoek wordt gezocht. Als er geen vraag is geweest om te overleggen over een samenwerkingsakkoord en er ook geen intentie is om dat te doen, dan lijkt dit dus van de baan te zijn.

De hervorming van het kinderbijslagsysteem is dat nog niet. U herhaalt nog eens de afspraken die in het regeerakkoord zijn opgenomen. Wat is de stand van zaken? Welke timing hanteert u om met een conceptnota naar het Vlaams Parlement te komen? Hier somde u erg algemene punten op. Hoe groot zal de toeslag zijn? Wie zal die toeslag krijgen? Wordt dat een uniforme of een degressieve toeslag? Ik heb begrepen dat er een studie over de levensduurte en de leeftijdstoeslag wordt uitgevoerd.

Mijn laatste opmerking is deze: als we kinderbijslag echt als een instrument in de strijd tegen kinderarmoede willen aanwenden, dan is een veel progressiever systeem nodig, met de hoogte van de kinderbijslag in functie van het gezinsinkomen en het vermogen. Groen heeft ter zake een model uitgewerkt, en de KU Leuven heeft een berekening gemaakt waaruit blijkt dat dit het meest efficiënte model is om kinderarmoede aan te pakken. Ik hoop dus dat u dat voorstel alsnog ernstig neemt.

U fronste de wenkbrauwen toen ik mijn vraag over de studies stelde. Ik herformuleer die vraag: kunnen wij een exhaustieve lijst krijgen van alle studies inzake de kinderbijslag die het kabinet of de administratie hebben besteld – van wie best betaalt, tot welk type van bijslag is aangewezen? We kunnen daar dan vragen over stellen.

Minister, uw antwoord is heel duidelijk. We zijn er erg tevreden mee.

Minister, ik onthoud uit uw antwoord vooral twee zaken. Een: u bevestigt dat het voorstel van de N-VA een bevoegdheidsoverschrijding is. Uw coalitiepartner heeft eigenlijk een bizar voorstel gedaan, want het komt neer op een pleidooi voor de herfederalisering van een Vlaamse bevoegdheid. Twee: dit voorstel van de Kamerfractie van de N-VA mag worden toegevoegd aan het rijtje van voorstellen dat ten behoeve van de achterban via de pers wordt verspreid, maar uiteindelijk in de regering of het parlement geen boter bij de vis oplevert.

We zullen in elk geval een initiatief nemen om een gelijkaardig voorstel in dit Vlaams Parlement in te dienen. Hier hoort de discussie thuis. Zo willen we tegemoetkomen aan de bekommernissen van zowel de voorzitster van Open Vld Rutten als aan die van de initiatiefnemer van het N-VA-voorstel, alsook aan hun beider fracties. Zo willen we hen de kans geven om zich hier in het Vlaams Parlement alsnog uit te spreken over hun voorstellen over de beperking van de toegang tot kinderbijslag voor nieuwkomers.

Ik druk mijn waardering uit voor het feit dat stelt dat u onder druk niet zult bezwijken en dat u het onvoorwaardelijk recht zult blijven waarborgen. Maar mijn vraag over de timing blijft relevant. Ik vrees immers dat u weinig ruimte krijgt om een hervorming door te voeren als u niet tegemoetkomt aan die toch wel luid verkondigde eis van een belangrijke coalitiepartner, die daarin bovendien wordt bijgetreden door een andere.

Kinderbijslagen zijn er. Er is geen man overboord als er geen hervorming komt en als ze blijven wat ze zijn. In dat geval blijven de leeftijdstoeslagen dan ook bestaan. Ik herinner u er graag aan: zolang u geen voorstel op tafel legt dat tegemoetkomt aan wat uw partners willen, blijft het huidige systeem in stand. En over dat systeem zijn heel wat mensen behoorlijk tevreden. In dat geval is er eigenlijk niets aan de hand. Dat betekent dat u dus in een vrij comfortabele positie zit, ondanks het feit dat uw partners er anders over denken. Laat u zich dus vooral niet opjagen: zolang u niets onderneemt blijft het systeem, dat behoorlijk goed werkt, bestaan. Ik hou mijn hart vast voor de eventuele wijzigingen. Mocht u het beter kunnen maken, graag. Maar zolang dat niet kan, behoudt u wat mij betreft maar beter wat er al is.

Ik geef vanuit mijn fractie enkele opmerkingen en weerleggingen van antwoorden of vragen die ik hier heb gehoord.

Mevrouw Smeyers heeft dit op federaal niveau ingediend omdat zij het op het niveau van het verblijf bekijkt. Dat is nog steeds een federale aangelegenheid. Ook de thema’s asiel en migratie zitten nog altijd op het federale niveau. Zij wilde een signaal geven dat wij niet blind mogen zijn voor wat er allemaal gaat komen. We zien dat de huidige instroom aanhoudt. Het is meer dan ooit nodig om te bekijken hoe we onze sociale zekerheid kunnen beschermen, willen we de draagkracht ervan niet langzaam zien eroderen.

Ik hoor verschillende collega’s zeggen dat wij niet elk kind gelijk willen behandelen. In ons voorstel staat duidelijk dat het systeem geldt voor elk kind, of het nu gaat over een kind van een vluchteling of een arbeidsmigrant of een gezinshereniging of een Vlaming. Na vier jaar wettig verblijf in ons land zal ieder kind een volledige kinderbijslag krijgen. Elk kind krijgt hiermee een zelfde behandeling. Op dit moment krijgen kinderen van vluchtelingen en subsidiair beschermden vanaf dag één een gewaarborgd kinderbijslag, terwijl kinderen van geregulariseerden, gezinsherenigers en arbeidsmigranten dat pas na vier jaar krijgen. Dit werd in 1984 ingevoerd door de CVP. Met dit voorstel wordt dit gelijkgetrokken en zal elk kind gelijk worden behandeld.

Mevrouw Van den Brandt, uw cijfer van 6 miljoen euro dateert van 2013. Als wij, met de cijfers die we nu hebben, nieuwe berekeningen zouden maken, zou het gaan om 90 miljoen euro per jaar. Dat is toch wel een heel groot verschil.

Mevrouw Van den Brandt, u vraagt zich ook af of het juridisch al dan niet kan. Wij denken dat dit juridisch een goede kans maakt omdat wij in Denemarken een gelijkaardig systeem toegepast zien.

Mevrouw Van den Bossche, u stelt dat kinderen enkel en alleen de kinderbijslag zouden krijgen als hun ouders in dit land zouden werken en bijdragen. U hebt het voorstel niet goed gelezen en wilt misschien opnieuw aan paniekzaaierij doen. (Opmerkingen van Freya Van den Bossche)

Het gaat er niet om dat die mensen moeten bijdragen tot de sociale zekerheid. Er staat nergens in dat die mensen hier moeten werken. Het gaat over een wettig verblijf. In onze ogen bestaat er toch een grondig verschil tussen het verblijf en de bijdrage tot de sociale zekerheid. U vermeldt ook dat een kindje van een mama van 18 jaar die nooit heeft gewerkt, ineens geen kinderbijslag meer zou krijgen. Dat is natuurlijk helemaal niet waar. Dat staat er helemaal niet in.

Minister Vandeurzen, u hebt het over de bezorgdheid over de kinderarmoede van mevrouw Van den Bossche. In het regeerakkoord staat inderdaad dat de sociale toeslag behouden zal blijven. Wat betreft armoede, wil ik toch benadrukken dat de ouders van deze kinderen jaar na jaar recht hebben op de kinderbijslag die ze zullen opbouwen. Zij worden zeker niet uitgesloten in dit systeem. We zullen bekijken hoe er vormen van bijdragen vanuit het OCMW mogelijk zijn, betaalbaar onderwijs, begeleiding enzovoort. Zeggen dat die kinderen volledig worden uitgesloten, vinden wij een brug te ver.

De voorzitter

Mevrouw Saeys heeft het woord.

De gezinsbijslag is bedoeld als een bijdrage van de overheid in de opvoeding van kinderen. Voor ons moet de gezinsbijslag dan ook bijdragen tot de ontwikkeling en het welzijn van kinderen, tot hun opvoeding tot een vrij en zelfstandig mens die zijn plaats in de maatschappij kan innemen.

De discussie van vandaag maakt volgens ons deel uit van de hervorming van de gezinsbijslag die werd afgesproken door de Vlaamse Regering. Elk debat over de voorwaarden tot toegang tot gezinsbijslag moet dan ook op het Vlaamse niveau worden gevoerd.

Daarnaast willen wij ook linken leggen naar sectoren die een impact hebben op de ontwikkeling van kinderen, zoals onderwijs. We moeten nadenken over voorwaarden zoals inschrijving op school. Door vanaf zeer jonge leeftijd voorwaarden te koppelen aan de uitkering van kinderbijslag geven we kinderen meer kansen. Zo leren ze sneller de taal en hebben ze ook meer kans op een goede ontwikkeling.

De voorzitter

Minister Vandeurzen heeft het woord.

Minister Jo Vandeurzen

Ik ben natuurlijk enorm gecharmeerd door het feit dat mijn goede collega mevrouw Van den Bossche vindt dat ik mij niet moet laten opjagen. Ik vind het tof dat ik dat eens van de oppositie mag horen!

Collega’s, u weet allemaal even goed als ik dat die kinderbijslag een dubbele finaliteit heeft. Langs de ene kant is zij een tegemoetkoming in de kosten van de opvoeding van kinderen. Dat is evident. Langs de andere kant is het ontegensprekelijk ook een instrument in de strijd tegen de kinderarmoede. Dat is de reden waarom in het regeerakkoord het recht van een kind een basis vormt. De sociale toeslag wordt op twee criteria gemoduleerd: de gezinsgrootte en het inkomen. Het is normaal dat de minister de hoeder is van het regeerakkoord en probeert om dat op een correcte manier uit te voeren.

Mevrouw Van den Brandt, in de huidige regelgeving is het zo dat u studies die afgerond zijn en tot de openbaarheid van bestuur behoren, van harte kunt consulteren. Ik heb er geen probleem mee dat ze publiek gemaakt worden. U moet nu echt niet denken dat er bij mij een stapel berekeningen ligt. Dat is niet het geval. Als dat in de voorbereiding is, in het kader van deliberaties en keuzes, zijn dat documenten die ondersteunend zijn voor de opbouw van het concept dat we moeten ontwikkelen. Ik zal proberen om in de loop van 2016 voldoende funderingen te presenteren om die transitie legistiek mogelijk te maken. Dat lijkt mij evident. Als de openbaarheid van bestuur kan worden toegepast, is dat uiteraard geen enkel probleem.

Toch moet ik nog even iets nuanceren over studies over de kosten van de opvoeding. Het is de bedoeling dat we proberen te achterhalen – ook aan de hand van het beschikbare materiaal – of we daarover een aantal gegevens kunnen verzamelen. Ik heb niet gezegd dat wij daar een specifieke studie naast gaan zetten. Ik heb wel gezegd dat Kind en Gezin uiteraard zal zoeken naar de beschikbare documentatie. Dat zijn dingen die door derden zijn gemaakt, die ons op dat vlak kunnen helpen bij het onderbouwen van ons verhaal.

De voorzitter

Mevrouw Van den Brandt heeft het woord.

Elke Van den Brandt (Groen)

Hier worden twee debatten gevoerd. Het debat over de toekomst van ons kinderbijslagsysteem vind ik zeer belangrijk en relevant. Ik kijk uit naar het moment dat we stappen vooruit zetten. Een groot aantal vragen blijven verder gaan dan het regeerakkoord zelf. Daarnaast is er het debat over hoe je omgaat met de nieuwkomers. Ik sta hier in alle eerlijkheid met verstomming te luisteren naar de bijdrage van de N-VA. Ik begrijp niet waar we nu naar toe gaan. Wat is de bedoeling? Zal er dan toch op federaal niveau worden gezocht naar een juridische angel om het gedaan te krijgen en om zo de arm van de Vlaamse Regering om te wringen, of zullen we oprecht loyaal zijn aan het regeerakkoord? U kunt van de oppositie geen loyaliteit aan het regeerakkoord verwachten. Ik ben loyaal aan het basisprincipe dat ieder kind recht heeft op kinderbijslag. Dat is niet uit een of andere overdreven ondersteuningsdrang, maar omdat er een reële nood is. Waarom geven wij aan kinderen die langer dan vier jaar in ons land zijn een kinderbijslag? Omdat wij ervan overtuigd zijn dat dat hun kwaliteit van leven en hun start in het leven zal versterken. Wij willen dat ook voor mensen die minder dan vier jaar in ons land zijn en die hier een wettig verblijf hebben. Ook deze mensen, deze kinderen, hebben recht op een goede start en op een kinderbijslag. Zo kunnen we vermijden dat ze in kinderarmoede terechtkomen.

U zegt dat wij andere manieren hebben om hen te ondersteunen. Ze mogen naar school gaan en allemaal van die dingen. Allemaal goed en wel. Natuurlijk mag dat, het zou er nog aan mankeren. Maar die kinderbijslag is een hoeksteen. Dat is ook een sluitstuk om kinderen een goede start te geven. Ontneem kinderen dit instrument niet.

U zegt dat mijn cijfers niet kloppen en dat u andere cijfers hebt. Het kan zijn dat de N-VA andere berekeningen maakt en dan plots op 90 miljoen euro uitkomt. Ik vertrek van reële cijfers die we begrotingsgewijs hebben kunnen opvragen. Als u denkt dat daar zo’n fout op zit, denk ik dat de cijfers van de N-VA nagerekend moeten worden in plaats van de begroting van de Federale Regering.

De voorzitter

Mevrouw Schryvers heeft het woord.

In het regeerakkoord staat duidelijk omschreven dat Vlaanderen de bevoegdheden zo ruim mogelijk zal invullen. Voor kinderbijslag is dat heel duidelijk. Er is zelfs geen maximaal gebruik van eigen bevoegdheden nodig om te stellen dat Vlaanderen bevoegd is voor deze invulling. Dat is heel duidelijk.

Minister, u hebt de dubbele finaliteit van de kinderbijslag goed geschetst: een bijdrage tot de opvoeding maar ook tot de strijd tegen kinderarmoede. Voor ons zijn de loskoppeling van het sociaal-professioneel statuut van de ouders en de betaling van een bijdrage belangrijk. Vandaag kennen wij in Vlaanderen allemaal gezinnen die hier al altijd hebben gewoond en die ook geen bijdrage hebben geleverd, en die moeten genieten van de gewaarborgde kinderbijslag.

De voorzitter

De heer Janssens heeft het woord.

Ik heb nog twee korte reacties ten aanzien van mijn collega’s van de N-VA en Open Vld. Bij Open Vld ontloopt men het debat liever en zal men geen enkel initiatief ter zake meer nemen. En mevrouw van der Vloet, u zegt dat wij niet blind mogen zijn voor wat er gaat komen. Dat is uiteraard juist en heel interessant. Maar waarom neemt u dan geen initiatief in de Vlaamse Regering? Waarom blijft het bij stoere praat in de krant en geeft u daar geen gevolg aan in het beleid, waar u nochtans ministers en zelfs de minister-president kunt afvaardigen? In het wetsvoorstel staat dat het niet te verklaren valt dat personen die nog niet hebben bijgedragen tot het systeem, wel meteen ten volle ervan kunnen genieten. Die bedenking is juist en zou een groot draagvlak in Vlaanderen krijgen. Maar wat u of uw partij in het federale wetsvoorstel aanklaagt, brengt u op het Vlaamse niveau in de praktijk. Erger nog, op de plaats waar u bevoegd bent, met name in de Vlaamse Regering, neemt u geen enkel initiatief om hieraan tegemoet te komen. Dat kan ik enkel ten zeerste betreuren.

De voorzitter

De vragen om uitleg zijn afgehandeld.

van Freya Saeys aan minister Jo Vandeurzen
2910 (2014-2015)
Externe sprekers
Gwendolyn Portzky (coördinator Vlaams Expertisecentrum Suïcidepreventie (VLESP)) en Kirsten Pauwels (directeur Centrum ter Preventie van Zelfdoding (CPZ))
van Piet De Bruyn aan minister Jo Vandeurzen
2918 (2014-2015)
Externe sprekers
Gwendolyn Portzky (coördinator Vlaams Expertisecentrum Suïcidepreventie (VLESP)) en Kirsten Pauwels (directeur Centrum ter Preventie van Zelfdoding (CPZ))
4 (2015-2016)
Externe sprekers
Jo Vandeurzen (Vlaams minister van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin), Gwendolyn Portzky (coördinator Vlaams Expertisecentrum Suïcidepreventie (VLESP)) en Kirsten Pauwels (directeur Centrum ter Preventie van Zelfdoding (CPZ))
van Elke Van den Brandt aan minister Jo Vandeurzen
3089 (2014-2015)

Vergadering bijwonen

Wegens de Coronacrisis vinden de plenaire vergaderingen op woensdagen (14u) plaats met een beperkt aantal volksvertegenwoordigers. De overige parlementsleden kunnen van thuis uit digitaal stemmen. De plenaire vergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 
De publiekstribune is toegankelijk.

De commissiewerkzaamheden zullen voor het grootste deel digitaal en via videogesprekken gebeuren. Als de werkzaamheden het vereisen, vinden sommige vergaderingen fysiek plaats. Alle commissievergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 

U kunt steeds de vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.