U bent hier

De heer De Loor heeft het woord.

Voorzitter, minister, collega’s, we kunnen er de laatste jaren bijna gif op innemen: eind augustus trekt de Vereniging van Vlaamse Steden en Gemeenten (VVSG) aan de alarmbel omdat de federale overheid opnieuw talmt met het versturen van de eerste belastingafrekeningen van het aanslagjaar 2015.

Een rechtstreeks gevolg daarvan is dat de lokale besturen, de gemeenten en de steden, heel lage bedragen inzake aanvullende personenbelastingen doorgestort krijgen. Dit veroorzaakt bij almaar meer lokale besturen thesaurieproblemen. Er duiken dan berichten op van gemeentebesturen die kortlopende kredieten moeten aangaan om bijvoorbeeld hun personeel te kunnen betalen. Dat was deze zomer niet anders, dat kwam uitvoerig aan bod in de media.

Niet zelden worden dan bovendien de lokale bestuurders met de vinger gewezen alsof ze de rekeningen niet op orde zouden hebben. En dit terwijl Vlaanderen dezelfde gemeenten via de beleids- en beheerscyclus (BBC) aanspoort om veel aandacht te hebben voor een optimaal kasbeheer. Ik vind dat terecht, maar dan moet er toch wat zekerheid zijn over de inkomsten.

In september verscheen in Lokaal een meer dan lezenswaardig artikel waarin wordt blootgelegd dat de wisselvalligheid van de jaarlijkse APB-ontvangsten (aanvullende personenbelasting) de voorbije jaren alleen maar is toegenomen, maar niet omdat de totale ontvangsten wisselend zouden zijn, wel integendeel. De totale APB-ontvangsten vertonen een zo goed als constant stijgende lijn. Alles hangt af van de wispelturige snelheid van de inkohiering en de hieraan gekoppelde doorstorting.

Minister, dit alles is natuurlijk een verantwoordelijkheid van de Federale Regering, maar het is ook niet de eerste keer dat dit probleem in deze commissie wordt aangekaart. U hebt in het verleden al engagementen aangegaan. We hadden het er trouwens nog over op 28 april van dit jaar.

U antwoordde toen: “Mijnheer De Loor, ik heb beloofd contact te zullen opnemen met federaal minister Van Overtveldt om hem te vragen hoe hij deze problematiek zal oplossen. Uiteraard heb ik dat ook gedaan en meer dan een keer. Ik heb hem ook duidelijk gemaakt dat dit vervelend is voor de Vlaamse lokale besturen.

Minister Van Overtveldt heeft beloofd daaraan te werken. Hij heeft nog voor de zomer van dit jaar een initiatief beloofd. Dat gebeurt voor de zomer omdat de lokale besturen ongeveer begin september beginnen met hun budgetopmaak. Het zou dan ook goed zijn indien er een duidelijke raming zou zijn die deze keer net iets waarheidsgetrouwer is dan deze uit het verleden.

Ik deel de zorg van deze commissie. Ik heb gedaan wat ik had beloofd te zullen doen. Ik kan alleen afwachten of minister Van Overtveldt zijn engagementen ten aanzien van de Vlaamse Regering en van mijzelf als minister nakomt. Indien hij dat niet doet, zal ik opnieuw aan de alarmbel trekken.”

Minister, ook weerkundig ligt de zomer ondertussen achter ons. Uit een recente discussie in de commissie Financiën en Begroting meen ik te kunnen opmaken dat er alsnog geen regeling is.

Vindt u dat minister Van Overtveldt zijn engagementen ten aanzien van de Vlaamse Regering en ten aanzien van u als minister is nagekomen? Zo niet, hebt u dan, zoals beloofd, opnieuw aan de alarmbel getrokken? Steunt u de vraag van de VVSG om een systeem van vaste voorschotten in te voeren? Vindt u ook dat het niet langer verantwoord is dat de federale overheid de Vlaamse gemeenten ruim 19 miljoen euro laat betalen voor haar werk om de APB te innen? Bent u bereid om te onderhandelen met minister Van Overtveldt om deze kosten niet langer aan te rekenen, zoals dat ook niet gebeurt voor de gewesten?

Minister Homans heeft het woord.

Voorzitter, ik zal niet al te lang antwoorden, want deze vraag werd op 15 september al gesteld. Dat weet u ook, mijnheer De Loor, u verwees er zelf naar. Toen heeft uw collega, Jan Bertels, ook van de sp.a-fractie, exact dezelfde vraag gesteld in de commissie Financiën en Begroting. U hebt mij nu een aantal concrete bijvragen gesteld, daar zal ik op antwoorden. Ik vind het toch bizar, voorzitter, dat op drie weken tijd identiek dezelfde vraag in twee commissies moet worden beantwoord.

Mijnheer De Loor, ik ben het fundamenteel met u oneens wanneer u zegt dat minister Turtelboom niet zou hebben geantwoord op de vraag en niet is ingegaan op de vraag of er al overleg is geweest. Ik heb het verslag van de desbetreffende commissievergadering mee. Er staan heel duidelijke paragrafen in waarin minister Turtelboom wel degelijk zegt dat er op meer dan regelmatige basis overleg is geweest, niet alleen met de Federale Overheidsdienst (FOD) Financiën, maar ook met minister Van Overtveldt. Als u hier nu komt beweren dat dat niet waar is, dan staat er ofwel iets verkeerds in het verslag, ofwel neemt u een loopje met de waarheid.

Ik kom tot mijn concrete antwoord op uw vraag. Ja, we hebben op meerdere momenten overleg gehad. De laatste keer dat we overleg hebben gehad, was op 22 juni 2015. U vraagt wie daar allemaal bij aanwezig was, maar ik zal mijn mensen niet bij naam noemen – als u mij dat wilt vergeven. Er waren medewerkers bij van mijn kabinet en van het kabinet-Turtelboom, er waren ook medewerkers van het kabinet-Van Overtveldt bij en een aantal mensen van de FOD Financiën.

U weet blijkbaar niet dat er midden augustus naar elke gemeente, dus ook naar uw gemeente Zottegem en naar mijn eigen stad Antwerpen, een brief is verstuurd vanuit de FOD Financiën. Ik heb de brief bij me. Misschien hebt u die gezien, misschien ook niet. In de brief staan twee belangrijke mededelingen. De FOD Financiën deelt in de brief mee dat op vraag van minister Van Overtveldt ook dit jaar, 2015 dus, een voorschot zal worden toegekend aan de steden en gemeenten die getroffen worden door de latere inkohiering. Een tweede belangrijke mededeling in het schrijven is dat de FOD Financiën belast is met: “het opzetten van een systeem van voorschotten om een structurele oplossing te voorzien voor deze problematiek vanaf het aanslagjaar 2016”.

Ik heb u al gezegd, mijnheer De Loor, dat ik samen met minister Turtelboom onze verantwoordelijkheid en de beloftes die ik tegenover u heb gedaan, heb nageleefd. We hebben overleg gepleegd met collega Van Overtveldt. U noemt de VVSG in uw vraag, maar, voor alle duidelijkheid, de VVSG is absoluut voorstander van voorschotten. Ook de federale overheid heeft nu heel duidelijk in het schrijven van midden augustus 2015 aan de lokale besturen laten weten dat ze wel degelijk met voorschotten zullen werken. U weet, mijnheer De Loor, dat ook wij dat doen vanuit de Vlaamse overheid ten aanzien van de lokale besturen, maar dan eerder als het gaat over bijvoorbeeld de onroerende voorheffing (ov). Dan gebeurt dat ook.

En dan is er uw laatste vraag. Excuus, mijnheer De Loor, maar de administratiekost, van – als ik me niet vergis – 1 procent, die de federale overheid aanrekent, bestaat al tientallen jaren. Dat is niet nieuw. Dat hebt u ook altijd getolereerd toen u nog federale en Vlaamse regeringsverantwoordelijkheid droeg. Staat u me toe om te zeggen dat ik de laatste vraag toch een klein beetje vreemd vind.

De heer De Loor heeft het woord.

Minister, ik dank u voor het antwoord. Ik stel vast dat u als minister bevoegd voor het binnenlands bestuur, samen met uw collega Turtelboom niet voldoende anticipeert op de problemen van de steden en gemeenten. De vraag naar een oplossing nog voor de zomer, werd hier kamerbreed gedragen. U zei ook in uw antwoord op 28 april in deze commissie dat er nog voor de zomer een oplossing zou komen. Die is er niet. Nu verwijst u naar volgend jaar. Blijkbaar anticipeert u niet voldoende op de problemen van de steden en gemeenten.

U zegt ook dat de vraag opnieuw aan bod komt nadat ze eerst werd gesteld in de commissie Financiën en Begroting, en dat op drie weken tijd. Wel, de vraag dateert inderdaad van 15 september. En ik denk dat u toch ook weet, minister, dat de maanden september en oktober cruciale maanden zijn voor de opmaak van de budgetten. Ook in mijn vorige vraag is dit al aan bod gekomen. U gaat er weer heel licht over, waardoor u weer uit uw rol valt van belangenbehartiger van de steden en gemeenten. Ik verwacht van u als minister van Binnenlands Bestuur een meer proactieve houding in dezen.

Wat me bijzonder tegenvalt, is dat ik in u geen medestander vind voor wat betreft de administratiekosten voor de inning van de APB. U bent geen medestander om erop aan te dringen om ze te laten vallen voor de steden en gemeenten, zoals dat trouwens wel gebeurt voor de dienstverlening aan de gewesten.

In feite wordt hier met twee maten en twee gewichten gewogen. U verwijst naar het verleden. Zo kan ik u ook een verhaaltje vertellen over iets dat in het verleden zo was. Ik dacht dat uw partij stond voor de kracht van de verandering, maar u verwijst naar het verleden. En u verdedigt ook voor de toekomst de twee maten en gewichten. En waar komen die gewichten weer eens terecht? Op de schouders van de lokale besturen. Dat lijkt me toch een beetje van het goede te veel.

De vraag om uitleg is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

U wil een vergadering  bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.