U bent hier

Mevrouw Schryvers heeft het woord.

Voorzitter, minister, dames en heren, in de reglementering over begraafplaatsen en lijkbezorging zijn er de voorbije jaren, zeker in de vorige legislatuur, door initiatieven van collega’s en van mezelf een aantal zaken bijgestuurd. Dat gaat allemaal in de richting van meer zelfbeschikking bij de bepaling van de manier waarop mensen begraven willen worden en een afscheidsritueel willen. Dat is een maatschappelijke evolutie. Als parlement hebben we ter zake signalen willen geven.

Mijn vraag betreft de manier waarop uitvoering is gegeven aan die decretale bepalingen. Volgens artikel 15, paragraaf 1, van het decreet van 16 januari 2004 kan iedereen die de leeftijd van 16 jaar – vroeger was dat 18 – heeft bereikt, vrijwillig een schriftelijke kennisgeving van zijn laatste wilsbeschikking overmaken aan de ambtenaar van de burgerlijke stand van zijn gemeente. Het artikel bepaalt: “Die laatste wilsbeschikking kan handelen over de wijze van lijkbezorging, de asbestemming, het ritueel van de levensbeschouwing voor de uitvaartplechtigheid, evenals over de gemeente waar men begraven wil worden of de gemeente waar de as begraven, uitgestrooid of bijgezet moet worden, evenals over de vermelding van het bestaan van het uitvaartcontract.” Dat laatste werd later toegevoegd.

De ambtenaar van de burgerlijke stand die de verklaring ontvangt, maakt hiervan ook melding in het Rijksregister. Dat is logisch, dat is de meest zekere manier dat de wilsbeschikking nadien bekend zal zijn en dus meer kans dat ze wordt nageleefd. Met betrekking tot de levensbeschouwing voor de uitvaartplechtigheid, worden op het invulformulier dat de ambtenaar van de burgerlijke stand in het Rijksregister kan invullen, volgende erediensten opgenomen: katholieke plechtigheid, protestantse, anglicaanse, orthodoxe, joodse, islamitische, vrijzinnige levensovertuiging of neutraal filosofische overtuiging. Het gaat in casu dus enkel over de officieel erkende erediensten. Er bestaat geen vrije invulruimte, waardoor een Jehovahgetuige niet voor zijn eigen ritueel kan kiezen.

Hoewel het decreet het enkel heeft over het ritueel van de levensbeschouwing voor de uitvaartplechtigheid en ter zake zelf geen beperkingen oplegt, rijst bij de ambtenaren van de burgerlijke stand blijkbaar wel de vraag of een wilsverklaring met betrekking tot een andere eredienst dan deze vermeld op het Rijksregisterformulier mogelijk is. Zelfs al zou een andersluidende verklaring worden aanvaard, op een gemeentelijk formulier dat netjes wordt bijgehouden, dan is het alleszins niet mogelijk dat dit in het Rijksregister wordt opgenomen en zijn de mensen minder zeker van latere naleving.

Bij decreet van 9 december 2011 werd in bovenvermeld artikel de bepaling toegevoegd dat de laatste wilsbeschikking ook kan handelen over de gemeente waar men begraven wil worden of waar de as begraven, uitgestrooid of bijgezet moet worden. Dat is voornamelijk van belang omdat een gemeente alleen verplicht is om iemand te begraven als men er ook is ingeschreven. Maar heel wat mensen zijn in een woonzorgcentrum in een andere gemeente opgenomen dan waar ze heel hun leven hebben gewoond, en drukken dan toch de wens uit om daar te worden begraven. Ik denk dat we dat moeten respecteren.

Ingevolge deze bepaling kan op de invulformulieren die vanuit Vlaanderen ter beschikking worden gesteld en op het formulier in het Rijksregister een gemeente aangeduid worden. Op het formulier ‘Verklaring betreffende de laatste wilsbeschikking inzake de wijze van lijkbezorging en/of het ritueel van de levensbeschouwing volgens welk de uitvaartplechtigheid moet verlopen’ is het mogelijk ook een deelgemeente aan te duiden. Niet alle gemeenten blijken echter dezelfde documenten te gebruiken, en ook wat betreft de mogelijke aanduiding van deelgemeenten, dus specifieker dan enkel de gemeente, bestaan er vragen. Ook wat betreft de aanduiding van een gemeente/deelgemeente rijst hetzelfde probleem met betrekking tot de vermelding in het Rijksregister: voor de ambtenaren die de laatste wilsbeschikking invoeren in het Rijksregister, is enkel de aanduiding van een gemeente en niet van een deelgemeente mogelijk.

Ik wijs erop – dat was destijds een discussiepunt – dat de aanduiding van de plaats waar men wil begraven worden in een laatste wilsbeschikking, geenszins betekent dat de gemeente die wordt aangeduid, toelating moet geven. Ook kan zij hieraan voorwaarden verbinden, bijvoorbeeld een bepaalde retributie.

Het feit dat de invulmogelijkheden in het Rijksregister niet zijn afgestemd op de reële mogelijke verklaring, is zeker een probleem. Het zou goed zijn om zekerheid te creëren. Wie een begrafenis regelt en ambtenaren van burgerlijke stand consulteren op het moment van overlijden immers in eerste instantie het Rijksregister.

Minister, hanteert Vlaanderen met betrekking tot de formulering in het decreet van 16 januari 2004 dat een wilsbeschikking kan handelen over ‘het ritueel van de levensbeschouwing van de uitvaartplechtigheid’ een strikte interpretatie in de zin dat die wilsbeschikking enkel kan handelen over erkende erediensten? Indien ja, wat is de reden van deze strikte interpretatie en is dit conform het decreet? Het decreet is niet beperkend.

Indien er geen grond is voor een strikte interpretatie daaromtrent, zult u dan een initiatief nemen om het formulier te laten aanpassen, bijvoorbeeld door het laten van een vrije invulruimte, en het nodige overleg met uw federale collega organiseren, om ook in het Rijksregister de juiste inhoud van de wilsbeschikking te kunnen opnemen?

Met betrekking tot de aanduiding van de gemeente waar men begraven wil worden of waar de as begraven, uitgestrooid of bijgezet moet worden, rijst het probleem van de aanduiding van de gemeentelijke begraafplaats/deelgemeente waarop de laatste wilsbeschikking betrekking heeft. Hoewel er decretaal niet bepaald is dat specificatie binnen de gemeente kan, binnen het decreet is alleen sprake van de gemeente, is dit zeker wel wenselijk. In het formulier dat door Vlaanderen ter beschikking wordt gesteld, is deze aanduiding wel opgenomen, maar de vraag rijst of gemeenten een dergelijke aanduiding moeten aanvaarden. Alleszins kan ze ook niet worden genoteerd in het Rijksregister. Bent u bereid ook wat betreft dit punt initiatief te nemen opdat de gemeenten dergelijke verklaring aanvaarden en opdat een opname in het Rijksregister mogelijk is? Of is ter zake een decretale aanpassing nodig en zo ja, bent u bereid decretaal initiatief ter zake te steunen?

Het formulier ‘Verklaring betreffende de laatste wilsbeschikking’ is vanuit Vlaanderen ter beschikking gesteld, maar wordt blijkbaar niet algemeen gebruikt. Zult u aan de gemeenten opleggen dit formulier te gebruiken of een ander initiatief nemen om ze ten minste te stimuleren om hetzelfde formulier te gebruiken?

De heer Wouters heeft het woord.

Mevrouw Schryvers, u stelde een zeer omvangrijke vraag. Ik denk dat de vrienden notarissen nu ongelooflijk zenuwachtig worden want u hebt de perfecte taakomschrijving van een notaris gegeven. Daar kan men met al deze zaken terecht. Het is misschien een suggestie, minister, om dat woordje ‘notaris’ op de identiteitskaart te zetten en te koppelen aan het Rijksregister. Dan is ineens alles opgelost.

Minister Homans heeft het woord.

Minister Liesbeth Homans

Mevrouw Schryvers, ik probeer gestructureerd te antwoorden op uw vragen. U hebt zelf verwezen naar het decreet van 2004. Artikel 15 van het decreet bepaalt dat iedereen vrijwillig een schriftelijke kennisgeving van zijn laatste wilsbeschikking kan bezorgen aan de ambtenaar van de burgerlijke stand van zijn gemeente. Dit artikel bepaalt ook limitatief waarover deze laatste wilsbeschikking kan handelen: de wijze van lijkbezorging namelijk begraven of cremeren; de bestemming van de as in geval van crematie; het ritueel van de levensbeschouwing voor de uitvaartplechtigheid; de gemeente waar men begraven wil worden of de as begraven, bijgezet of uitgestrooid wil hebben en de vermelding van het bestaan van een uitvaartcontract. Deze twee laatste zaken – maar ik kom er nog op terug – zijn – dat weet u beter dan ik – toegevoegd in 2011 via een voorstel van decreet waar u hoofdindiener van was.

U hebt alle Belgische erkende erediensten opgesomd, ik ga ze niet herhalen. Ik vraag me af: als we dit zouden uitbreiden, waar gaan we dan naartoe? Nu zijn er mogelijkheden om de wensen in het kader van een uitvaart of wilsbeschikking op een andere manier duidelijk te maken, bijvoorbeeld bij een notaris zoals de heer Wouters zei. Men kan bij de notaris perfect een wilsbeschikking laten opstellen waarin specifieke wensen staan. Ik neem aan dat mensen over een uitvaartplechtigheid toch wel eens praten met familie en nabestaanden. Zij kunnen er ook voor zorgen dat de uitvaart verloopt zoals men zelf wil. Men kan een uitvaartcontract laten registreren, dat is toegevoegd aan de limitatieve lijst door het decreet van 2011. In een uitvaartcontract kan heel veel staan, bijvoorbeeld de eredienst. U hebt de Jehova’s getuigen genoemd, er zijn nog andere, ik ga er niet aan beginnen, want dan vergeet ik er wel een paar, en dat is geen goede zaak.

Ik vind de beperking tot de erkende erediensten wel goed. Er zijn nog mogelijkheden om bijkomende wensen te uiten. Ik heb voorbeelden opgenoemd. Het decreet moet zeker niet worden aangepast. Het lijkt me dus niet wenselijk om het formulier uit te breiden naar niet-erkende erediensten. Zoals het nu gebeurt, is verantwoord. Ik ga het formulier dus niet uitbreiden, anders zou ik mijn eerste antwoord tegenspreken.

In artikel 15 van het decreet staat dus dat de laatste wilsbeschikking onder andere kan bevatten – u kent de tekst wel, u hebt hem zelf geschreven –: “de gemeente waar de overledene wenst begraven te worden of waar de as begraven, bijgezet of uitgestrooid moet worden”. Hoe komt het dat die mogelijkheid bestaat en dat het zo is geformuleerd in het decreet? Dat er ‘gemeente’ staat en niet ‘deelgemeente’? Mevrouw Schryvers, sta me toe, u was auteur van het decreet. Ik ga u uit uw lijden verlossen. Ik vind dit een beetje een rare vraag. U hebt het oorspronkelijke decreet van 2004 in 2011 aangepast, u hebt op dat moment niet geopteerd om er ‘deelgemeente’ aan toe te voegen, en nu vraagt u aan mij hoe dat komt. Dat is een rare logica.

Maar ondanks deze decretale formulering kan ik u geruststellen, nadat het voorstel van decreet in 2011 door de plenaire vergadering werd goedgekeurd, ik heb dat zelf ook met veel enthousiasme goedgekeurd, heeft de FOD Binnenlandse Zaken de vorige Vlaamse minister van Binnenlands Bestuur, de heer Bourgeois, gecontacteerd met een brief van 24 februari 2012. De FOD Binnenlandse Zaken vroeg hem hoe de decreetswijziging – onder andere van uw hand – moest worden begrepen: alleen aanduiden van de naam van de gemeente of ook de naam van de deelgemeente. De huidige minister-president antwoordde hierop bij brief van 15 maart 2012: “… dat de decreetswijziging er was gekomen na een parlementair initiatief en dat noch in de memorie van toelichting noch in de parlementaire besprekingen is ingegaan om de mogelijkheid van het aanduiden van een deelgemeente”.

Minister Bourgeois heeft zich er ten aanzien van de FOD Binnenlandse Zaken wel akkoord mee verklaard dat in het Rijksregister in de technische mogelijkheid zou worden voorzien om de burger die wenst mee te delen in welke gemeente hij wenst te worden begraven, bijgezet of uitgestrooid, nader duiding te laten geven, bijvoorbeeld de naam van de deelgemeente waar hij begraven wil worden of de aanduiding van een precieze begraafplaats. Die interpretatie heeft mijn voorganger dus gegeven, omdat noch in het decreet, noch in de memorie van toelichting duidelijk was wat nu eigenlijk de bedoeling was van de parlementsleden die dit initiatief hadden genomen.

Alles is dus in orde gebracht. In juni 2012 heeft de FOD Binnenlandse Zaken ook aan alle gemeenten meegedeeld dat er een mogelijkheid is om niet alleen de gemeente, maar ook een deelgemeente, voor zover ze een NIS-code (Nationaal Instituut voor de Statistiek) heeft, op te nemen.

U vraagt of ik van plan ben om dat op te leggen, maar ik ben niet zo’n voorstander van de keizer-kostermentaliteit, waarbij de Vlaamse overheid elk lokaal bestuur oplegt welke formulieren het best gebruikt kunnen worden. Ze weten dat die bestaan, ik hoop dat ze er gebruik van maken. Het is tenslotte ook een dienstverlening vanuit de Vlaamse overheid aan de lokale besturen. Dat is dan veeleer op een ondersteunende en stimulerende manier. Ik wil de gemeenten vrij laten in het al dan niet veralgemeend gebruik van dit formulier.

Mevrouw Schryvers heeft het woord.

Minister, bedankt voor uw antwoorden. Wat punt één en twee betreft, denk ik dat we een andere mening hebben, maar dat zal niet alleen over dit onderwerp zijn, neem ik aan. Ik zou het niet correct vinden als we uitdrukkelijk decretaal zeggen dat mensen een verklaring kunnen afleggen bij de ambtenaar van de burgerlijke stand, om hun dan een beperkt aantal mogelijkheden te geven en te zeggen: anders moet je maar naar de notaris. Dat werkt verwarring in de hand. Ik denk dat er decretaal geen enkele basis is om de restrictie te maken die momenteel wordt gemaakt. Daar hebben we dan blijkbaar een andere mening over.

Ik stap ook niet mee in de redenering dat iedereen maar naar de notaris moet gaan, want dat kost ook elke keer geld als men wilsbeschikkingen of een testament wil opmaken. Als het decreet bepaald heeft dat het bij de ambtenaar van de burgerlijke stand kan, dan is dat om het heel eenvoudig te laten verlopen. Dan moeten we dat ook proberen te stimuleren.

Wat de punten drie en vier betreft, denkt u misschien dat ik graag aan zelfkwelling doe, maar dat is niet echt waar. Als je bezig bent met een bepaalde materie, dan krijg je een aantal vragen, en zodoende hebben we op een bepaald moment een voorstel van decreet opgemaakt, waarin we stelden dat het goed zou zijn als je zou kunnen aanvullen in welke gemeente je wilt begraven, uitgestrooid of bijgezet worden. Op dat moment is in de bespreking niet naar voren gekomen of het dan ook niet nodig was om een deelgemeente te kunnen aanwijzen. Dat is vanuit geen enkele fractie gekomen, we hebben daar ook geen vragen rond gekregen. Ik geef toe, het is een vergetelheid. Het is u misschien ook al overkomen of het zal u nog overkomen dat er in decreten zaken sluipen waarvan u achteraf zegt: als ik dat had geweten, hadden we daar ook wel bijkomend in voorzien. Achteraf gezien hadden we dat inderdaad misschien beter ineens bijkomend ingeschreven: de gemeente, de deelgemeente of de begraafplaats. Maar goed, dat is niet gebeurd.

U zegt dat uw voorganger, de huidige minister-president, een bepaalde interpretatie gemaakt heeft. Ik moet hem daarvoor danken. Ik heb daar geen vraag over gekregen, maar ik denk dat hij naar de geest van dat decreet heeft gehandeld. Alleen blijkt dat nog niet in alle gemeenten toegepast te worden. Als je morgen naar de ambtenaar van burgerlijke stand gaat en zegt dat je graag in die deelgemeente begraven wilt worden, dan zijn er nog altijd ambtenaren die zeggen dat dat niet kan, omdat je enkel kunt aanduiden in welke gemeente je begraven wilt worden. Daarom wil ik vragen dat u een initiatief zou nemen om dat duidelijk te maken. U zegt dat het al eens gebeurd is, maar blijkbaar is het dan toch nog niet overal duidelijk genoeg.

Wat de formulieren betreft, onderschrijf ik wel wat u zegt. Zaken opleggen en dwingend maken, is inderdaad niet altijd even aangewezen. Maar soms is een beetje ondersteunen en motiveren wel heel goed. Het is heel delicate materie. U zegt dat mensen met hun familie praten over de manier waarop ze het willen, en in een groot percentage van de gevallen hebt u gelukkig gelijk, maar toch is ook dat soms een probleem. Sommige mensen hebben immers net schrik dat hun familie niet zal doen wat ze willen, omdat ze een andere overtuiging hebben of iets anders willen dan zij. We moeten mensen op dat vlak toch genoeg mogelijkheden geven en hen daarin ondersteunen.

Minister Homans heeft het woord.

Minister Liesbeth Homans

Ik heb geen signalen gekregen dat er bij bepaalde gemeenten problemen zouden zijn in verband met die deelgemeenten, maar u zult die dan wellicht wel gekregen hebben. Ik zal u in elk geval tegemoetkomen, mevrouw Schryvers, en zal in de volgende elektronische nieuwsbrief van Binnenband de lokale besturen en de gemeentebesturen nog eens informeren.

De vraag om uitleg is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

U wil een vergadering  bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.