Info-dossier Wapenhandeldecreet
|
Achtergrond Voorontwerp van Decreet
Sinds de overheveling van de bevoegdheid over de in-, uit- en doorvoer van handel in wapens en defensiegerelateerd materieel in 2003 (¹) heeft de Vlaamse Regering zich voorgenomen een eigen Vlaams wapenhandeldecreet uit te vaardigen. Verschillende voorstellen voor een Vlaams decreet ter zake en voor aanpassingen aan de bestaande federale wet van 5 augustus 1991 werden ingediend en besproken in het Vlaams Parlement, maar er werd niet over gestemd (zie: Initiatieven in het Vlaams Parlement). De aanname van de Europese zogenaamde ICT-richtlijn die in mei 2009 goedgekeurd werd door de Raad en het Europees Parlement voerde de druk op om de federale wet van 5 augustus 1991 aan te passen of te vervangen door een eigen decreet. De richtlijn stelt immers een vernieuwd vergunningsregime in voor handel in defensiegerelateerd materieel binnen de EU. De oude Belgische wet is niet aangepast aan dit Europese vergunningsstelsel. De Belgische wetgeving diende ook aangepast ter omzetting van de Europese richtlijnen met betrekking tot intracommunautaire handel in vuurwapens en explosieven.
Het vervangen van de federale wet van 5 augustus 1991 over in-, uit- en doorvoer van militair materieel biedt een aantal kansen om de wetgeving in overeenstemming te brengen met Europese wetgeving en standaarden, maar vergt – gegeven de complexe bevoegdheidsverdeling in België en de afspraken binnen de BLEU – ook nieuw overleg en afstemming tussen de gewesten, de federale overheid en Luxemburg om tot een eenvormig exportcontrolebeleid te komen en toe te zien op de uitvoering van het decreet en de afdwingbaarheid van strafbepalingen bij eventuele overtredingen.
Mits voldaan wordt aan de voorwaarden, geformuleerd in het bij document VR 2011 0804
DOC.0287BIS gevoegde akkoord van 7 april 2011 van de Vlaamse minister van Begroting, besliste de Vlaamse Regering tijdens haar vergadering van 8 april 2011 haar principiële goedkeuring te hechten aan het voorontwerp van decreet betreffende de in-, uit- en doorvoer en de overbrenging van vuurwapens, munitie, defensiegerelateerde producten, aanverwante technologie en ander speciaal voor militair gebruik of voor ordehandhaving dienstig materieel (hierna: "Wapenhandeldecreet").
- Belgisch kader
- Europees kader
Het wapenhandeldecreet zorgt voor de omzetting van drie Europese richtlijnen:
- Richtlijn 91/477/EEG van de Raad van 18 juni 1991 inzake de controle op de verwerving en het voorhanden hebben van wapens (hierna: "richtlijn 91/477/EEG")
- Richtlijn 93/15/EEG van de Raad van 5 april 1993 betreffende de harmonisatie van de bepalingen inzake het in de handel brengen van en de controle op explosieven voor civiel gebruik (hierna: "richtlijn 93/15/EEG")
- Richtlijn 2009/43/EG van het Europees Parlement en de Raad van 6 mei 2009 betreffende de vereenvoudiging van de voorwaarden voor de overdracht van defensiegerelateerde producten binnen de Gemeenschap (hierna: "richtlijn 2009/43/EG")
Omzettingsgegevens:
De omzettingsdatum van de twee eerste richtlijnen, gerelateerd aan de problematiek van vuurwapens, is reeds overschreden. De deadline voor de omzetting van richtlijn 2009/43/EG is 30 juni 2011 (en toepassing vanaf 30 juni 2012).
De handel in militair materieel wordt binnen de EU via Richtlijn 2009/43/EG geregeld. Handel buiten de EU blijft nationaal geregeld. Toch dienen de lidstaten hun wetgeving af te stemmen op het Gemeenschappelijk Standpunt nr. 2008/944/GBVB van de Raad van de Europese Unie van 8 december 2008 tot vaststelling van gemeenschappelijke voorschriften voor de controle op de uitvoer van militaire goederen en technologie (hierna: "het Gemeenschappelijk Standpunt")(²) waarin gemeenschappelijke criteria voor wapenuitvoer zijn vastgelegd met het oog op de harmonisering van het wapenexportbeleid van de EU-lidstaten. Dit Gemeenschappelijk Standpunt vervangt de vroegere Europese Gedragscode inzake wapenuitvoer van 1998.
Meer info
- Benelux & BLEU
Inzake wapenhandel bepaalt artikel 11.2 van het Verdrag van 3 februari 1958 tot instelling van de Benelux Economische Unie dat "de vergunningen- en contingentenstelsels voor in-, uit- en doorvoer gelijk zijn". Vergunningen die in één van de Beneluxlanden zijn afgegeven, hebben dezelfde waarde als in een andere lidstaat. De handel tussen de Beneluxlanden is bovendien vrij.
Het Verdrag tot herziening van het op 3 februari 1958 gesloten Verdrag tot instelling van de Benelux economische Unie wijzigt deze bepalingen niet.
Binnen de Belgisch-Luxemburgse Economische Unie (hierna: "BLEU") bepaalt de Overeenkomst van 23 mei 1935 tussen België en het Groothertogdom Luxemburg tot instelling van een gemeenschappelijk regime inzake reglementering van de in-, uit- en doorvoer dat alle reglementeringen die betrekking hebben op in-, uit- en doorvoervergunningen gemeenschappelijk zijn voor de leden van de BLEU. De Belgisch-Luxemburgse Administratieve Commissie (hierna: "BLAC") adviseert over alle reglementeringen op het vlak van in, uit- en doorvoervergunningen, en is formeel gemachtigd om deze vergunningen af te leveren. Deze bevoegdheid werd echter gedelegeerd naar o.m. de Vlaamse Dienst Controle Strategische Goederen.
(¹) Bijzondere wet van 12 augustus 2003 tot wijziging van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming van de instellingen, art. 6, §1, VI, eerste lid, 4°, B.S. 20/08/2003)
(²) Zie ook: Het gemeenschappelijk standpunt over wapenuitvoer in het licht van een ontluikende Europese defensiemarkt. Achtergrondnota/Sara Depauw
Brussel: Vlaams Vredesinstituut, 25 januari 2010
Plaatsingsnummer in het PI: 800 F-VVI DEPA 2010
|