RAPP-2005-5
13/10/2005
Conclusies
De meest opvallende vaststelling is
dat, ondanks de huidige context van enerzijds sterk oplopende
energieprijzen op de internationale markten en de
recente invoering van kostprijsverhogende
heffingen, de vaststellingen van de vorige VREG-prijsrapporten integraal overeind blijven.
Concurrentie
leidt tot lagere prijzen voor Vlaamse afnemers:
• De vrijmaking van de Vlaamse elektriciteits- en aardgasmarkt blijft een onaanvechtbaar
drukkend
effect uitoefenen
op de prijzen voor huishoudelijke en kleine afnemers. Vergelijken
we met de Waalse markt, als
niet-geliberaliseerde referentiemarkt, dan kan niet ontkend worden
dat de beslissing om in Vlaanderen
sneller te liberaliseren dan de Europese kalender oplegt,
positieve effecten heeft op de kostprijs
voor energie van de Vlaamse burgers. De werking van de
concurrentie
drukt duidelijk
ook de gemiddelde prijs die betaald wordt door de passieve
afnemers onder het niveau van de nog niet
vrijgemaakte Waalse markt. Ook de dalingen van de
distributienettarieven hebben een gunstige invloed gehad
op het gemiddelde prijspeil van alle
gezinnen.
Wie
kiest, kan méér winnen:
• De gunstige situatie van Vlaanderen
uit zich het duidelijkst in de elektriciteitsector, waar – alle
alarmberichten ten spijt – het Vlaamse gezin met
een doorsnee verbruik nog steeds minder
betaalt dan vòòr
1 juli 2003, ook het deel van de bevolking dat nog geen actieve
leverancierskeuze maakte.
• Er vormden zich drie prijsniveaus
in de markt. Een gezin met een doorsnee elektriciteitsverbruik
dat passief bleef (die op het ogenblik
nog slechts één derde van de Vlaamse huishoudelijke
afnemers uitmaken) betaalt de hoogste
jaarlijkse kost voor elektriciteit. Deze kost blijft toch nog
steeds licht onder het niveau van vóór de
vrijmaking.
De afnemers die een actieve keuze
maakten, betalen gemiddeld gezien een duidelijk lagere
elektriciteitsprijs.
De gezinnen die voor de goedkoopste
leverancier kozen, betalen gemiddeld zo’n 60 euro
minder
dan de passieve afnemers.
• Het sociaal
elektriciteitstarief blijkt voor een gezin met een doorsnee verbruik geen
aantrekkelijk
aanbod meer te zijn. Over het algemeen
hebben enkel afnemers met een veel kleiner dan
gemiddeld verbruik er voordeel bij om het
sociaal tarief aan te vragen. Andere afnemers zijn beter
af door een weloverwogen keuze te
maken voor een leverancier.
• Voor de aardgasmarkt
geldt een meer
genuanceerd beeld. Afhankelijk van de woonplaats en
dus de standaardleverancier, betaalt
een passief Vlaamse gezin dat met aardgas verwarmt in juli
2005 een beetje meer of een beetje
minder dan in Wallonië
• In de aardgasmarkt vinden we
dezelfde drie prijsniveaus terug. Hier hebben de stijgende
internationale energieprijzen gemaakt dat enkel
de afnemers die voor de laagst mogelijke prijs
opteren, in juli 2005 gemiddeld gezien nog
een voordeel doen tegenover het prijsniveau van 1 juli
2003. De gezinnen die een contract
afsloten, betalen minder dan in Wallonië, maar hun jaarlijkse
kostprijs ligt hoger dan het prijspeil van
vóór de vrijmaking.
In elk
distributienetgebied in
Vlaanderen kunnen alle typecategorieën van afnemers gemiddeld
een
voordeligere prijs krijgen dan deze aangeboden door de standaardleverancier. Hierdoor is het
voor de eindafnemer altijd voordeliger
een contract af te sluiten in plaats van passief te blijven.