|

Info-dossier "Benelux, quo vadis?"
|
Standpunten
- Vlaanderen
- België
- Nederland
- Luxemburg
- Benelux
- Vlaanderen
Wat betreft de Vlaamse positie ten opzichte van de toekomst van het Beneluxverdrag kunnen de volgende twee officiële documenten een eerste aanduiding vormen :
- Regeerakkoord 2004 van de Vlaamse regering
Pag. 95: "Naar aanleiding van het aflopen van het Beneluxverdrag in 2010 streeft Vlaanderen naar een grotere regionale betrokkenheid vij de verderzetting van deze samenwerking"
- Beleidsnota Buitenlands Beleid en Internationale Samenwerking 2004-2009, ingediend door de heer Geert Bourgeois, Vlaams minister van Bestuurszaken, Buitenlands Beleid, Media en Toerisme.
Pag. 15: "Het Verdrag van de Benelux Economische Unie, dat in 1958 werd ondertekend, loopt af in 2010. Anticiperend op deze gebeurtenis onderzoekt Vlaanderen hoe de Benelux als instrument en als bondgenootschap binnen de verruimde Europese Unie optimaal kan ingezet worden voor de domeinen waarvoor de deelstaten bevoegd zijn. Dit zal het onderwerp uitmaken van een wetenschappelijke studie. Er zal met name onderzocht worden of en zo ja, op welke manier, een vernieuwd Beneluxverdrag een meerwaarde kan bieden voor Vlaanderen t.a.v. reeds bestaande bilaterale samenwerkingsverbanden. Op basis van de resultaten van dit onderzoek zal de Vlaamse Regering een standpunt innemen over de verdere toekomst van Benelux Economische Unie."
Vlaanderen zal zijn houding bepalen op basis van de uitslag van dit wetenschappelijk onderzoek, dat liep van 1 januari 2005 tot 31 juli 2006.
Het heeft geresulteerd in een omstandig rapport dat begin 2007 in boekvorm verscheen onder de titel: "De Benelux: tijd voor een wedergeboorte?"
De onderzoekers hebben ervoor geopteerd om de belangrijkste resultaten van het onderzoek en de daaruit voortvloeiende beleidsaanbevelingen alvast openbaar te maken in de hoop daarmee het debat over de toekomst van de Benelux aan te zwengelen:
"Vlaanderen en de Benelux: elementen voor een toekomstvisie" (Pdf, 380 kB)/Jan Wouters, Luk Van Langenhove, Maarten Vidal, Philippe de Lombaerde, Wouter De Vriendt.
Deze tekst presenteert een samenvatting van het onderzoek uitgevoerd door de Universiteit van de Verenigde Naties (UNU-CRIS; Brugge) en het Instituut voor Internationaal Recht van de K.U.Leuven.
- België
- Nederland
"Nederland is vooralsnog voorstander van het grotendeels behouden van de Benelux zoals die nu functioneert, met instandhouding van het secretariaat, waarvan het de functies opnieuw wil bekijken. /.../
Nederland laat het aan België over de rol te bepalen die de Belgische deelgebieden in Benelux-verband kunnen spelen. Met andere woorden, Den Haag wacht op Belgische voorstellen dienaangaande, maar is principieel niet tegen een zekere 'regionalisering' van het verdrag." (¹)
Anderzijds komen uit Nederland ook signalen die duiden op een voorkeur voor wisselende coalities binnen de EU. "Minister Bot zal de Benelux geen krachtige impuls geven, en dat is geheel in overeenstemming met zijn visie op bilaterale en multilaterale betrekkingen tussen EU-landen: wisselende coalities moeten het onderhandelingsspel in de EU domineren." (2)
"Er bestaan twee mythes die beide verband houden met het perspectief van een zich uitbreidende Unie. De eerste mythe is dat er een vaste groep van grote lidstaten zou ontstaan die in staat is op een coherente manier doelstellingen dwingend op te leggen aan de rest van de Unie. De tweede mythe is dat de kleinere lidstaten op hun beurt in staat zouden zijn met gesloten rangen of in regionale allianties een succesvol machtsblok te vormen tegen de grote broers. Waarom zijn dit in mijn ogen mythes? Kort samengevat: in de ervaring die wij de afgelopen decennia met elkaar hebben opgedaan ligt het empirisch bewijs besloten dat noch de grootste lidstaten, noch de kleiner lidstaten onderling daadwerkelijk een consensus kunnen bereiken die zo stevig en duurzaam is, en zoveel intrinsiek gewicht vertegenwoordigt, dat zij de EU-besluitvorming permanent naar hun hand kunnen zetten. In plaats daarvan, zo luidt mijn inschatting, zal het onderhandelingsspel in de Unie worden gedomineerd door wisselende coalities. Coalities waarvan vorm en samenstelling veranderend zullen zijn." (3)
De Nederlandse houding jegens de Benelux wordt omschreven als "welwillend positief, bereid dingen in Benelux-verband te doen als het zo uitkomt, maar geen werkelijke toewijding." (2)
"Voorts is kenmerkend in Bots toespraak dat de Benelux, als het al iets voorstelt, een vehikel voor Nederlands-Belgische samenwerking is. Luxemburg komt in het verhaal niet voor." (2)
Recent stelde de Nederlandse regering de vraag naar het nut van de voortzetting van de Beneleux aan de Adviesraad Internationale Vraagstukken (AIV). Die is in zijn conclusies "Benelux: nut en noodzaak van nauwere samenwerking" (pdf 1,12 Mb) niet mals. De Benelux zou, met zijn 27 miljoen inwoners, binnen de EU zwaarder kunnen wegen als men gemeenschappelijke standpunten zou innemen. Maar er is een gebrek aan overleg. De samenwerking verloopt volgens de AIV ongestructureerd en te afhankelijk van persoonlijke verhoudingen. Ook over de Beneluxorganisatie is de AIV streng: gebrek aan politieke en ambtelijke sturing, zeer onregelmatige bijeenkomsten van de colleges en activiteiten in het wilde weg.
- Luxemburg
"Misschien komt de grootste steun nog van de kleinste van de drie landen. De Luxemburgse ambassadeur Graff noemt het voor zijn land "heel belangrijk in een grotere unie de Benelux verder te ontwikkelen." En gevraagd waarom de ministerraden toch zo vaak worden afgezegd, is zijn antwoord: "Tien jaar geleden waren zulke ontmoetingen er nog helemaal niet, nu wel." (4)
"Voor Luxemburg heeft de Benelux-samenwerking nog steeds een meerwaarde. Mijn regering heeft de duidelijke wil het Verdrag te verlengen, waarbij ze van deze gelegenheid wil gebruik maken om één of andere wijziging aan te brengen." (5)
- Benelux
- Politieke verklaring van de Benelux-regeringen
- Besprekingen i.v.m. de toekomst van de Benelux in de plenaire vergaderingen van het Benelux-parlement
- Besprekingen i.v.m. de toekomst van de Benelux in de Commissie voor Buitenlandse Vraagstukken
- Aanbevelingen van de Interparlementaire Beneluxraad
- Discussienota over de toekomst van de Benelux
Toekomstvisie van het College van Secreatrissen-Generaal (27 juni 2005)
- Benelux Op weg naar en voorbij 2010
In deze nota van het Secretariaat-Generaal, Afdeling Algemene Zaken, van 8 maart 2004 worden - onder de vorm van tien stellingen - enkele elementen op een rijtje gezet die een betekenis kunnen hebben bij de discussie over de toekomst van de Benelux in het licht van 2010:
- Stelling 1. Het verdrag van de Benelux Economische Unie zal in 2010 niet worden opgezegd, ook niet stilzwijgend worden verlengd, maar na een grondige bezinning over de toekomst van de Benelux worden geactualiseerd en gemoderniseerd
- Stelling 2. De BNL-samenwerking kan ook in de toekomst een blijvende meerwaarde genereren op voorwaarde dat een op kerntaken gericht takenpakket dynamisch wordt ingevuld
- Stelling 3. Politieke samenwerking. De politieke samenwerking zal in de toekomst nog belangrijker worden. Als Benelux zijn de BNL-landen een factor van betekenis. Het is haast vanzelfsprekend dat de BNL-landen gezamenlijk de handen aan de Europese ploeg slaan
- Stelling 4. Grensoverschrijdende samenwerking. Ruimtelijke ordening, verkeer, vervoer, dringende medische hulpverlening, politie enz. kunnen in de grensregio's alleen maar efficiënt beheerd worden wanneer dat gecoördineerd gebeurt aan beide zijden van de grens
- Stelling 5. In de ruimtegebonden beleidssamenwerking biedt de politiek gedragen ruimtelijk geïntegreerde benadering een belangrijke meerwaarde
- Stelling 6. Het SG BNL. Het SG BNL kan in de toekomst nog meer dan in het verleden worden uitgebouwd tot centrale spil van de BNL-samenwerking
- Stelling 7. Andere BNL-organen. Een goede werking van het Benelux-Parlement, het Benelux Gerechtshof en het Benelux-Merkenbureau is van groot belang voor de toekomstige Benelux-samenwerking
- Stelling 8. Regionale samenwerking: BNL+. Er is een toenemende vraag naar samenwerking in de Duitse en Franse grensgebieden met de BNL-landen. Een coherente benadering van deze nieuwe samenwerkingstendensen aan de BNL-buitengrenzen is gewenst.
- Stelling 9. Verwacht wordt dat binnen een verder uitdeinende EU nieuwe samenwerkingsverbanden tussen landengroepen zullen ontstaan. Het is wenselijk dat een gemeenschappelijke houding wordt bepaald voor samenwerking van de BNL met andere landengroepen.
- Stelling 10. Geen verdragswijziging, maar aanpassing via een wijzigingsovereenkomst of een wijzigingsprotocol.
- Welke toekomst is er voor de Benelux ?
Visie van de Raadgevende Interparlementaire Beneluxraad op de toekomst van de Benelux
- Focus én flexibiliteit/J.P.R.M. van Laarhoven (pdf, 280 kB)
In: Benelux Newsletter, 2007, nr. 3, pag. 4-5
(1) In : Benelux nog een meerwaarde voor Vlaanderen ?/Theo Lansloot in: Internationale Spectator, 2005, nr. 5, mei, p. 259-262
(2) In : Nederlanders in de Benelux/Jaap Hoogenboezem (Pdf, 532 kB) in: Internationale Spectator, 2005, nr. 5, mei, p. 265-267
(3) In : Interview met Bernard Bot, Nederlands minister van Buitenlandse Zaken/K. Van de Velde (Pdf, 1.772 kB) in: Benelux Newsletter, 2005, nr. 1, p. 5-10
(4) In : Benelux blijft hangen in babbelstadium/Birgit Donker en Floris Van Straaten (Pdf, 773 kB) in: NRC Handelsblad, 2 oktober 2004, p. 2
(5) In :Interview met Jean Graff, Ambassadeur van Luxemburg in Nederland/Th. Charlier, K. Van de Velde (Pdf, 3.025 kB) in: Benelux Newsletter, 2005, nr 4, p. 9
|