Info-dossier "Benelux, quo vadis?"
|
Ontstaan en ontwikkeling van de Benelux
(Informatiedossier afgesloten op 10/04/2010)
- Inleiding
De Benelux bestaat meer dan vijftig jaar.
In 1944 zag de Benelux het levenslichtmet de introductie van de Douane-Unie. De oorspronkelijke doelstellingen waren zuiver gericht op de onderlinge marktintegratie. De douane-unie evolueerde echter al snel naar een economische unie.
De economische samenwerking tussen België, Nederland en Luxemburg werd geleidelijk uitgebreid om tenslotte, in 1958, uit te monden in het Verdrag van de Benelux Economische Unie. Het verdrag werd op 3 februari 1958 in 's-Gravenhage ondertekend door België (Premier Van Acker en BZ-minister Van Larock), Luxemburg (Premier en BZ-minister J. Bech) en Nederland (Premier W. Drees en BZ-minister J. Luns).
Het Benelux-Unieverdrag werd 2 jaar later geratificeerd en trad op 1 november 1960 in werking. Het omvat 100 artikelen en ging vergezeld van een overgangsovereenkomst (Pdf, 51 kB, nieuw venster) met 37 artikelen en een uitvoeringsprotocol (Pdf, 35 kB, nieuw venster).
In de overgangsovereenkomst (Pdf, 51 kB, nieuw venster) werden de gebieden aangegeven waarop de Economische Unie niet onmiddellijk kon worden verwezenlijkt en voorts binnen welke termijnen en onder welke voorwaarden de uitzonderingen op de uiteindelijke verdragstoetand dienden te worden afgeschaft. In het uitvoeringsprotocol (Pdf, 35 kB, nieuw venster) wordt de wijze van uitvoering vastgesteld van een aantal artikelen van het Verdrag en de Overgangsovereenkomst, hetzij door naar bestaande overeenkomsten te verwijzen, hetzij door nieuwe regelingen toe te voegen.
De Benelux Economische Unie heeft een voorbeeldfunctie vervuld voor Europa. Toen later Europa meer en meer die economische integratie is gaan overnemen, kwamen voor de Benelux nieuwe beleidsterreinen in zicht. De grensoverschrijdende samenwerking op terreinen als verkeer, ruimtelijke ordening en milieu won snel en sterk aan belang. De deelnemende partijen waren niet langer exclusief onze drie landen, want voor tal van terreinen werden gewesten, provincies en gemeenten mede de spelbepalers.
Het Verdrag van de Benelux bleef overeind, maar de vlag is derhalve inmiddels een andere lading gaan dekken. Deze aanpassing aan de veranderende omstandigheden is door het Comité van Ministers in 1995 uitdrukkelijk bevestigd. (¹)
- Totstandkoming
- Vier episoden
Het aanvankelijke optimisme bij het ontstaan van de Benelux verdween geleidelijk en de samenwerking werd steeds minder vanzelfsprekend. Deze ontwikkeling is grofweg onder te verdelen in vier episoden:
- De veelbelovende eerste jaren 1945-1948
- Twee decennia waarin de samenwerking weliswaar minder hecht was, maar nog steeds een grote rol speelde.
- Vanaf het begin van de jaren '70 kwam geleidelijk de klad in de Benelux-samenwerking
- In 1994-1995 beleefde het Benelux-elan een opleving, die echter van korte duur bleek
"Overigens dient te worden opgemerkt dat wanneer men sprak van 'de Benelux', vooral de samenwerking tussen Nederland en België werd bedoeld. Vanaf het begin telde Luxemburg nauwelijks mee, in ieder geval niet in de gedachten van Nederlanders en Belgen." (²)
- Reorganisatie in 1995
In 1995 leidde een diepgaande bezinning op de toekomst van de Benelux Economische Unie tot een aanpassing van de prioriteiten van de Benelux en, in aansluiting daarop, tot een reorganisatie van het Secretariaat-Generaal.
Door het Benelux Comité van Ministers werden vijf grote aandachtspunten naar voor geschoven als nieuwe beleidsterreinen:
- politieke samenwerking en overleg omtrent Europese vraagstukken
- grensoverschrijdende samenwerking:
- ruimtegebonden grensoverschrijdende samenwerking:
ruimtelijke ordening, natuurbehoud en landschapsbescherming, verkeer en de activiteiten in het kader van de Overeenkomst inzake grensoverschrijdende samenwerking tussen territoriale samenwerkingsverbanden of authoriteiten
- persoonsgebonden grensoverschrijdende samenwerking:
volksgezondheid, sociale aangelegenheden en jeugdbeleid
- voltooiing van de interne markt en voortzetting van de economische samenwerking
- vrij verkeer van personen en overleg op het gebied van justitie, politie en immigratie
- cultuur, onderzoek, onderwijs en opleiding
Door het instellen van de Ministeriële Commissies werden ook de Gewesten en Gemeenschappen vertegenwoordigd in het Beneluxoverleg voorzover het zaken betreft die binnen hun competentie liggen.
De Benelux beschouwt het nog steeds als een prioriteit (prioritaire doelstelling nr. 2) om de interne organisatie van het Secretariaat-Generaal constant aan te passen en om zijn eigen visie te verwoorden over de rol van het SG BNL in de Benelux-samenwerking van de toekomst (in het kader van de verlenging van het Benelux-Verdrag in 2010).
(¹) In : Benelux Informtie (Pdf, 5.103 kB, nieuw venster). - Brussel: Secretariaat-Generaal van de Benelux Economische Unie, s.d.
(²) In : Nederlands-Belgische samenwerking in Benelux en Europa/Jan Willem Brouwer (Pdf, 1.299 kB, nieuw venster) in: Internationale Spectator, 2003, nr. 10, oktober, p. 466-471
|