|
|||
Info-dossier "Benelux, quo vadis?" |
Structuur van de BeneluxDe term Benelux Economische Unie staat niet alleen voor een geografische cluster tussen België, Nederland en Luxemburg. Benelux staat ook voor politieke en ambtelijke samenwerking tussen deze drie landen. Die samenwerking startte in 1944 voor de wegwerking van de grensbelemmeringen en de realisatie van het vrij verkeer van personen, goederen en diensten tussen de drie landen. De Benelux kent in tegenstelling tot de Europese Unie geen supranationale instellingen. De samenwerking wordt geïnitieerd door de drie regeringen in het Comité van Ministers. Bij dit Comité berust de zorg voor de toepassing van de bepalingen van het verdrag. Met het oog hierop is het Comité van Ministers bevoegd beschikkingen uit te vaardigen die voor de drie regeringen bindende kracht hebben. Deze besluiten worden in overenstemming met de beginselen, die aan de samenwerking ten grondslag liggen, bij eenstemmigheid genomen. Voorts geeft het Comité richtlijnen aan de rechtstreeks onder het Comité ressorterende instanties, te weten de Raad van de Economische Unie, die optreedt als het coördinerend orgaan van de andere instellingen, de commissies en de bijzondere commissies, het secretariaat-generaal en de gemeenschappelijke diensten, met name het Benelux-Bureau voor de Intellectuele Eigendom. De Benelux telt in haar structuren ook een parlementair instituut: de Raadgevende Interparlementaire Beneluxraad, het zogenaamde Benelux-Parlement, opgericht door de Conventie ondertekend door België, Nederland en Luxemburg op 5 november 1955.
De Benelux kent eveneens een Economische en Sociale Raad van Advies, die naar analogie van de Nederlandse Sociaal-Economische Raad, de Belgische SERV en de overeenkomstige Luxemburgse organisatie, met betrekking tot de verschillende sociaal-economische vraagstukken een adviserende rol vervult. Tevens kent de Benelux een Benelux-Gerechtshof dat tot taak heeft de eenheid van de rechtspraak te bevorderen ten aanzien van de gemeenschappelijke rechtsregels. Ten slotte ging de Beneluxregeringsconferentie van 28 en 29 april 1969 over tot het instellen van een jaarlijks te houden buitengewone vergadering van het Comité van Ministers op het niveau van de Regeringshoofden en van een Stimuleringscollege. Vergaderingen van het Comité van Ministers op het niveau van Regeringshoofden zijn evenwel na 1969 slechts gehouden in 1970, 1975 en 1982. De laatste jaren heeft er wel voorafgaand aan de Europese Raden een afstemming van politieke standpunten plaatsgevonden tussen de minister-presidenten en de Ministers van Buitenlandse Zaken van de Benelux-landen. (¹) Meer info:
(¹) In : Is er naast de Europese Unie nog toekomst voor de Benelux ?/J.S. van den Oosterkamp (Pdf, 650 kB, nieuw venster) in: SEW. Tijdschrift voor Europees en economisch recht, 2002, nr. 6, juni, p. 237-240
|
||