logo Vlaams Parlement

Missieverklaring

Opdracht

Openhuispolitiek

De drieledige opdracht van het Vlaams Parlement

Het Vlaams Parlement is de wetgevende pijler van de Vlaamse overheid. Het is bijgevolg verantwoordelijk voor de totstandkoming van de decreten of Vlaamse wetten, voor de controle op de uitvoering van die decreten door de Vlaamse Regering, en voor de goedkeuring van de Vlaamse begroting, die de regering van financiële middelen voorziet voor het dagelijks bestuur van de Vlaamse deelstaat. Dit noemen we de drieledige opdracht van het Vlaams Parlement.

  1. Het Vlaams Parlement keurt decreten goed

    De belangrijkste opdracht van het Vlaams Parlement bestaat erin decreten goed te keuren. Een decreet is een Vlaamse wet, een algemene regel die voor alle Vlamingen geldt.
    Het Vlaams Parlement houdt zich bezig met belangrijke aspecten van ons dagelijkse leven. Het kan decreten goedkeuren over gewestaangelegenheden en gemeenschapsaangelegenheden:
    • Gemeenschapsaangelegenheden

      • Taalgebruik, waaronder toezicht op het taalgebruik in bestuurszaken, onderwijs en arbeidsbetrekkingen.
      • Cultuur, waaronder kunsten, bescherming van het cultureel erfgoed, musea, bibliotheken, media, sport en openluchtrecreatie, toerisme.
      • Onderwijs: alle aspecten van het onderwijs, behalve de pensioenregeling van het onderwijspersoneel, het begin en het einde van de leerplicht en de minimale voorwaarden voor het uitreiken van diploma's.
      • Gezondheidszorg, waaronder ondersteuning en kwaliteitsbewaking van de ziekenhuizen, preventieve gezondheidszorg, thuiszorg, rustoorden en geestelijke gezondheidszorg
      • Bijstand aan personen, waaronder jeugdbescherming, jeugdbeleid, gezinsbeleid en kinderopvang, bejaarden- en gehandicaptenbeleid, het gelijkekansenbeleid en de integratie van migranten.
    • Gewestaangelegenheden

      • Ruimtelijke ordening: ruimtelijke plannen, bouwvergunningen, aanleg van industriezones, stadsvernieuwing, bescherming van monumenten en landschappen
      • Leefmilieu: bescherming van het leefmilieu, afvalstoffenbeleid, toezicht op de gevaarlijke, ongezonde en hinderlijke bedrijven
      • Waterbeleid: productie en distributie van drinkwater, zuivering van afvalwater, riolering.
      • Landinrichting en natuurbehoud: waaronder ruilverkaveling, natuurbescherming, parken en bossen, jacht en visvangst.
      • Landbouw en zeevisserij : ondersteuning van de land- en tuinbouwbedrijven, promotie van land- en tuinbouwproducten.
      • Huisvesting: sociale woningbouw en huisvestingspremies.
      • Economie: economisch overheidsinitiatief, steun aan bedrijven en buitenlandse handel.
      • Energiebeleid: distributie van elektriciteit en aardgas, bevordering van rationeel energiegebruik.
      • Gemeenten, provincies en intercommunales, waaronder de toewijzing van financiële middelen aan de 308 Vlaamse steden en gemeenten en de vijf Vlaamse provincies, en het administratief toezicht op die gemeenten en provincies
      • Tewerkstelling: arbeidsbemiddeling en speciale werkgelegenheidsprogramma's.
      • Openbare werken en vervoer, waaronder de aanleg en onderhoud van wegen, zeehavens, bevaarbare waterlopen en de regionale luchthavens van Antwerpen en Oostende, stads- en streekvervoer.
      • Wetenschappelijk onderzoek: onderzoek over alles wat tot de Vlaamse bevoegdheden behoort (inzake zowel gemeenschaps- als gewestaangelegenheden).
      • Internationale aangelegenheden: met betrekking tot alle aangelegenheden waarvoor Vlaanderen bevoegd is (met andere woorden voor alle hierboven opgesomde gemeenschaps- en gewestaangelegenheden), kan het met andere staten of deelstaten internationale verdragen sluiten. Recent verwierf Vlaanderen ook bevoegdheden over ontwikkelingssamenwerking en buitenlandse handel.

    Toepassingsgebied

    De decreten van het Vlaams Parlement inzake onderwijs en culturele en persoonsgebonden aangelegenheden gelden ook voor de Vlaamse instellingen in Brussel, maar de decreten inzake de overige aangelegenheden niet. Dat zijn gewestelijke aangelegenheden en Brussel maakt geen deel uit van het Vlaamse Gewest.
    De zes Vlaamse Brusselaars in het parlement, die deel uitmaken van de Vlaamse Gemeenschap maar niet van het Vlaamse Gewest, nemen alleen deel aan stemmingen over voorstellen of ontwerpen van decreet die gemeenschapsaangelegenheden regelen. Alle 124 leden van het Vlaams Parlement zijn dus bevoegd om over gemeenschapsaangelegenheden te stemmen, maar enkel de 118 Vlaamse volksvertegenwoordigers die in het Vlaamse Gewest verkozen zijn, kunnen stemmen over gewestaangelegenheden.
    Het Vlaams Parlement is één van de zes parlementen van België. De bevoegdheden van die parlementen zijn vrij goed afgebakend, maar toch kan het gebeuren dat ze op elkaars terrein komen, dat ze zich aan bevoegdheidsoverschrijding schuldig maken. We geven twee verzonnen voorbeelden. Stel dat het Vlaams Parlement een decreet goedkeurt tot regeling van de legerdienst, wat in feite tot de bevoegdheid van het federale parlement behoort. Of dat het Waals Parlement een decreet goedkeurt om de duinen in Oostende te beschermen, wat een bevoegdheid is van het Vlaamse Gewest. Op dat moment kan de benadeelde staat of deelstaat of elke burger een klacht indienen bij het Grondwettelijk Hof. Het Grondwettelijk Hof kan een decreet of een wet van een parlement vernietigen indien dat parlement zijn boekje te buiten gaat.
  2. Het Vlaams Parlement benoemt en controleert de Vlaamse Regering

    Naast het goedkeuren van decreten, heeft het Vlaams Parlement een tweede belangrijke opdracht: het benoemt en controleert de Vlaamse Regering. Die is verantwoordelijk voor de uitvoering van de decreten van het Vlaams Parlement.
    De benoeming van de Vlaamse Regering is een belangrijk moment voor het Vlaams Parlement. De Vlaamse ministers worden gekozen door, maar niet noodzakelijk uit de Vlaamse volksvertegenwoordigers. De ministers leggen de eed af in handen van de voorzitter van het Vlaams Parlement. Alleen de voorzitter van de Vlaamse Regering, de minister-president, legt de eed af in handen van de Koning.
    De Vlaamse Regering bestaat uit ten hoogste elf ministers. De huidige Vlaamse Regering telt negen ministers. Ten minste één van de ministers moet in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad wonen.
    De Vlaamse Regering legt aan het Vlaams Parlement een regeringsverklaring voor met de krachtlijnen van haar beleid. Als de regering van een meerderheid van de Vlaamse volksvertegenwoordigers het vertrouwen krijgt, kan zij aan de uitvoering van haar regeringsprogramma beginnen. De Vlaamse Regering dient binnen zes maanden na het aantreden beleidsnota's in, waarin ze per departement van het Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap haar visie op lange termijn aangeeft. In de jaarlijkse beleidsbrieven, die de Vlaamse ministers samen met de begroting indienen, schuiven ze hun concrete beleidsmaatregelen naar voren. In de beleidsbrieven geeft de Vlaamse Regering ook aan hoe ze haar beleid afstemt op de richtlijnen van het Vlaams Parlement.
    Het parlement kijkt er dag na dag op toe of de regering dat vertrouwen niet beschaamt. Het parlement beschikt daartoe over verschillende controlemogelijkheden. In het uiterste geval kan het parlement door een motie van wantrouwen aan te nemen, de regering zelfs ten val brengen. In dat geval moet de regering worden vervangen.
  3. Het Vlaams Parlement keurt de begroting van de Vlaamse deelstaat goed

    De bevoegdheden van de Vlaamse deelstaat namen sinds 1970 gestaag toe. Om die bevoegdheden uit te oefenen en een eigen Vlaams beleid te kunnen voeren is er veel geld nodig. Denk maar aan de financiering van het onderwijs, de begeleiding van gehandicapten en de bouw van cultuur- en sportcentra.
    Voor de financiering van al deze activiteiten is de Vlaamse deelstaat vandaag nog grotendeels aangewezen op de middelen die de federale staat ter beschikking stelt. De Vlaamse deelstaat beschikt maar in beperkte mate over de mogelijkheid om zelf belastingen te heffen. In die zin is de staatshervorming nog niet voltooid: in een volwaardige federale staat hebben de deelstaten, meer dan momenteel in België het geval is, de mogelijkheid om eigen inkomsten te verwerven. Wel is er sinds de vijfde staatshervorming in 2001 (de Lambermont-akkoorden) voor het eerst echt sprake van fiscale autonomie. De gewesten hebben de nagenoeg volledige bevoegdheid over twaalf gewestelijke belastingen, waaronder het kijk- en luistergeld, de verkeersbelasting en de registratie- en successierechten. Onder federaal toezicht en binnen een bepaald budget mag een gewest voortaan ook aparte belastingverminderingen en -vermeerderingen invoeren in materies waarvoor het bevoegd is.
    Elk jaar beslist het Vlaams Parlement hoe de middelen van de Vlaamse deelstaat besteed worden. Daartoe keurt het de begrotingsdecreten goed waarin alle inkomsten en uitgaven zijn opgenomen.
    Meer informatie over de begroting:
    o.a. over procedures en bevoegdheden, beleidsnota's, beleidsbrieven, eindrekeningen, begrotingsontwerpen, een evolutie van de begroting van de Vlaamse Gemeenschap sinds 1991.