|
||||
|
||||
|
Philip Aguirre y Otegui Yves Beaumont Charif Benhelima Fred Bervoets Guillaume Bijl Dirk Braeckman Koen Broucke Jan Burssens Jan Carlier Chantal Chapelle Laurent Cruyt Walter Daems Bert De Beul Felix De Boeck Berlinde De Bruyckere Gilbert Decock Raoul De Keyser Peter De Koninck Ronny Delrue Gaston De Mey Denmark Eddy De Vos Sam Dillemans Hugo Duchateau Fred Eerdekens Jan Fabre Filip Francis Vic Gentils Jef Geys Geert Goiris Ado Hamelryck Hugo Heyrman Luc Hoenraet Philip Huyghe Renaat Ivens Irene Judong Marie-Jo Lafontaine Jozef Legrand Charlotte Lybeer Pol Mara Joris Minne Panamarenko Luc Peire Joaquim Pereira Eires Rik Poot Arne Quinze Roger Raveel Pjeroo Roobjee Paul Sochacki Piet Stockmans William Sweetlove Gilbert Swimberghe Yvan Theys Monique Thomaes Narcisse Tordoir Guy Van Bossche Camiel Van Breedam Hans Vandekerckhove Philippe Vandenberg Koen van den Broek Marc vanderleenen Ludwig Vandevelde Rinus Van de Velde Maxime Van de Woestyne Fik van Gestel Paul Van Gysegem Paul Van Hoeydonck Jan Van Imschoot Anne-Mie Van Kerckhoven Dan Van Severen Hilde Van Sumere Pieter Vermeersch Mark Verstockt Liliane Vertessen |
Hans Vandekerckhove° Ingelmunster, 1957 Woont en werkt in Gent www.hansvandekerckhove.be Romeo is bleeding 1996 olie op doek 207 X 165 cm In de twintigste eeuw raakte de westerse wereld verslaafd aan beweging. Mobiliteit werd het meest fundamentele basisrecht, verandering de motor van de vooruitgang en snelheid de norm van alle dingen. De keerzijde van de medaille is dat rust een overbodige luxe is geworden en dat er geen tijd overblijft voor contemplatie. Aan deze bewegingsdrift heeft de kunstenaar Hans Vandekerckhove zich onttrokken. Met zijn gezin leidt hij een afgezonderd bestaan in een oud fabriekspand in Gent. Zijn schilderijen vormen een soort van artistieke vertragingsmanoeuvres. Een eerste indicatie voor de trage, geleidelijke ontstaansgeschiedenis van Vandekerckhoves kunstwerken zijn de rijkelijk uitgesmeerde verflagen. De kleuren zijn altijd expressief maar nooit uitbundig. De schilder geeft aan dat hij het proces van het schilderen een aangenaam en rustig tijdverdrijf vindt. Het zal geen verwondering wekken dat Vandekerckhove regelmatig met zijn neus in de boeken zit. Veel inspiratie vindt hij in de middeleeuwse mystiek. In de moderne literatuur bewondert hij vooral de lang uitgesponnen redeneringen van Gerard Reve en de filosofie van het wachten uit Samuel Beckett’s En attendant Godot en Molloy. Als grote artistieke voorbeeld vermeldt hij David Hockney, die het figuratieve schilderen als het ware herontdekte en zich daarbij vooral toelegde op de uitbeelding van mensen in gespannen rust. Romeo is bleeding is een schilderij uit een reeks waarin Vandekerckhove het idee van het tijdloze wachten gestalte geeft in zittende mensen. Herkenbaar als individuen zijn de figuren nooit, aange- zien hun blikken naar beneden zijn gericht en hun gezichten in de schaduw blijven. De titel Romeo is bleeding verwijst naar een song van Tom Waits uit 1979, die ook de inspiratie vormde voor de gelijknamige film noir van Peter Medak uit 2003. Het liedje van Waits voert Romeo ten tonele als een jong bendelid, dat door een politiekogel is getroffen. In zijn streven om zijn waardigheid te behouden nestelt de bloedende jongeman zich in een cinemazetel, waar hij bij het bekijken van een sfeervolle film gelaten zijn dood afwacht. De stoïcijnse houding maakt van deze Romeo een typische Vandekerckhove-held. Het ingetogen maar intens emotionele tafereel krijgt zijn beslag in de cadmiumrode boventoon. In de meeste schilderijen uit deze reeks vult Hans Vandekerckhove de ruimte rond de wachtende mens in met raamwerk en deuren, die de suggestie van een uitweg bieden. Maar in Romeo is bleeding laat hij de omgeving van het personage vaag. In de perceptie van de stervende mens is de wereld zijn structuur aan het verliezen. Ook in zijn latere werk blijft Hans Vandekerckhove op een gevoelige en expressionistische manier op zoek gaan naar bewegingsloze schoonheid in de alledaagse realiteit. Vergeleken met zijn schilderijen uit de jaren negentig is de toon nu wel vrolijker, en zijn de personages herkenbare, concrete individuen geworden.
|
|||