|
||||
|
||||
|
Philip Aguirre y Otegui Yves Beaumont Charif Benhelima Fred Bervoets Guillaume Bijl Dirk Braeckman Koen Broucke Jan Burssens Jan Carlier Chantal Chapelle Laurent Cruyt Walter Daems Bert De Beul Felix De Boeck Berlinde De Bruyckere Gilbert Decock Raoul De Keyser Peter De Koninck Ronny Delrue Gaston De Mey Denmark Eddy De Vos Sam Dillemans Hugo Duchateau Fred Eerdekens Jan Fabre Filip Francis Vic Gentils Jef Geys Geert Goiris Ado Hamelryck Hugo Heyrman Luc Hoenraet Philip Huyghe Renaat Ivens Irene Judong Marie-Jo Lafontaine Jozef Legrand Charlotte Lybeer Pol Mara Joris Minne Panamarenko Luc Peire Joaquim Pereira Eires Rik Poot Arne Quinze Roger Raveel Pjeroo Roobjee Paul Sochacki Piet Stockmans William Sweetlove Gilbert Swimberghe Yvan Theys Monique Thomaes Narcisse Tordoir Guy Van Bossche Camiel Van Breedam Hans Vandekerckhove Philippe Vandenberg Koen van den Broek Marc vanderleenen Ludwig Vandevelde Rinus Van de Velde Maxime Van de Woestyne Fik van Gestel Paul Van Gysegem Paul Van Hoeydonck Jan Van Imschoot Anne-Mie Van Kerckhoven Dan Van Severen Hilde Van Sumere Pieter Vermeersch Mark Verstockt Liliane Vertessen |
Gilbert Swimberghe° Sint-Andries, 1927 Woont en werkt in Brugge 4 composities (I-IV) 1995 olie op doek 120 X 120 cm (4 ex.) Op de tweede verdieping van het Vlaams Parlementsgebouw liggen de Constant Permekezaal en de Valerius De Saedeleerzaal broederlijk naast elkaar. Ze zijn verbonden door enkele subtiele architecturale toetsen. Ook de namen van de zalen zijn gelinkt: Permeke en De Saedeleer behoren beiden tot de Latemse school, zij het tot de twee verschillende generaties van die kunstenaarsgemeenschap. Het werk van Gilbert Swimberghe hangt in de De Saedeleerzaal, maar vooral Constant Permeke, Rik Slabbinck en andere Latemnaren van de tweede generatie waren zijn artistieke jeugdhelden. Toen hij vlak na de Tweede Wereldoorlog begon te schilderen, volgde hij trouw hun expressionistische traditie en schilderde hij uitsluitend figuratief. Via een heel geleidelijke overgang ruimde dit expressionisme plaats voor een louter abstracte kunst. Omdat Swimberghe zijn stillevens een universele waarde wou toekennen, bezorgde hij hen in een steeds meer geometrisch lijnenspel een hogere, algemeen geldende abstracte structuur. Van daaruit was het slechts een kleine stap naar de volledige abstractie, die hij ziet als een missie om de (onbereikbare) volmaaktheid zo dicht mogelijk te benaderen, veel dichter dan concrete figuren ooit zouden vermogen. In 1957 sloot Gilbert Swimberghe zich aan bij het toonaangevende Brugse kunstenaars- en schrijverscollectief De Raaklijn. Voorzitter van deze vereniging was de bekende auteur Paul De Wispelaere. Deze schreef later een fraai manifest bij de abstracte kunst van Swimberghe, waaruit dit fragment: “dit is geen afbeelding van het menselijke maar een uitdaging van het menselijke, iets maken dat niet aan alle kanten dreigt open te barsten en uiteen te vloeien (…), een visioen van in zichzelf berustende volmaaktheid in vorm en kleur”. Al vanaf de jaren vijftig zijn driehoeken en vierkanten de dominante vormen in Swimberghes abstracten, maar zijn kleurgebruik heeft sindsdien een voortdurende evolutie ondergaan. De warme suggestieve kleuren van het expressionisme maakten ter wille van een hogere abstrahering plaats voor schakeringen van wit. In de periode 1975-1980 schilderde hij overwegend in grijstonen. Vanaf de jaren tachtig laat Swimberghe terug een graad van imperfectie toe in zijn schilderijen, en vervangt hij de zeer vlakke en gelijkmatige verfbehandeling door een stijl die in textuur en verf sporen nalaat van het schildersproces. Nog later evolueert zijn kleurenpalet van grijs over grijsblauw naar diepblauw. De vier composities in de De Saedeleerzaal vormen van beide evoluties treffende voorbeelden. De blauwe kleur wordt over het algemeen als rustgevend ervaren, al gaat het hier door de ruige schilderstechniek om een flamboyant en ziedend blauw.
|
|||