|
||||
|
||||
|
Philip Aguirre y Otegui Yves Beaumont Charif Benhelima Fred Bervoets Guillaume Bijl Dirk Braeckman Koen Broucke Jan Burssens Jan Carlier Chantal Chapelle Laurent Cruyt Walter Daems Bert De Beul Felix De Boeck Berlinde De Bruyckere Gilbert Decock Raoul De Keyser Peter De Koninck Ronny Delrue Gaston De Mey Denmark Eddy De Vos Sam Dillemans Hugo Duchateau Fred Eerdekens Jan Fabre Filip Francis Vic Gentils Jef Geys Geert Goiris Ado Hamelryck Hugo Heyrman Luc Hoenraet Philip Huyghe Renaat Ivens Irene Judong Marie-Jo Lafontaine Jozef Legrand Charlotte Lybeer Pol Mara Joris Minne Panamarenko Luc Peire Joaquim Pereira Eires Rik Poot Arne Quinze Roger Raveel Pjeroo Roobjee Paul Sochacki Piet Stockmans William Sweetlove Gilbert Swimberghe Yvan Theys Monique Thomaes Narcisse Tordoir Guy Van Bossche Camiel Van Breedam Hans Vandekerckhove Philippe Vandenberg Koen van den Broek Marc vanderleenen Ludwig Vandevelde Rinus Van de Velde Maxime Van de Woestyne Fik van Gestel Paul Van Gysegem Paul Van Hoeydonck Jan Van Imschoot Anne-Mie Van Kerckhoven Dan Van Severen Hilde Van Sumere Pieter Vermeersch Mark Verstockt Liliane Vertessen |
William Sweetlove° Oostende, 1949 Woont en werkt in Oostende http://ws.utilia.be Misera’s Turbot 1994 acryl op doek 120 X 170 cm In 1993 richtte de Italiaanse kunstenaar Omar Rondi samen met vijf landgenoten het kunstenaarscollectief Cracking Art op. De kleurrijke popart van dit dadaďstische gezelschap bleef niet bepaald onopgemerkt en heeft enkele van de meest vermaarde Italiaanse designers geďnspireerd. Als enige mogelijke redmiddel voor een mensheid die ten prooi is gevallen aan corruptie en hypocrisie, zien deze geëngageerde kunstenaars een radicale vernieuwing van de kunst. Plastiek is hun favoriete materie, als frappante illustratie van de manier waarop de mens de natuur (plastiek is organisch materiaal) manipuleert. In 2003 vervoegde Oostendenaar William Sweetlove als enige niet- Italiaan dit collectief. Sweetlove, die al sinds de vroege jaren zeventig een eigenzinnig artistiek oeuvre bijeen schildert en assembleert, vond zowel thematisch als vormelijk naadloos aansluiting bij zijn Italiaanse confraters. William Sweetlove schopt de wereld een geweten, zij het met een vriendelijke glimlach. Aan de grond van zijn kunst ligt een sterk onbehagen met de fundamenteel gewelddadige gewoonte van de mens om de wereld – zowel de medemens als de natuur – naar zijn hand te zetten. Naast een aantal aanklachten tegen de oorlog, bijvoorbeeld die in Joegoslavië, richt hij zijn pijlen hoofdzakelijk op de voedingsindustrie. Via industriële kwekerijen, kloontechnieken en genetische manipulatie herleidt de mens zijn dierlijke en plantaardige medeaardbewoners tot ordinair consumptiegoed. Met alle risico’s van dien (dioxinecrisis, gekke koeien, varkenspest en vogelgriep). Stilistisch baseert de Oostendenaar zich op de esthetica van de marketing die nodig is om de verminkte natuur aan de man te brengen. Zo presenteert Sweetlove bijvoorbeeld in handige doosjes miniatuurdiertjes, die door genetische manipulatie van hun natuurlijk formaat zijn vervreemd. Ook Misera’s Turbot, een schilderij uit de reeks Food Paintings (1990- 2000), is een spottende commentaar op de voedselmarketing. Het culinaire stilleven parodieert de kitscherige schilderijen die je in veel restaurants aantreft, net als de feestelijke fotografie in gastronomische tijdschriftrubrieken. Het artificiële en haast bombastische karakter van de quasinonchalant gerangschikte eetwaar dikt William Sweetlove nog aan door het witte doek dankzij roze en grijze slierten op een marmeren plaat te doen lijken. Dat de tarbot zijn bizarre vorm te danken heeft aan een merkwaardige evolutionaire voorgeschiedenis, zal de marketeers nauwelijks interesseren. Net zoals ze achteloos voorbijgaan aan de overbevissing die zovele zeebewoners bedreigt. Voor hen telt enkel de ‘yummyness’, de graad van lekkerheid.
|
|||