|
||||
|
||||
|
Philip Aguirre y Otegui Yves Beaumont Charif Benhelima Fred Bervoets Guillaume Bijl Dirk Braeckman Koen Broucke Jan Burssens Jan Carlier Chantal Chapelle Laurent Cruyt Walter Daems Bert De Beul Felix De Boeck Berlinde De Bruyckere Gilbert Decock Raoul De Keyser Peter De Koninck Ronny Delrue Gaston De Mey Denmark Eddy De Vos Sam Dillemans Hugo Duchateau Fred Eerdekens Jan Fabre Filip Francis Vic Gentils Jef Geys Geert Goiris Ado Hamelryck Hugo Heyrman Luc Hoenraet Philip Huyghe Renaat Ivens Irene Judong Marie-Jo Lafontaine Jozef Legrand Charlotte Lybeer Pol Mara Joris Minne Panamarenko Luc Peire Joaquim Pereira Eires Rik Poot Arne Quinze Roger Raveel Pjeroo Roobjee Paul Sochacki Piet Stockmans William Sweetlove Gilbert Swimberghe Yvan Theys Monique Thomaes Narcisse Tordoir Guy Van Bossche Camiel Van Breedam Hans Vandekerckhove Philippe Vandenberg Koen van den Broek Marc vanderleenen Ludwig Vandevelde Rinus Van de Velde Maxime Van de Woestyne Fik van Gestel Paul Van Gysegem Paul Van Hoeydonck Jan Van Imschoot Anne-Mie Van Kerckhoven Dan Van Severen Hilde Van Sumere Pieter Vermeersch Mark Verstockt Liliane Vertessen |
Jan Fabre° Antwerpen, 1958 Woont en werkt in Antwerpen www.troubleyn.be Zonder titel 1996 kevers en ijzerdraad 140 X 50 X 50 cm (3 ex.) Het naamloze kunstwerk van Jan Fabre kreeg een heel centrale plaats in het Vlaams Parlementsgebouw. Het hangt aan het plafond van de Zuilenzaal, de grote ruimte naast de plenaire vergaderzaal. Deze zaal kan worden beschouwd als de ‘wandelgangen’ van het Vlaams Parlement en biedt als decor van menig televisie-interview een vertrouwde aanblik. Het kunstwerk bestaat uit drie vrouwenlichamen, die helemaal zijn opgebouwd uit kevers. Het gaat hier om echte dieren, meer bepaald juweelkevers (Sternocera Acquisignata, afkomstig uit Thailand), waarvan de kadavers ter wille van de conservering zijn gevriesdroogd. In het bijzonder veelzijdige oeuvre van de artistieke duizendpoot Jan Fabre is de juweelkever een vaak terugkerende hoofdrolspeler. In het Koninklijk Paleis is het plafond van een grote zaal helemaal met Fabre-kevers bekleed. Op het Leuvense Ladeuzeplein vind je een gigantische uitvergroting van een juweelkever op een evenredig vergrote speld van een insectoloog. Fabre ziet de kever als een symbool voor het leven en de dood, en verwijst daarmee onder andere naar de vanitas-schilderijen uit de barok. Vanitas betekent ijdelheid, en daarvoor wilden 17de-eeuwse schilders als Frans Hals, Rembrandt van Rijn en Johannes Vermeer waarschuwen. Ze wijzen op de vergankelijkheid van de aardse schoonheid, en doen dit in stillevens die elementen van verval en verrotting bevatten, bijvoorbeeld doodshoofden en ‘ongedierte’ zoals kevers. Toch is de juweelkever van Fabre veeleer een symbool van de onsterfelijke ziel dan van de dood zelf. Immers, hij begint zijn leven als een slijmerige larve en transformeert vervolgens tot een dier met een blinkend en opvallend kleurrijk pantser. In het traditioneel- religieuze wereldbeeld is het leven op aarde de larvenfase van het menselijke bestaan, is de dood de metamorfose en is het leven in het hiernamaals de uiteindelijke vervulling van het mens-zijn. Ook de oude Egyptenaren beschouwden een kever als symbool van het leven na de dood, zij het om heel andere redenen. De scarabeeën die ze vereerden, zijn mestkevers die met veel toewijding een bol mest voor zich uit duwen. De Egyptenaren zagen in de bolvorm een analogie met de zon, de dagelijks verdwijnende en weer terugkerende bron van het leven, waarvan de scarabeeën de hoeders waren. Zowel de Egyptische als de barokke traditie leiden tot de slotsom dat de kevers van Fabre een spirituele dimensie bevatten, dat ze als het ware een ziel in het Vlaams Parlement introduceren. Een ziel inblazen is trouwens ook de letterlijke betekenis van het woord ‘inspireren’. Met andere woorden, het kunstwerk van Jan Fabre heeft door zijn centrale positie alles in zich om het Vlaams Parlement en zijn volksvertegenwoordigers te bezielen, te inspireren.
|
|||