|
||||
|
||||
|
Philip Aguirre y Otegui Yves Beaumont Charif Benhelima Fred Bervoets Guillaume Bijl Dirk Braeckman Koen Broucke Jan Burssens Jan Carlier Chantal Chapelle Laurent Cruyt Walter Daems Bert De Beul Felix De Boeck Berlinde De Bruyckere Gilbert Decock Raoul De Keyser Peter De Koninck Ronny Delrue Gaston De Mey Denmark Eddy De Vos Sam Dillemans Hugo Duchateau Fred Eerdekens Jan Fabre Filip Francis Vic Gentils Jef Geys Geert Goiris Ado Hamelryck Hugo Heyrman Luc Hoenraet Philip Huyghe Renaat Ivens Irene Judong Marie-Jo Lafontaine Jozef Legrand Charlotte Lybeer Pol Mara Joris Minne Panamarenko Luc Peire Joaquim Pereira Eires Rik Poot Arne Quinze Roger Raveel Pjeroo Roobjee Paul Sochacki Piet Stockmans William Sweetlove Gilbert Swimberghe Yvan Theys Monique Thomaes Narcisse Tordoir Guy Van Bossche Camiel Van Breedam Hans Vandekerckhove Philippe Vandenberg Koen van den Broek Marc vanderleenen Ludwig Vandevelde Rinus Van de Velde Maxime Van de Woestyne Fik van Gestel Paul Van Gysegem Paul Van Hoeydonck Jan Van Imschoot Anne-Mie Van Kerckhoven Dan Van Severen Hilde Van Sumere Pieter Vermeersch Mark Verstockt Liliane Vertessen |
Jan Carlier° Luozi (DR Congo), 1957 Woont en werkt in Hasselt Stilte 1998 hout, koper, staal en pluimpje 4 meter hoog Jan Carlier is van vele markten thuis. In erg uiteenlopende cultuurdisciplines – poëzie, muziek, theater en beeldende kunst – zoekt hij telkens een harmonisch verband tussen zeer diverse manifestaties van de menselijke intelligentie - kunst, religie en technologie. Zijn filosofische boodschap kan hij het best uitdrukken in de taal der symbolen: dit brengt hem tot de essentie van zijn verhaal zonder dat het verhaal zelf al zijn geheimen moet prijsgeven. In het Vlaams Parlement bouwde Jan Carlier een installatie in een hoek van de hall voor het bureau van de parlementsvoorzitter. Daarmee blijft het kunstwerk enigszins in de schaduw van het monumentale werk van Roger Raveel dat deze ruimte domineert. Toch is ook Carliers installatie goed zichtbaar. Eigenlijk doet deze discrete opstelling het ingetogen kunstwerk wel recht, wat ook tot uiting komt in zijn titel: Stilte. De kern van Stilte bestaat uit twee verticaal op elkaar geplaatste scheepsbellen. Ze zweven tussen hemel en aarde; twee strak gespannen stalen kabels verbinden de ene bel met het plafond en de andere met de vloer. Tegenover deze splijtende spanning staat een nog grotere kracht die de bellen samen houdt: binnen de bellen bevindt zich een vacuüm. Dit alles gebeurt strikt volgens het harmonieuze ordeningsprincipe van de gulden snede. De scheepsbellen herinneren aan het beroemde wetenschappelijke experiment met de Maagdenburgse bollen. In 1654 liet de Maagdenburgse burgemeester Otto von Guericke de lucht wegzuigen uit twee metalen halve bollen. Vervolgens slaagden zestien paarden er niet in ze uit elkaar te trekken. Bij klokken die tussen hemel en aarde zweven, is de religieuze dimensie niet ver te zoeken. Al in de symbolische architectuur van een middeleeuwse kathedraal stond het plafond symbool voor de hemel en de vloer voor de aarde. Gezien de wetenschappelijk bewezen kracht van het vacuüm zijn hemel en aarde hier door de kunst onlosmakelijk met elkaar verbonden. De verbondenheid gaat zelfs zo ver dat Carlier gewag maakt van een coïtus. Met dit idee van een bevruchting van het aardse door het hemelse opent hij een heel register aan verwijzingen naar godsdienst en mythologie, bijvoorbeeld naar de onbevlekte ontvangenis of de verkrachting van Leda door Zeus in zwanengedaante. Bij al deze religiositeit hoort uiteraard een eerbiedige stilte. Het is dan ook niet meer dan logisch dat de oorspronkelijke geluidsfunctie van de bellen is uitgeschakeld doordat de klepels in het luchtledige hangen. Bij deze bellen is het praktische nut opgeofferd voor een veel hogere bestemming. Zij het dat een subtiel geplaatst pluimpje toch wel een relativerende zachtheid in dit strakke geheel introduceert.
|
|||