logo Vlaams Parlement
Logo Dienst Europa

Doel en dienstverlening

EU per beleidsdomein

Subsidiariteitscontrole door het VP

EU en Vlaamse Regering

Kalender

Links

Contact

Nieuw(s)

Controle van het Vlaams Parlement op de Vlaamse Regering en Europese Commissie


De Europese Unie is onder andere bevoegd voor materies die behoren tot de bevoegdheden van gemeenschappen en gewesten, zoals leefmilieu, landbouw en visserij, mobiliteit,… De controlefunctie van het Vlaams Parlement geldt zowel ten aanzien van de Europese Commissie die op deze domeinen wetgevingsvoorstellen lanceert, als ten aanzien van de Vlaamse ministers die in de Europese ministerraden onderhandelen en uiteindelijk beslissen. Deze controle gebeurt voor het overgrote deel in de vakcommissies.

Ten aanzien van de Europese Commissie kunnen zowel subsidiariteitstoetsen als hoorzittingen of gedachtewisselingen (met vertegenwoordigers van de Europese Commissie) worden georganiseerd.

Het principe van subsidiariteit werd ingeschreven in het Verdrag van Maastricht (1993) en is een potentieel krachtig controle-instrument waarover de nationale parlementen beschikken. Subsidiariteit houdt in dat de EU alleen kan optreden indien dit een meerwaarde geeft en hetzelfde resultaat niet op het niveau van de lidstaten kan worden bereikt. Twee Protocollen (Protocol I (pdf 56 kB) betreffende de rol van de nationale parlementen in de Europese Unie en Protocol II (pdf 60 kB) betreffende de toepassing van de beginselen van subsidiariteit en evenredigheid) bij het Verdrag tot vaststelling van een Grondwet voor Europa (EGW) werken de subsidiariteitscontrole uit. Alhoewel de Grondwet nog niet werd goedgekeurd, heeft de Europese Commissie beslist om de regelingen betreffende subsidiariteit al toe te passen. Sinds 1 september 2006 worden documenten van de Europese Commissie rechtstreeks aan de nationale parlementen gestuurd. De parlementen beschikken over een periode van zes weken (vanaf het moment dat de voorstellen in alle officiële talen beschikbaar zijn) om te controleren of het EU-wetgevingsvoorstel het subsidiariteitsbeginsel respecteert. Iedere lidstaat heeft in dit early warning system recht op 2 stemmen, te verdelen over zijn nationale parlementen (rekening houdend met bicamerale stelsels). Als 17 stemmen (1/3 van het totaal) van oordeel zijn dat het subsidiariteitsbeginsel geschonden wordt, is de Europese Commissie verplicht om het wetgevingsvoorstel te herbekijken en binnen de drie maanden te antwoorden op de bezwaren van de nationale parlementen. De Commissie is echter niet verplicht het voorstel te wijzigen.

Op 19 december 2005 werd een Samenwerkingsakkoord afgesloten tussen de zeven parlementaire vergaderingen in België. In het akkoord werden afspraken gemaakt over het gelijktijdig doorzenden van de Europese wetgevingsvoorstellen naar alle Belgische parlementen, over de autonomie van elk parlement om subsidiariteitstoetsen uit te voeren, over de verdeling van de 2 Belgische subsidiariteitsstemmen tussen de zeven parlementen, en over het terugzenden van het Belgische standpunt terzake aan de Europese Commissie. Dit Samenwerkingsakkoord wordt in principe van kracht bij de inwerkingtreding van de Europese Grondwet, maar nu al wordt voorzien in enkele overgangsbepalingen.

Het Vlaams Parlement opteert voor een behandeling van het Europese wetgevingsvoorstel in de vakcommissies. Bovendien wordt de toets niet beperkt tot subsidiariteit, maar uitgebreid met afwegingen van evenredigheid of politieke wenselijkheid.

  • 17 oktober 2005 - 9 december 2005: subsidiariteitstest in de Commissie bevoegd voor Leefmilieu en Natuur, in samenwerking met het Comité van Regio's. Bedoeling was niet zozeer een daadwerkelijke subsidiariteitstoets, maar wel een test van de capacititeit van het Vlaams Parlement om in de toekomst subsidiariteitstoetsen te organiseren. Voor de volksvertegenwoordigers en personeelsleden werd dan ook een vormingssessie rond subsidiariteit georganiseerd.
  • 7 oktober - 17 november 2006: een tweede subsidariteitstest met een hoorzitting op 14 november in de Commissie voor Onderwijs, Vorming, Wetenschap en Innovatie, in samenwerking met het Comité van Regio's.

Behalve subsidiariteitstoetsen, kan het Vlaams Parlement beslissen om gedachtewisselingen en hoorzittingen te organiseren over wetgevende initiatieven van de Europese Commissie. Dit biedt de gelegenheid om diverse stemmen te horen vanuit het maatschappelijk middenveld, de Europese Commissie en de leden van het Vlaams Parlement rond een wetgevingsvoorstel van de Europese Commissie. Het verslag en opmerkingen volgend uit deze bespreking worden aan de Commissie bezorgd om zo de Europese besluitvorming verder te beïnvloeden.
Twee voorbeelden:

Controle op Vlaamse ministers die beslissingen nemen op Europees niveau gebeurt in het Vlaams Parlement op verschillende manieren. Er zijn uiteraard de klassieke controlemechanismen waarover een lid van het Vlaams Parlement beschikt, zoals een vraag of interpellatie gericht aan een minister in de plenaire vergadering of vakcommissie, of de organisatie van een (actueel) debat. Het gebeurt echter zelden dat Europa het voorwerp uitmaakt van deze vormen van controle. In samenwerking met de vakcommissies werden door de Dienst Europa dan ook specifieke controlemechanismen opgezet, zoals een bespreking van de 'Vlaamse Vinger aan de Europese Pols', debriefings en gedachtewisselingen.

Sinds januari 2005 stuurt de Vlaamse overheid aan het Vlaams Parlement wel een zesmaandelijks rapport over belangrijke Europese aangelegenheden, de 'Vlaamse Vinger aan de Europese Pols'. Dit rapport is echter onvoldoende om in de vakcommissies op een diepgaande manier Europese thema's te behandelen.

Vlaamse ministers kunnen gevraagd worden om de leden van een vakcommissie te debriefen over het besluitvormingproces dat zich afspeelt in de werkgroepen, de COREPER en uiteindelijk de Raad van Ministers. Dit kan zowel vóór (ex ante, o.a. op basis van de agenda), tijdens als na (ex post) het beslissingsproces. Speciale aandacht moet daarbij uitgaan naar de Vlaamse Permanente Vertegenwoordiging die in het hele proces een belangrijke rol vervult en over heel wat informatie beschikt. Door middel van debriefings worden de leden van het Vlaams Parlement geïnformeerd over het verloop van de onderhandelingen en de positie die de Vlaamse overheid inneemt. Bovendien kunnen zij proberen om deze positie te beïnvloeden.

We mogen daarbij niet uit het oog verliezen dat het Belgische standpunt dat er door een Vlaams minister verdedigd wordt al het resultaat is van vaak complexe onderhandelingen met de andere regio's en de federale overheid. Deze onderhandelingen vinden plaats in het Directoraat Europese Zaken (DG E) van het Ministerie van Buitenlandse Zaken. Het is dus makkelijker voor het Vlaams Parlement om het standpunt van de Vlaamse vertegenwoordigers in deze onderhandelingen te beïnvloeden, dan het Belgische standpunt in zijn totaliteit.

Concreet worden in de Subcommissie voor Landbouw en Visserij en in de Commissie voor Onderwijs, Vorming, Wetenschap en Innovatie nu al ex post debriefings van Europese ministerraden georganiseerd. Voorbeelden zijn:

Bedoeling is om dit uit te breiden naar andere commissies.


 

Behalve de debriefings, worden er in de vakcommissies regelmatig gedachtewisselingen georganiseerd met leden van de Vlaamse regering. Twee voorbeelden:

  • 8 december 2005 in de Commissie voor Economie, Werk en Sociale Economie, een gedachtewisseling met de heer Yves Leterme, Minister-President van de Vlaamse Regering, over de Lissabon-strategie en haar impact op Vlaanderen;
  • 22 juni 2006 in diezelfde Commissie, een gedachtewisseling over het 7de Kaderprogramma voor Onderzoek, Technologische Ontwikkeling en Demonstratie van de Europese Unie, met mevrouw Fientje Moerman, Vice-Minister-President van de Vlaamse Regering en Vlaams Minister van Economie, Ondernemen, Wetenschap, Innovatie en Buitenlandse Handel.