|
||||
|
||||
Vlaamse opvolgingscommissie voor de vermogens- en mandatenaangifte
De wetten en bijzondere wetten van 2 mei 1995 en 26 juni 2004 leggen aan personen met bepaalde publieke functies de verplichting op jaarlijks bij het Rekenhof aangifte te doen van hun mandaten en andere functies, zowel in de overheidssector als in de privé-sector. Bij het opnemen en het beëindigen van een mandaat moeten die personen eveneens een aangifte doen van hun vermogen. De grootste categorieën aangifteplichtige personen bestaan uit de leden van de raden van bestuur en de directiecomités van intercommunale verenigingen en andere openbare instellingen. Wie niet voldoet aan die aangifteplicht is strafbaar. Het Rekenhof doet daaromtrent de controle en publiceert de ingediende mandatenlijsten. Er kan discussie rijzen over de vraag of een bepaald mandaat of een bepaalde functie al dan niet moet opgenomen worden op de lijst die men moet aangeven. De betrokkene die meent dat hij ten onrechte door het Rekenhof als aangifteplichtig wordt beschouwd, kan eerst bezwaar aantekenen bij het Rekenhof zelf. Krijgt hij daar geen gelijk, dan kan hij in beroep gaan bij een van de opvolgingscommissies die daartoe worden opgericht door de verschillende parlementen van ons land. Na de eventuele uitspraken van de opvolgingscommissies stelt het Rekenhof ten slotte een lijst samen van personen die in gebreke zijn gebleven en publiceert die lijst in het Belgisch Staatsblad. In het Vlaams Parlement is daartoe de Vlaamse Opvolgingscommissie voor de vermogens- en mandatenaangifte opgericht. Tot de Vlaamse opvolgingscommissie kunnen zich wenden
De verzoeken om niet beschouwd te worden als onderworpen aan de aangifteplicht kunnen de betrokkenen elk jaar indienen tussen 1 en 15 juni. De opvolgingscommissie dient dan tussen 15 en 30 juni een uitspraak te doen.
|
||||