printlogo Vlaams Parlement

Commissie voor Bestuurszaken, Binnenlands Bestuur, Decreetsevaluatie, Inburgering en Toerisme
Vergadering van 01/03/2011

Vraag om uitleg van de heer Lode Vereeck tot de heer Geert Bourgeois, viceminister-president van de Vlaamse Regering, Vlaams minister van Bestuurszaken, Binnenlands Bestuur, Inburgering, Toerisme en Vlaamse Rand, over investeringen van gemeenten via een holdingstructuur
- 1393 (2010-2011)

De voorzitter : De heer Vereeck heeft het woord.

De heer Lode Vereeck : Minister, de rechtstreekse aanleiding voor deze vraag is een artikel uit Het Belang van Limburg van 19 februari 2011. De Limburgse gouverneur Herman Reynders laat zich daarin zeer kritisch uit over een investering van 2,5 miljoen euro door de nv Nuhma (Nutsbedrijven Houdstermaatschappij), een holding van de 44 Limburgse gemeenten, een vennootschap die voor de 44 Limburgse gemeenten, de aandeelhouders, investeert in duurzame energie en afvalverwerking.

In Het Belang van Limburg van 19 februari 2011 vernemen we dat de Limburgse gouverneur zware bedenkingen heeft bij het investeringsbeleid van deze holding. Meer specifiek vindt hij een recente investering van 2,5 miljoen euro door Nuhma in het bedrijf 3E onverantwoord. 3E is een kennisbedrijf in de energiesector, een consultancybedrijf. De raad van bestuur van de nv Nuhma heeft beslist een participatie te nemen van 2,5 miljoen euro in 3E, dat een kapitaalsverhoging wenst door te voeren voor het ontwikkelen van software. De gouverneur heeft zijn bedenkingen bij deze investering verwoord in niet mis te verstane bewoordingen in zijn brief van 7 februari 2011 aan alle 44 Limburgse burgemeesters. Gouverneur Reynders stelt onder meer dat het om een “bijzonder risicovolle investering” gaat waarbij er “geen enkele garantie is op een aanvaardbaar rendement” en “u geen enkele zekerheid heeft dat uw aandelen hun huidige waarde van 2,5 miljoen euro gaan behouden”.

Ik vind, minister, in diezelfde krant vandaag bijkomende informatie. Er wordt aan gedacht om naast die kapitaalparticipatie ook nog eens een lening van 2,5 miljoen euro te verstrekken aan de nv Nuhma, die op zich geen enkele democratische verantwoording hoeft af te leggen over de tientallen miljoenen euro van de gemeenten waarmee zij werkt.

Ik zie twee problemen. Het eerste grote probleem in dit concrete dossier is dat de nv Nuhma in het vaarwater komt van de Limburgse Reconversiemaatschappij (LRM). U weet waarschijnlijk dat de LRM eerder een zelfde financieringsvraag gekregen had van 3E. Om allerlei redenen, vooral strategische maar ook het feit dat de aandelen van 3E te hoog gewaardeerd waren, heeft de LRM eind vorig jaar beslist geen kapitaal te verstrekken aan 3E.

In de commissie Innovatie en Wetenschapsbeleid, die ik volg, heeft de LRM een goede evaluatie gekregen na een doorlichting door het bureau Arthur D. Little. Dat is onlangs nog besproken. We kunnen er dus van uitgaan dat de LRM goed werk levert.

Toch stellen we vast dat, ondanks de negatieve investeringsbeslissing van de LRM, de nv Nuhma enkele weken later overgaat tot die investering van 2,5 miljoen euro. Ik geef nog mee dat 3E een software- en energie-consultancybedrijf is met hoofdzetel in Brussel en antennes in Gent, Toulouse, Lille, Beijing en Istanbul. Het is dus geen Limburgse onderneming.

Minister, hoe evalueert u dit concrete dossier, gelet ook op de brief van de gouverneur van de provincie Limburg, Herman Reynders? Acht u de investering opportuun, gelet op de activiteiten van de LRM en gelet ook op de bepalingen van het Gemeentedecreet?

Hoeveel kapitaal hebben de Limburgse gemeenten op heden ingebracht in de nv Nuhma? Hoe worden deze inbrengen door de gemeenten gefinancierd?

Voor het tweede probleem wil ik het iets ruimer stellen: moeten lokale besturen met belastinggeld investeren in risicokapitaal? Het artikel uit Het Belang Van Limburg was in zekere zin de aanleiding voor deze vraag om uitleg, maar ik wil het debat wat opentrekken. Daarom heb ik het onderwerp van mijn vraag om uitleg ruimer geformuleerd dan enkel en alleen de discussie over de investering door de nv Nuhma.

De problematiek van de Gemeentelijke Holding (GH) is niet veraf. Dit kwam eerder al aan bod in deze commissie naar aanleiding van een vraag om uitleg van de heer Caron. U wenste toen geen fundamenteel debat te voeren over het investeren van gemeenten in risicokapitaal, gelet op de onzekere situatie waarin Dexia zich toen bevond en misschien nog steeds bevindt. Dit kwam ook aan bod in een dossier in het weekblad Knack.

Nog even echt kort schets ik de situatie rond de GH, want u kent die door en door. De GH is als holding van de Belgische gemeenten en provincies aandeelhouder van Dexia. Dat is historisch zo gegroeid vanuit het Gemeentekrediet. De financiële crisis leidde tot problemen bij een aantal banken, waaronder Dexia. Dat heeft de noodzaak van een herkapitalisatie van Dexia blootgelegd. Onder andere de Vlaamse overheid bracht 500 miljoen euro in. In september 2008 werd ook aangeklopt bij de aandeelhouders en dus ook bij de GH. De GH stemde in met een kapitaalsverhoging van 500 miljoen euro. Licht ironisch is dat de GH deze middelen niet had en daarvoor moest gaan lenen bij Fortis, ING én Dexia. Dat is bijzonder grappig.

De lening werd gewaarborgd door de Dexia-aandelen van de GH. Maar door de crash op de financiële markten is de beurskoers van Dexia zeer sterk gedaald, waardoor de waarborgen van de GH niet meer volstonden voor de financiële instellingen. Aangezien de GH alle Dexia-aandelen al in onderpand had gegeven, diende de GH aan te kloppen bij de federale overheid en bij de gewesten. Uiteindelijk gaf de federale overheid 400 miljoen euro waarborg, de gewesten samen ook 400 miljoen euro. Het Vlaamse Gewest gaf oorspronkelijk een waarborg van 200 miljoen euro en die is geleidelijk afgebouwd.

Een van de voorwaarden voor de toekenning van de waarborgen was dat de GH op zijn beurt zijn kapitaal zou verhogen om de solvabiliteitspositie te verbeteren. Op 30 september 2009 hield de GH een bijzondere algemene vergadering, waarbij een kapitaalsverhoging werd goedgekeurd door de aandeelhouders. Hierdoor kon het gewaarborgd leningsvolume van de GH verminderd worden en kon de overheidswaarborg, die van de Vlaamse overheid in het bijzonder, geleidelijk worden afgebouwd.

Een aantal steden en gemeenten is niet mee gestapt in die kapitaalsverhoging. Leuvens burgemeester Tobback heeft toen gezegd dat het ging om een speculatieve belegging, wat volgens hem verboden is door de Vlaamse wetgeving.

Dat is de kern van de zaak, zowel voor de GH als de nv Nuhma: mogen lokale besturen met belastinggeld investeren in risicokapitaal? Ik denk niet dat dat wenselijk is. Bovendien rijst de vraag of het compatibel is met het Gemeentedecreet. Ook hier is het antwoord volgens mij negatief. Ik verwijs naar artikel 195, paragraaf 3, van het Gemeentedecreet.

Minister, is het volgens u een goede zaak dat een holding van gemeenten risicokapitaal verstrekt aan privéondernemingen? Vindt u dit wenselijk? Is het compatibel met het Gemeentedecreet? Hebt u weet van andere gelijkaardige gevallen?

Zult u in het concrete dossier van de nv Nuhma stappen zetten? Zult u op termijn maatregelen nemen met invloed op de mogelijkheid van steden en gemeenten om, al dan niet via een tussenholding, risicodragende participaties te nemen?

De voorzitter : Mevrouw Jans heeft het woord.

Mevrouw Lies Jans : Als goede Limburger heb ik de berichtgeving in Het Belang Van Limburg en op TV Limburg ook gezien. Op dat ogenblik, mijnheer Vereeck, kwamen er ook heel wat vragen bij mij op.

Minister, het lijkt me dan ook correct dat de heer Vereeck vragen stelt aan u als minister bevoegd voor Binnenlands Bestuur. Ik stel me vooral vragen bij de rol van de nv Nuhma in heel het verhaal rond duurzame energie, energiebeleid en investeringen in risicokapitaal. Daarom heb ik deze week een vraag gericht aan minister Lieten. Omdat ook het bestuurlijke aspect belangrijk is, sluit ik graag met twee vragen aan.

Gouverneur Reynders heeft ook in een artikel in Knack enkele maanden geleden uitspraken gedaan over de nv Nuhma. Toen hamerde hij vooral op openheid en transparantie van die nv ten aanzien van de Vlaamse overheid en ten aanzien van de gemeenteraden. Het lijkt me belangrijk, minister, dat u daarover wat duidelijkheid verschaft. Wat is de rol van de Vlaamse overheid daarin? Is er toezicht op die nv?

Ik heb ook een vraag over de rol van de gouverneur. Hij heeft duidelijke uitspraken gedaan. Hij heeft zijn mening geuit over het al of niet participeren van gemeenten in risicokapitaal­investeringen. Sprak de gouverneur vanuit zijn rol als gouverneur of uit persoonlijke naam? Als hij dat doet als gouverneur, doet hij dat als commissaris van de Vlaamse overheid. Er moet duidelijkheid komen over de betekenis van deze uitspraken.

De voorzitter : Minister Bourgeois heeft het woord.

Minister Geert Bourgeois : Mijnheer Vereeck, mevrouw Jans, ik geef eerst wat achtergrond­informatie. De nv Nuhma is in juni 2000 opgericht door de 44 Limburgse gemeenten als een private vennootschap met als doel, conform de statuten, activiteiten te verrichten van een vennootschap die handelt in energie en van een investerings- of holdingvennootschap.

Door de liberalisering van de energiesector, die in Vlaanderen beslag kreeg in het Elektriciteitsdecreet van 17 juli 2000, moest een onderscheid gemaakt worden tussen netbeheer enerzijds en productie en levering van energie anderzijds. De toenmalige energie-intercommunales, zoals Interelectra, wensten netbeheerder te blijven. De lokale besturen wensten hun andere activiteiten voort te zetten. Daarvoor moesten andere structuren worden opgezet.

De oprichting van de nv Nuhma als nv en de participatie van de gemeenten in deze vennootschap is gebaseerd op artikel 180 van de federale programmawet van 21 december 1994: “De gemeenten kunnen rechtstreeks of onrechtstreeks participeren in bedrijven voor productie, vervoer en distributie van energie. De koning kan, bij een in ministerraad overlegd besluit, de voorwaarden en de nadere regels voor de participaties vaststellen.” Deze bepaling is destijds ingeschreven om de gemeenten en intercommunales toe te laten te participeren in de nv Electrabel, wat nadien ook is gebeurd. Uiteraard beperkt de wet zich er niet toe om toe te laten participaties te nemen in Electrabel. Intussen zijn er tal van participaties van gemeenten in andere energiebedrijven.

De toenmalig bevoegde minister van Binnenlands Bestuur is in 2000 niet opgetreden tegen de oprichting van de nv Nuhma voor wat de gemeenten betreft. Hij heeft zich wel verzet tegen de deelname van de provincie Limburg.

Door de wet van 4 mei werd in de toenmalige provinciewet een artikel 114terdecies toegevoegd dat de kaders schetste voor de toetreding van de provincie tot rechtspersonen voor zover de werking ervan betrekking heeft op aangelegenheden van provinciaal belang. De provincies konden door de formulering niet wat de gemeenten konden door artikel 180 van de programmawet van 1994, waardoor hun participatie in de nv Nuhma niet is goedgekeurd.

Wat de provincie Limburg wilde doen bij begrotingswijziging, is niet kunnen doorgaan. Dat artikel van de begroting is destijds door de Vlaamse minister van Binnenlands Bestuur vernietigd.

Ik heb inderdaad vragen bij de participatie van gemeenten in zuiver privaatrechtelijke bedrijven die niet terug te brengen zijn tot het gemeentelijk belang, dit in de gevallen waarbij het niet expliciet door de wet of het decreet is toegelaten. Dat is wel het geval inzake energie met artikel 180 van de programmawet dat ik zonet heb geciteerd. Ik heb hier al op gewezen naar aanleiding van participaties in de Gemeentelijke Holding die zelf bijvoorbeeld participeert in de luchthaven van Charleroi en in het vastgoedbedrijf Montea.

Zo ook heeft Nuhma niet alleen tot doel activiteiten te ontwikkelen in de energiesector, maar is het volgens de statuten ook een pure holding. Ik stel vast dat er tal van dergelijke constructies toegelaten zijn of dat er alvast bij de oprichting ervan geen verzet tegen gerezen is. Bij wijze van voorbeeld refereer ik aan de participatie van gemeenten via Interelectra in Telenet.

Artikel 78 van het IGS-decreet laat toe om als intercommunale te participeren in privébedrijven. Er zijn tientallen participaties via intercommunales in privaatrechtelijke bedrijven.

Het verschil tussen een participatie van een intercommunale in een privébedrijf en een participatie van een vennootschap waarvan de aandeelhouders zoals Nuhma uitsluitend gemeenten zijn in een privébedrijf is zeer theoretisch en flinterdun.

Het hoeft geen betoog dat de private bedrijven waarin deze gemeenten participeren, niet onder mijn bestuurlijk toezicht vallen. Dit is eveneens het geval voor de private bedrijven opgericht bij artikel 180 van de voornoemde programmawet. Het IGS-decreet voorziet alleen in een toezicht op de IGS-verbanden, niet op de door deze verbanden opgerichte bedrijven. Vanzelfsprekend is dit vanuit het oogpunt van het gemeentelijk belang en de gemeentelijke transparantie en controle verre van ideaal.

Volgens haar webstek participeert Nuhma, behalve in energiebedrijven als Aspiravi, C-Power, en SPE-Luminus ook voor 18,25 procent in de startcentrale die duurzame tewerkstelling voor mensen uit kansengroepen wil creëren vanuit ondernemerschap en bedrijfsrealiteit. Zij participeert voor 34,52 procent in TV Limburg en voor 82,18 procent in Bionerga, die instaat voor de afvalverwerking in de provincie Limburg. Nu is er ook een participatie van 10,24 procent in het energiekennisbedrijf 3E.

Zoals ik al zei, ressorteert een privaat bedrijf opgericht bij toepassing van artikel 180 van de wet van 21 december 1994 niet onder het bestuurlijk toezicht. Gouverneur Reynders heeft zijn brief dan ook niet geschreven vanuit zijn functie als commissaris van de Vlaamse Regering. De gouverneur heeft ten aanzien van de gemeentelijke bestuurders zijn bezorgdheid geuit over de participaties van Nuhma en de daaraan verbonden risico’s, wat zijn recht is. Maar de participatie valt onder de private economische regels en wetmatigheden, waardoor de raad van bestuur verantwoordelijk is tegenover de in dit geval louter gemeentelijke aandeelhouders.

Op heden, en op basis van de gegevens van het jaarverslag 2009, hebben de aandeelhouders van Nuhma 139.671.876 euro kapitaal ingebracht. De 44 Limburgse gemeenten hebben bij de oprichting van Nuhma een kapitaalinbreng gedaan ten belope van 37.184.200 euro, die volledig gefinancierd werd vanuit de reserves van Interelectra waar zij ook alle deelnemer in waren.

Een ander deel van het kapitaal werd gevormd met de vergoeding voor de inbreng in Luminus van het cliënteel van Interelectra en Pligas. Het gaat om respectievelijk 85.951.964 euro en 15.759.000 euro. Bij de door Europa opgelegde splitsing tussen productie, vervoer en distributie hebben die gemeenten hun cliënteel verkocht aan Interelectra en Pligas, wat hen die bedragen heeft opgeleverd.

In 2007 werd nog een kapitaalsverhoging doorgevoerd ten belope van 776.738 euro naar aanleiding van een kapitaalsverhoging van Aspiravi die door Nuhma onderschreven werd. De middelen daarvoor waren afkomstig van de “door de Vlaamse Regering verplichte investering in hernieuwbare energieproductie ten gevolge van de gedeeltelijke vrijstelling van een boete die werd opgelegd aan de netbeheerders omwille van een tekort aan groenestroomcertificaten”.

De kapitaalsverhoging gebeurde zonder cashflow. Nuhma gaf extra dividenden uit. Deze werden geboekt op de gewone dienst als inkomst en daarna overgeboekt naar de buiten­gewone dienst om er nieuwe aandelen mee te kopen.

De nv Nuhma valt niet onder het toezicht van de Vlaamse Regering. De gemeentelijke aandeelhouders zijn volledig verantwoordelijk. Nu we met deze situatie worden gecon­fronteerd, zal ik, in het kader van de tijdens deze regeerperiode aangekondigde evaluatie van de organieke decreten en het decreet op de intergemeentelijke samenwerking, juridisch advies vragen over een aantal aangelegenheden.

Een eerste vraag is in welke mate de Vlaamse Regering, gegeven de bevoegdheidsverdeling, toezicht en controle zou kunnen uitoefenen op deze bedrijven, die private vennootschappen zijn. De vennootschapswetgeving is een federale aangelegenheid. Ik wil die vraag echter beantwoord zien.

Een volgende vraag is in welke mate de betrokkenheid van en de controle door de gemeenteraden en de transparantie gewaarborgd kunnen worden in dergelijke vennootschappen.

Ik zal de Limburgse gemeentebesturen/aandeelhouders een brief richten met de aanmaning tot voorzichtigheid met betrekking tot risicovolle investeringen waarvan de relatie met het gemeentelijk belang niet altijd duidelijk is. Ik zal de raad geven om nu reeds regels in te voeren die de hoogst mogelijke transparantie en betrokkenheid waarborgen. In de statuten met betrekking tot de oprichting van eventueel nieuwe bedrijven zouden de nodige garanties moeten worden bedongen over de toepassing van de corporate governance. Bij de reeds bestaande bedrijven is er veel meer transparantie gewenst.

De voorzitter : De heer Vereeck heeft het word.

De heer Lode Vereeck : Minister, ik dank u voor uw omstandige antwoord. Ik wil het nog eens rustig lezen om alle repercussies goed te kennen. Ik vat samen dat u daar rechtstreeks geen invloed op kunt uitoefenen. Binnen artikel 180 van de programmawet begrijp ik dat Nuhma de toestemming had, of dat er in elk geval geen verzet is geweest, om zich bezig te houden met energieproductie als investeringsmaatschappij.

Het lijkt me belangrijk te weten dat 3E geen energiespeler of energieproducent is maar een pure kennisinstelling.

Wat Nuhma betreft, hebben we in het Vlaamse landschap andere instrumenten om risicokapitaal te verschaffen aan privéondernemingen. Ik denk dan aan de Participatie­maatschappij Vlaanderen. Voor Limburg is er bovendien de Limburgse Reconversie­maatschappij. De LRM had die financieringsvraag afgewezen. De mensen van de LRM doen een hele dag niets anders dan investeringsvragen behandelen. Is het dan aan de holding van de gemeente om de vraag wel te aanvaarden? Ze komen daarmee in het vaarwater van de LRM en de PMV. Minister, vindt u het wenselijk dat de nv Nuhma activiteiten ontplooit die eigenlijk beter worden ondernomen door de LRM of de PMV?

Ik begrijp dat u geen rechtstreeks toezicht of controle hebt op de beslissingen van de nv Nuhma. Ik blijf bij mijn vraag: is deze participatie compatibel met het Gemeentedecreet? Ik denk opnieuw aan artikel 195. Dit stemt toch helemaal overeen met de situatie bij de gemeentelijke holding die participeert in Dexia? Daar zit er ook een tussenstructuur. Daar was u veel explicieter in uw afwijzing. Voor alle duidelijkheid, wat mijn fractie betreft, is dat dus niet compatibel.

Ik wil het debat opentrekken. U hebt zelf een jaar geleden gezegd, naar aanleiding van de vraag om uitleg van de heer Caron en de actuele vragen van de heren Caron en van Rouveroij, dat u het debat wou aangaan, maar toen nog niet. Het is nu maart 2011, wordt het nu niet stilletjesaan tijd om dat debat te voeren? Is het de rol van de steden en gemeenten om via een holdingstructuur referentieaandeelhouder te zijn in een beursgenoteerde vennoot­schap? Moet dat mogelijk zijn? Is het wenselijk dat steden en gemeenten risicodragend kapitaal ter beschikking stellen aan privéondernemingen? Opnieuw, wat mijn fractie betreft, is dat niet zo.

Er zijn twee soorten investeringen. Ofwel zijn het investeringen met een beleidsmatige impact, bijvoorbeeld het stimuleren van durfkapitaal, en daarvoor heeft Vlaanderen andere instrumenten. Ofwel zijn het financiële investeringen, en dat vind ik al evenmin een taak van de gemeente. Ik heb er in de commissie Economie al herhaaldelijk voor gepleit dat Vlaanderen zijn participatie van 27 procent in de GIMV die het vasthoudt via de Participatiemaatschappij Vlaanderen, van de hand zou doen, omdat het ook geen taak is voor de Vlaamse overheid om aandeelhouder te zijn van beursgenoteerde bedrijven.

Zoals gezegd, de situatie met de gemeentelijke holding illustreert dat doordat die lokale besturen in grote mate afhankelijk zijn geworden van de dividenden ervan. Dat is geen goede zaak. Voor 2007 was dat nog 52,7 miljoen euro, in 2008 was er geen dividend en in 2009-2010 waren er dividenden in aandelen. Dat heeft een enorme impact op de lokale budgetten. Uit een recent dossier in het weekblad Knack blijkt dat het voor een stad kan gaan om tussen de honderdduizend tot zelfs ettelijke miljoenen euro’s minder inkomsten. De gemeentelijke holding is historisch gegroeid, de situatie is wat ze is. Het is geen goede zaak. U hebt dat terecht aangegeven, tot nu toe hebben maar weinig mensen zich vragen gesteld bij de gemeentelijke holding en bij Nuhma. Alles ging goed. Nu worden we geconfronteerd met de mogelijke gevolgen, door de financiële crisis.

Minister, als het Gemeentedecreet dit niet toelaat, hebt u dan echt geen mogelijkheid om als voogdijminister op te treden? Als het Gemeentedecreet dit wel toelaat, moeten we dan niet naar een verstrenging? Moeten we niet naar een initiatief waarmee de voogdij wordt uitgebreid naar die tussenstructuren?

De voorzitter : Mevrouw Jans heeft het woord.

Mevrouw Lies Jans: Ik dank u voor uw antwoord, minister. Inzake het toezichthouderschap is er duidelijkheid geschept.

Minister, u hebt zichzelf een strikte timing opgelegd. U gaat juridisch advies vragen in verband met de controle, de mogelijke betrokkenheid en de transparantie ten opzichte van de gemeenteraad. Hoe ziet u die timing verder? U moet met de federale overheid ook overleggen en advies vragen. Kan dat op korte termijn? Het is belangrijk omwille van de evolutie in de gemeenten. Er moeten regels en richtlijnen komen.

De voorzitter : Minister Bourgeois heeft het woord.

Minister Geert Bourgeois: Mijnheer Vereeck, u hebt het debat opengetrokken naar de gemeentelijke holding. Ik heb daar vroeger op geantwoord met een verwijzing naar de situatie van de gemeentelijke holding en haar belangrijkste participatie, namelijk in Dexia. Het Gemeentekrediet is destijds ontstaan als een bank van en voor de gemeenten. Dat is dan Dexia geworden, een beursgenoteerde vennootschap, die heel wat anders doet dan de aanvankelijke doelstellingen van het Gemeentekrediet. Het Gemeentekrediet zorgde dat er geld binnenkwam via kasbons en spaarboekjes en stelde dat geld ter beschikking van de gemeenten om hun investeringen te kunnen doen en op te treden als bankier van de gemeenten.

Ik heb daar vragen bij gesteld. Ik wou het debat toen niet voeren in het gemeentelijke belang. Ik zeg het nu uit het hoofd – want u overvalt mij een beetje –: het Dexia-aandeel is ongeveer 3,2 euro waard terwijl ze dat aandeel gekocht hebben aan 9 of 10 euro. Elk gemeentebestuur kan zich nu terecht vragen stellen bij die participaties. Als we daar nu beslissingen over nemen, maken we de financiële situatie van de gemeenten bijzonder moeilijk. U hebt erop gewezen dat ze dividendmatig waarschijnlijk niet zullen hebben wat ze verwacht hadden. De waarde van dat aandeel is penibel geworden door de bankencrisis.

Ik ben vragende partij om daarover te praten. Toen ik dat antwoord gaf, had ik nog weinig zicht op zulke constructies. Via de intergemeentelijke samenwerkingsverbanden kan er worden geparticipeerd in privébedrijven – ik heb dat meegedeeld – zonder dat ik toezicht heb op die bedrijven, ik heb enkel toezicht op de intergemeentelijke verbanden. Nuhma is niet opgericht als intergemeentelijk samenwerkingsverband, maar als een vennootschap uitsluitend gevormd door die gemeenten. Ik heb geen vat op de bedrijven waarin Nuhma participeert. Ik heb ook geen vat op Nuhma, ook niet via artikel 195 van het Gemeente­decreet. Ik kan dat alleen maar vaststellen.

U begrijpt dat ik met vragen zit, om het zacht uit te drukken. De vragen die ik ga stellen, zijn die naar juridisch advies. Wat kunnen we daarmee doen? Ik ga dat niet aan de federale overheid vragen, mevrouw Jans. Ik wil advies over de vraag of ik als minister bevoegd voor Binnenlands Bestuur over enige mate van controletoezicht zou kunnen beschikken op een vennootschap die opgericht is conform de federale Programmawet die aan gemeenten toelaat, niet aan provincies, om te participeren in dat soort bedrijven. Ik heb geen goedkeurings­voogdij. Ik heb gemerkt dat de toenmalige minister van Binnenlands Bestuur daar in 2000 niet tegen is opgetreden.

De vennootschap bestaat rechtsgeldig en heeft bovendien uit hoofde van haar statuten uitdrukkelijk tot doel om te participeren in andere bedrijven, los van energie. Daar kunnen we ons vragen bij stellen, maar ze bestaat nu eenmaal en ik heb geen toezicht noch controle. De gouverneur waarschuwt voor voldoende transparantie inzake de participatie. In de huidige omstandigheden, mijnheer Vereeck, kan ik maar één ding doen. Ik ga de burgemeesters, voor zover nodig, aanspreken. Ik veronderstel dat er een debat zal ontstaan.

Ik heb al gezien wat burgemeester Mondelaers op zijn weblog zet. Hij zegt dat hij er een rendement uit haalt van 0,71 procent en dat een spaarboekje op jaarbasis hem meer had opgeleverd. Het is wijs dat de gemeenten zich daarbij vragen stellen.

U zegt terecht dat 3E geen productie, vervoer of distributie doet van energie. Bij mijn weten is dat een kennisbedrijf, een consultancybedrijf, dat bepaalde software heeft ontwikkeld. Het is een privébedrijf. De nv Nuhma zegt dat het belangrijke kennis in huis heeft en dat het voor hen daarom interessant is om daarin te participeren. Een privévennootschap kan misschien zulke beslissingen nemen. Mijn vraag is: wat is nog de band met het gemeentelijke belang? Hoe ver staat het op de duur af van corporate governance, van controle en transparantie?

Ik denk dat er via de intergemeentelijke samenwerkingsverbanden tientallen van zulke participaties zijn. Ik geef u één voorbeeld. In Telenet participeren de gemeenten op een indirecte manier. Ze zijn dus indirect aandeelhouder van een op dit ogenblik beursgenoteerd privébedrijf, wat aanvankelijk niet het geval was. In de afvalsector zijn er ook tal van dergelijke combinaties.

De gemeenten zijn de hoeders en de bewaarders van het gemeentelijke belang. Het is aan hen om hun verantwoordelijkheid te nemen. Ik ga erop wijzen in de brief die ik ga richten aan de gemeentebesturen. Tegelijk ga ik mij informeren om te zien wat er eventueel mogelijk is. Ik heb alles bekeken en besproken. Mijn eerste vragen waren ook: hoe kan dit? Hoe komt het dat wij geen toezicht hebben?

Dat zijn de feiten. Ik heb ze u correct weergegeven. Uw analyse is ook juist. Ik houd mijn hart vast. Als er plotseling ontsporingen gebeuren, gaan de poppen aan het dansen. Uiteindelijk staan de burgervaders heel ver af van de uitvoering van die beslissingen. Wat hebben ze dan gedaan met de centen van hun gemeentenaren? Het geld is weliswaar binnengekomen via fondsen uit Interelectra, maar het is geld van die 44 Limburgse gemeenten. Daarmee moet je omspringen in het kader van het gemeentelijke belang. De overheid moet dan zorgen voor voldoende transparantie en controle, voor corporate governance.

De heer Lode Vereeck : Minister, wij delen de analyse. Het kan inderdaad niet dat er geen democratische controle meer is op belastinggeld. Ik kijk ook uit naar dat antwoord. Ik neem aan dat we u daarover mogen ondervragen. We zullen dan zien welke acties u er verder aan koppelt. Dank u wel.

De voorzitter : Het incident is gesloten.



Zoekresultaten van 23 april 2014, 14:34