printlogo Vlaams Parlement
Plenaire middagvergadering nummer 31 van 18 april 2012:
Handelingen Plenaire Vergadering van 18 april 2012

Actuele vraag van de heer Jos De Meyer tot de heer Pascal Smet, Vlaams minister van Onderwijs, Jeugd, Gelijke Kansen en Brussel, over het inschakelen van onderwijzers met een masterdiploma in het basisonderwijs

< vorig item Overzicht volgend item >

De voorzitter:

De heer De Meyer heeft het woord.

De heer Jos De Meyer:

Voorzitter, minister, collega’s, we lezen in de krant dat het katholiek basisonderwijs pleit voor masters voor de klas in het basisonderwijs. Uiteraard werd hier reeds gesproken over dit thema, zowel in de plenaire vergadering als in de commissie. Nieuw vandaag is het feit dat de grootste koepel in een genuanceerd verhaal dat u kunt lezen in hun tijdschrift ‘Onderwijsvisie’, ervoor pleit om naast bachelors ook masters met een algemene lerarenopleiding tewerk te stellen in het basisonderwijs.

Men vertrekt vanuit de vaststelling dat de kwaliteit van ons onderwijs vandaag goed is. Die kwaliteit wenst men te behouden, maar tegelijkertijd waarschuwt men voor zelfgenoegzaamheid. Men wijst erop dat de samenleving complexer geworden is en men stelt de vraag of de huidige lerarenopleiding nog wel voldoet aan het profiel van die samenleving. Tegelijkertijd verwijst men eventjes naar het buitenland en ten slotte merkt men op dat het interessant is om ook even te kijken naar de instroom in de lerarenopleiding, want aso-leerlingen kiezen minder voor de lerarenopleiding, en tso- en bso-leerlingen kiezen veel meer voor de lerarenopleiding.

Minister, het is ongetwijfeld belangrijk dat betere leerlingen van 18 jaar ook kiezen voor tewerkstelling in het basisonderwijs, maar veelal wordt hun ontraden om te kiezen voor een bacheloropleiding. Men zegt: “U kunt toch iets meer, kies maar voor een masteropleiding.” Het is jammer dat jonge mensen die willen kiezen voor deze opleiding, niet de kans krijgen om dit te doen via de masteropleiding. Wat is uw mening hierover, minister?

De voorzitter:

Minster Smet heeft het woord.

Minister Pascal Smet:

Voorzitter, de mening van het Vlaams Secretariaat van het Katholiek Onderwijs (VSKO) die onlangs in een tijdschrift werd gepubliceerd, was geen verrassing voor mij. U weet dat we het loopbaandebat voeren en ik kende die mening dus al. Ik heb die nu ook uitgewerkt kunnen lezen. Ik vind het heel interessant. Ik zal er vandaag geen inhoudelijke verklaringen over afleggen om de doodeenvoudige reden dat we met de vakbonden en met de onderwijsverstrekkers het loopbaandebat aan het voeren zijn.

We hebben wel concreet afgesproken dat we zowel voor de kleuteronderwijzers, de onderwijzers als de leerkrachten secundair onderwijs, nu eerst een beroepscompetentieprofiel zullen opstellen. Ik veronderstel dat we het tegen september van dit jaar hebben, en dan kunnen we het inschalen op grond van de Vlaamse kwalificatiestructuur. Daarna moeten we op basis daarvan bekijken welke diplomavereisten we moeten stellen aan leerkrachten en onderwijzers. Dat is één dimensie.

Een andere dimensie is of je al dan niet naar een gemengd systeem gaat van bachelors en masters in het basisonderwijs. Dat is wat zij nu ook voorstellen. Die dimensie zijn we op dit moment aan het bespreken. Ik vind het een stap in de goede richting. We moeten het nu bespreken met alle partners, net zoals andere partners daar meningen over hebben. U begrijpt dat ik vandaag niet inhoudelijk op het standpunt wil ingaan om consequent te blijven met de lijn die we tot op heden hebben aangehouden.

De heer Jos De Meyer:

Minister, uw antwoord verrast mij uiteraard niet. Desalniettemin wil ik u een suggestie meegeven. Het meest fundamentele dat u deze legislatuur zou kunnen doen, als het over hervormingen gaat, is het versterken van de lerarenopleiding. Ik geef u de suggestie daar prioriteit aan te geven, boven een aantal andere aangekondigde hervormingen.

De voorzitter:

Mevrouw Van Steenberge heeft het woord.

Mevrouw Gerda Van Steenberge:

Ik wil graag aansluiten bij het laatste betoog van de heer De Meyer. We spreken inderdaad altijd over hervormingen binnen onderwijs in het algemeen en binnen het secundair onderwijs. Bij de bespreking hiervan heeft professor Taeldeman toch wel heel duidelijk gesteld dat er al heel lang vraag is naar een hervorming van de lerarenopleiding. De instroom in de lerarenopleiding is het grote probleem. De opleiding is nu een bachelor en geen master. Ik ben niet tegen de democratisering van het onderwijs, maar dat mag niet betekenen dat iedereen in het hoger onderwijs moet terechtkomen. Daardoor is die instroom ook zo belangrijk. Heel veel studenten die kiezen voor de lerarenopleiding, zijn daar eerlijk gezegd niet toe in staat.

Ik wil u verzoeken eerst die lerarenopleiding te bekijken. Het is pas wanneer er een goede opleiding is voor leraren die hun kennis moeten doorgeven aan onze kinderen, dat we kunnen spreken over andere eventuele grote of kleine hervormingen binnen het onderwijs. Ik volg dus de suggestie van de heer De Meyer.

De voorzitter:

Mevrouw Celis heeft het woord.

Mevrouw Vera Celis:

Minister, ik verwijs naar ons bezoek aan de lerarenopleiding in China. We hebben daar gezien dat alle mensen die er in het onderwijs terechtkomen, over een universitair diploma beschikken. Zij worden daar ook zeer goed begeleid in het begin van hun carrière. Ik steun de heer De Meyer in zijn vraag om de best opgeleide mensen toe te leiden naar het basisonderwijs. Als er een fundament moet worden gelegd waar de rest op moet worden gebouwd, kan dat alleen door zeer goed opgeleide mensen.

In de lerarenopleiding moet de lat dus hoog worden gelegd wat kennis en competenties betreft. De beste mensen moeten worden ingezet in het basisonderwijs.

Minister Pascal Smet:

Ik deel die opvattingen, anders zouden we niet gestart zijn met het leerkrachtenloopbaanpact. Er zijn de hervormingen van de lerarenopleiding, het bepalen van het niveau, het al of niet vermasteren of het verlengen van de studieduur – dat hoeft niet noodzakelijkerwijze hetzelfde te zijn. Ook de aanvangsbegeleiding, wanneer men als leerkracht start als aanvulling op de initiële opleiding in de school, ligt op tafel. Er zijn vele pistes. We zijn die momenteel volop aan het bespreken en geven daar alle prioriteit aan. Ik ben het absoluut met u eens dat, welke hervormingen je ook doorvoert, het slagen of mislukken ervan afhangt van de draagkracht bij de leerkrachten. Het is voor mij meer dan een evidentie dat we daar de komende jaren op moeten inzetten.

De heer Jos De Meyer:

Collega’s, de kwaliteit van ons onderwijs is essentieel. De belangrijkste hefboom daarbij is de leraar die voor de klas staat. Met andere woorden, investeren in lerarenopleidingen is investeren in de toekomst van de samenleving.

Minister, ik hoop dat u rekening houdt met de prioriteit die wij vooropstellen, waarvoor dank.

De voorzitter:

De actuele vraag is afgehandeld.



Zoekresultaten van 23 april 2014, 14:33